Hitte en koeling in kiosk

Hoeveel mensen zouden er al voorover in het keldergat zijn getuimeld omdat de milieuvriendelijke spaarlamp boven de keldertrap niet op tijd aansprong? Op het knopje gedrukt, gelijk al de eerste stap gezet, en te laat gemerkt dat het donker bleef. Hoeveel mensen zouden al hebben vastgesteld dat hun milieuvriendelijke spaarlamp niet, zoals beloofd, zeven keer zeven maanden meegaat, maar vaak niet meer dan zeven weken? Of – soms – maar zeven dagen? Voor een kapitaal aan gloeilampen door milieuvriendelijke spaarlampen vervangen en moeten merken dat hetzelfde kapitaal een half jaar later wéér nodig is.

Er wordt merkwaardig weinig geklaagd over de spaarlamp die ons zo is opgedrongen. Doeltreffende overheidspropaganda heeft ertoe bijgedragen dat de consument volledig overtuigd is van haar milieuvriendelijkheid. Wie spaarlampen brandt verbruikt minder energie, produceert minder CO2 en houdt de zomers koel. Hoera.

Vorige week verschenen er in de Volkskrant opeens artikelen die een heel ander lied zongen. ‘Verbod peertje werkt niet’, stond er boven het ene. ‘Warmte van gloeilamp heeft nut’, kopte het andere. ’t Was gedeeltelijk een administratieve kwestie die aan de orde kwam: als de energiebedrijven door spaarlampgebruik minder elektriciteit produceren en hun CO2-emissierechten niet opsouperen, verkopen ze die aan een ander die er prompt zijn eigen emissieplafond mee oprekt –hoe zeg je dat. Zo schieten we niet erg op in Holland.

Intrigerender was het andere argument. Gloeilampen droegen ook bij aan verwarming van de woning, was opgetekend uit de mond van ECN-onderzoeker Bert Daniëls. Alle straling die ze uitstraalden, zichtbaar en onzichtbaar, werd uiteindelijk omgezet in warmte. Als spaarlampen 80 procent minder elektriciteit verbruiken voor dezelfde hoeveelheid licht scheelt dat ook 80 procent in hun bijdrage aan de woningverwarming. Daar moet dan weer extra aardgas voor worden ingezet. Hoevéél de oude gloeilampen destijds bijdroegen aan de verwarming stond er niet bij. Als journalist vergeet je soms het belangrijkste.

Zou er een slag naar te slaan zijn? Reken mee, het gaat om de orde van grootte. Het schijnt dat een gemiddeld huishouden tegenwoordig zo’n 1200 m3 aardgas voor verwarming verstookt. Dat levert, zeggen tabellen, ongeveer 40.000 megajoules warmte op, wat overeenkomt met 11.200 kWh. Nemen we aan dat er in de verlichte, verwarmde ruimte 7 gloeilampen van 60 watt werden gebruikt en dat die in de 7 maanden van het stookseizoen elke avond 5 uur brandden dan produceerden ze 450 kWh aan warmte. Dat is 4 procent van de gaswarmte. ’t Is niet veel maar ook niet niks.

Bert Daniëls, die op AW-verzoek ook aan het rekenen sloeg maar met een subtielere methode en beter gefundeerd aannames (ook over gelijktijdigheid en gelijkplaatsigheid) komt uit op 0,9 tot 1,4 procent van de warmtevraag. Daarbij is aangenomen dat al een kwart van de verlichting van spaarlampen komt. Wij van AW vinden de overeenkomst bevredigend.

Het plezier van het rekenen, daar gaat het om vandaag. Op het station van Utrecht worden in opdracht van ProRail drie perrons voorzien van glazen overkappingen waarin zonnecellen zijn opgenomen. De cellen zijn van het Duitse Q-cells, ze zijn door of voor Sapa Solar tussen glazen panelen geklemd en het geheel wordt door Strukton gemonteerd. Ze zijn nu halverwege. Als alles klaar is zullen de fotovoltaïsche cellen jaarlijks 85.000 kWh elektriciteit produceren, ruwweg 28.000 kWh per perron

Van AW-wege is veel in het werk gesteld om te schatten hoeveel cellen en hoeveel m2 cel in totaal zal worden aangebracht, want Sapa wist het zo gauw niet. Wie perron 11-12 oploopt kan ze zien zitten, ze staan hier ook op de foto. De AW-schatting zat flink naast de werkelijkheid, bleek toen ProRail de juiste waarden doorgaf. Er komen in totaal 3.400 cellen, wat overeenkomt met een totaal oppervlak van 785 m2, want de cellen meten 152 bij 152 mm. Zes bij zes inch.

Het jaargemiddelde vermogen van de zonnecellen (inclusief nachten en sombere dagen) is dus 12 watt/m2. Dat is bescheiden, er wordt tegenwoordig wel 20 W/m2 gehaald, maar alleen met geavanceerde cellen die mooi schuin op de zon staan. De Utrechtse cellen liggen plat.

Welke voorstelling moeten wij ons maken van die 28.000 kWh die jaarlijks per perron wordt opgewekt. Daarvoor komt het winkeltje op de foto van pas. Het moet een ‘Kiosk’ genoemd worden, zegt de woordvoerster van NS Poort, en niet een ‘hokje’ maar meer wist zij er niet over te vertellen. In de Kiosk vindt men, afgezien van personeel, 1 bake-off oventje van Eloma, 1 warmhoudvitrine van Habro Horeca, 2 Bistro!-koffiezetmachines, 2 open koelvitrines, 1 vrieskist voor Ola-ijsjes (min 19,5 graad Celsius) en 14 (!) gloeiendhete spaarlampen. Zoveel hitte produceren zij samen dat het hokje door twee krachtige Toshiba-inverters gekoeld moet worden. Wat zou, op continu-basis, de vermogensvraag van dit hokje zijn? ’t Staat waarschijnlijk 10 uur pet etmaal leeg, maar de koelvitrine en vrieskist draaien natuurlijk door. Anderzijds wordt het Eloma-oventje maar incidenteel ingezet. De grote energieslurpers zijn de Toshiba-inverters en de open koelvitrines: goedbeschouwd koelkasten die met open deuren koelen moeten. Zou het hokje in vol bedrijf 1500 watt afnemen? Afgerond 1000 watt als de nachtelijk leegstand wordt verdisconteerd? Dan neemt het over het jaar gemiddeld eenderde van de energie af die boven zijn dak wordt opgewekt. Misschien is het nog wel erger.

Ach, de woordvoerster van ProRail had het al gezegd: wij hebben nooit beweerd dat de stationsverlichting op zonne-energie kan branden. Het gaat om het idee.