ETA-vlaggen verwelkomen de Vuelta

Door terreurdreiging en politieke onwil was de Vuelta ruim drie decennia niet in Baskenland geweest. „Wij zijn de Spanjaarden vandaag tegemoet gekomen.”

Enkele minuten voordat de eerste wielrenner voorbij zal razen, klimt Santiago Vidaurrazga plots op zijn witte bestelbus. Eén van de drie Baskische vlaggen die aan de bus hangen, is door de wind dubbelgevouwen. Voor het eerst in 33 jaar voerde de Vuelta a España gisteren weer door Baskenland en dat moet zorgvuldig gevierd worden, verklaart Vidaurrazga als hij weer beneden staat. „We zijn hier om ons land te vertegenwoordigen. De ikurriña moet recht hangen.”

Vidaurrazga heeft kamp opgeslagen op de Vivero, een bergje (410m) net buiten Bilbao die de renners twee keer moeten beklimmen. Duizenden wielerfans vermaken zich er deze snikhete middag door te barbecueën, te drinken of zelf wat te fietsen.

De ontspannen sfeer kan niet verhullen dat de etappe ook een sterke politieke lading heeft. De laatste keer dat de Vuelta de regio aandeed, in 1978, gooiden nationalisten planken, boomstronken en punaises op de weg. De etappe werd die dag onderbroken en de wielerronde zou Baskenland ruim drie decennia mijden. Vanwege de dreiging van de terreurbeweging ETA, maar ook door politieke onwil van opeenvolgende nationalistische regioregeringen.

Voor de fans op de Vivero is de terugkeer allereerst een sportief hoogtepunt. Baskenland geldt als de meest wielergekke regio van Spanje. De Vuelta werd lange tijd georganiseerd door de krant El Correo uit Bilbao en reed elk jaar door de stad.

En dan is er Igor Anton. De kopman van de Baskische Euskaltel-ploeg komt uit Galdakano, een dorp aan de voet van de Vivero. Vorig jaar reed hij in de rode leiderstrui, tot hij ten val kwam. Deze Vuelta presteren hij en zijn team slecht. Gisteren, op bekend terrein, maakte Anton echter alles goed. Hij won de etappe overtuigend door met een voorsprong van 41 seconden te finishen op de afgeladen Gran Vía in Bilbao.

Het neemt niet weg dat de politiek, zoals altijd in Baskenland, zich slecht naar de achtergrond laat drukken. Wanneer een barbecue in de berm hevig begint te roken, gaat al snel de grap dat ,,het een protestfakkel is van Batasuna”, ETA’s verboden politieke tak. En ook vandaag, als het peloton koers zet naar Vitoria, zullen langs het parcours spandoeken hangen die eisen dat gevangen ETA-leden dichter bij huis gedetineerd worden.

,,Natuurlijk, we zwaaien óók met de ikurriña om de rest van de wereld te laten zien dat hier een Europees volk woont dat zijn eigen land wil”, zegt de Baskische amateurrenner Javier Sánchez-Beaskoetxea. ,,Maar verder zouden we de politiek links moeten laten liggen. We moeten genieten.”

Markel, die met zijn vrienden een ETA-gevangenen-vlag heeft opgehangen, is feller. ,,De terugkeer van de Vuelta was niet onze keus. Ze wordt ons opgedrongen door de Baskische regering. Maar omdat we liefhebbers zijn van wielrennen boycotten we haar niet. Daarom zijn we ook hier. Niet omdat we onze onafhankelijkheidseis nu ineens afzwakken.”

Dat de Vuelta is teruggekeerd, is namelijk niet alleen een direct gevolg van de verzwakking van de ETA. Nog belangrijker was dat zich in 2009 een historische machtswisseling voltrok in Baskenland. Het regiopresidentschap kwam voor het eerst in handen van een niet-nationalist, de socialist Patxi López. Samen met niet-nationalistische burgemeesters van Bilbao en Vitoria besloot hij de Vuelta terug te halen.

Volgens López illustreert het dat de politieke situatie in Baskenland onder hem ‘normaliseert’. Zijn tegenstanders zien dit anders. Een kopstuk van de voormalige machtspartij PNV bagatelliseerde deze maand dat de Vuelta de afgelopen jaren wel vaker over buitenlandse, niet-Spaanse bodem voerde. Zo startte de koers een paar jaar geleden zelfs in Drenthe. Ook waren er demonstraties van de radicaal-nationalistische partij Bildu bij de grens met buurregio Cantabrië en bij de finish in Bilbao. Voor de renners uit reed daarom een indrukwekkend konvooi van tientallen politiebusjes en –motoren.

Javier Sánchez-Beaskoetxea stemde afgelopen mei op Bildu, maar het protest keurt hij af. ,,We moeten onze onafhankelijkheidsstrijd op een moderne, positieve manier voeren. Er spelen ook Baskische clubs in de Spaanse voetbalcompetitie. Waarom een uitzondering maken voor wielrennen?”

Santiago Vidaurrazga is dat met hem eens: ,,Ik denk dat we inmiddels wel kunnen zeggen dat we op dit punt te lang hebben dwarsgelegen.” Volgens de bouwvakker ,,zijn wij de Spanjaarden vandaag tegemoet gekomen. De volgende stap moeten zij zetten.” Hij sluit alleen al daarom uit dat Baskenland spoedig een volgende stap zet en ook de Spaanse nationale voetbalploeg weer verwelkomt. Zoals veel nationalisten wil hij eerst dat Baskenland, naar voorbeeld van Schotlanden Wales, een eigen team krijgt. ,,Spanje zal hier alleen welkom zijn om een interland tegen onze eigen nationale selectie te spelen.”