Er is juist hoop voor onze universiteiten

Steevast in kopgroep

De Nederlandse universiteiten zijn volgens Bastiaan Bommeljé ten dode opgeschreven (Opinie & Debat 3 september). Meermalen verwijst hij naar een landenrapport van de OESO uit 2007. Wat gedateerd, maar zou dat rapport de successen van universitair Nederland over het hoofd hebben gezien? Zo is Nederland tweede in de wereld als het gaat om productiviteit per wetenschapper. In de wereldwijde citatie-index bezetten we in absolute zin de negende plek. Het Duitse weekblad Die Zeit komt ieder jaar met een gezaghebbende ranking van het hoger onderwijs in Duitsland en omringende landen; opleidingen van Nederlandse universiteiten staan steevast in de kopgroep.

Wie een blik werpt op de conclusies uit het OESO-rapport wordt gerustgesteld: de Nederlandse universiteiten krijgen juist lof toegezwaaid! De universiteiten zijn in de kern gezond, hebben competent personeel en zijn goed ingebed in de samenleving, staat er letterlijk. De rapporteurs hebben een SWOT-analyse gemaakt, wat erop neerkomt dat ze per onderwerp (zoals de kwaliteit van onderwijs) sterke punten maar ook zwaktes en uitdagingen benoemen. Dit is in rapporten over andere landen niet anders. De toon van al deze rapporten staat wel haaks op die van Bommeljé: het oordeel is altijd evenwichtig en aan gemakkelijk scoren doen ze niet.

Rein de Wilde

Maastricht

Springlevend

Wat is er misgegaan tussen Bastiaan Bommeljé en de universiteiten dat hij zo’n rancuneus en slecht geïnformeerd stuk over hersendode universiteiten schrijft? De Nederlandse universiteiten zijn juist springlevend en behoren, ondanks dertig jaar bezuinigen, nog steeds bij de wereldtop. In elke ranking staan minstens tien Nederlandse universiteiten in de top-200. Rekening houdend met de omvang van de bevolking is Nederland daarmee wereldkampioen. Om ons te evenaren zouden Canada met 20, Engeland en Frankrijk met 40, Duitsland met 50, Japan met 100 en de VS zelfs met 200 universiteiten bij de eerste 200 moeten staan. Nederlandse wetenschappers leveren bijna 2 procent van de wereldproductie aan wetenschappelijke artikelen – ook daarmee leven de Nederlandse universiteiten dus ver boven hun stand.

En de Universiteit van Amsterdam is nooit, maar dan ook helemaal nooit van plan geweest op het Binnengasthuisterrein een bibliotheek te bouwen met twee veertig meter hoge torens. Ik kan het weten, want ik ben al meer dan veertien jaar directeur van de bibliotheek van de UvA. Het echte verhaal is dat er tien jaar geleden bij een ‘ontwerpwedstrijd’ een voorstel met twee torens is ingediend. De keus is toen echter gevallen op een ontwerp van Cruz y Ortiz, dat helemaal geen toren bevat.

Nol Verhagen

Bussum

Wetenschapper te huur

Als veteraan in de universitaire wereld heb ik meegesurft op de golven van bezuinigingen die sedert 1985 over de universiteiten heen zijn gespoeld en zag ik hoe bij elke golf een nieuwe lichting bestuurders aantrad om de gevolgen van die golf te beteugelen. Daarin leken ze effectief; een kwalificatie die mede werd bereikt door het stelselmatig negeren van de eigen kosten.

Intussen leven we inderdaad in een wereld waar wetenschap niet langer een doel is om na te streven. Niemand draait zijn hoofd nog om als er expliciet wordt gezegd dat er geld moet worden verdiend, en dat dat alleen nog maar kan door het verwerven van externe gelden. Omdat het gevecht om het grotere geld voor werkelijk fundamenteel onderzoek vaak minder (snel) iets oplevert dan het inzetten van medewerkers in veelal onwetenschappelijke projecten ter ondersteuning van ons bedrijfsleven, wordt steeds vaker gekozen voor het laatste. De managers hebben namelijk bedacht dat de ‘tekorten’ op het universitaire budget het best kunnen worden afgewenteld op de mensen die aan de basis staan van het universitair bedrijf. Door hen te verhuren aan derden en door met behulp van dat inkomen de restanten van het onderwijs te bekostigen. Bijna een echt bedrijf, ware het niet dat bedrijven zuiniger zijn op hun personeel.

Wat betreft studenten verschil ik van mening met Bommeljé. Op mijn universiteit zie ik vooral jongelui die zeer geïnteresseerd zijn in wat ze aan kennis krijgen aangeboden.

Er is wel degelijk hoop op verlossing. Maar die komt niet van de managers.

Job Honig

Universitair docent TU Delft