De VS werden niet anti-islam na 9/11

Nederland gooide sinds de aanslagen multiculturalisme het raam uit. De VS keerden terug naar de veiligheidsstaat van de Koude Oorlog. Maar het land is niet anti-islam geworden, stelt

James Kennedy.

De wereld is misschien niet compleet op zijn kop gezet sinds 9/11, maar we voelen de naschokken tot op de dag van vandaag. Hoewel de terroristische aanvallen plaatsvonden op Amerikaanse bodem, zijn de gevolgen in heel de westerse wereld voelbaar, ook in Nederland. Hoe hebben beide landen hierop gereageerd?

Zowel in Amerika als in Nederland lijkt de bevolking meer naar binnen gekeerd te zijn. Al snel na de aanslagen bemerkten Nederlandse opiniemakers dat hun land zich afsloot van de wereld en meer bezig was met navelstaarderij. Ook in de Verenigde Staten werd de neiging om het land hermetisch af te sluiten en te beveiligen tegen dreiging van buiten versterkt. Deze wat beduchte houding heeft aan beide kanten van de oceaan onder meer geleid tot een gegroeid wantrouwen jegens de islam. De PVV protesteert in Nederland tegen moskeeën en relateert de islam aan politiek geweld. Amerikanen protesteren tegen de ‘Ground Zero Moskee’, Republikeinse presidentiële kandidaten (Newt Gingrich en Herman Cain) twijfelen openlijk aan de loyaliteit van Amerikaanse moslims en enkele staten pogen shariawetgeving te verbieden. Zo zijn er belangrijke overeenkomsten in de ontwikkelingen aan beide kanten van de oceaan.

Toch kun je niet zeggen dat de effecten van 9/11 in beide landen vergelijkbaar zijn. Er zijn verschillen die terug te voeren zijn op hun nationale verleden. In plaats van te breken met de geschiedenis, heeft 9/11 de historische identiteit van beide landen versterkt en het verleden teruggebracht. In de Verenigde Staten is de supermacht uit de Koude Oorlog weer opgestaan, die met kracht om zich heen slaat om zijn vijanden te verslaan. Zowel het Amerikaanse buitenlandse beleid als de samenleving werd gemobiliseerd om te strijden tegen een vijand van wereldformaat. Het heeft geleid tot een decennium vol geweld voor Amerika, niet alleen door het bloedvergieten tijdens de terroristische aanslagen op eigen bodem, maar ook vanwege het verlies van soldatenlevens in deze War on Terror en – voor de Amerikanen die daar gevoelig voor zijn – de duizenden levens van onschuldige burgers die slachtoffer werden van het militaire geweld.

Met oog voor de Europese samenwerking in de strijd tegen terreur en met alle respect voor de Nederlandse militairen die zijn omgekomen in Afghanistan en het verdriet dat hun families is overkomen, zijn de gevolgen van 9/11 voor Amerikanen van een totaal andere orde dan voor Nederlanders. De Joint Special Operations Command – de militaire eenheid die Osama bin Laden doodde en potentiële terroristen op grote schaal oppakt en gevangenzet – is bijvoorbeeld sinds 9/11 in omvang geëxplodeerd. De Patriot Act gaf de overheid vergaande bevoegdheden om in de privésfeer van burgers binnen te dringen. Hoewel de bevoegdheden ondertussen enigszins zijn ingeperkt, zouden Nederlanders meer moeite hebben gehad met deze inbreuk op hun privacy.

9/11 leidde in Amerika dus tot een heruitvinding van de nationale veiligheidsstaat uit de tijd van de Koude Oorlog. Amerika is zestig jaar terug gegaan in de tijd; de globale oorlog tegen het communisme is vervangen door een globale oorlog tegen islamitisch terrorisme. „Er was een periode waarin we bang leken te zijn voor alles”, zei voormalige minster van Buitenlandse Zaken Colin Powell een maand geleden, „en we maakten sommige dingen als het krijgen van een visum voor het bezoeken van ons land of zelfs iets onschuldigs als het bezoeken van Disney World heel moeilijk.” De angst en grimmigheid die hij toen zag, lijken te zijn verminderd. Maar de mentaliteit en het beleid dat Amerikanen de afgelopen jaren hebben omarmd hebben dezelfde bipolaire kenmerken als het Amerika dat al enige decennia verleden tijd leek te zijn. Hoewel de wereld sterk is veranderd en er grotere bedreigingen zijn voor Amerika dan de radicale islam (groeiende macht van China, schuldencrisis), blijven zij zich richten op de dreiging van moslimterrorisme. Het lijkt een ingesleten gewoonte; eerst een monolitische vijand in het communisme, nu in de internationale islam.

Dit bipolaire denken was daarentegen niet zo invloedrijk in Nederland en in de rest van Europa. Ook de nationale veiligheidsstaat die na de Tweede Wereldoorlog in de VS opkwam, heeft hier nooit echt navolging gekregen. De terugkeer naar het verleden is in Nederland van een andere aard: een terugkeer naar een enkelvoudige, nationale cultuur. Nederland ging weer geloven in de waarde van zijn eigen geschiedenis en probeerde kenmerken van de Nederlandse identiteit te benoemen. Bewust werd afscheid genomen van het ideaal van de multiculturele samenleving en immigranten werden opgeroepen om zich aan te passen aan de Nederlandse cultuur. Deze beweging was al in gang gezet voor 9/11 – Paul Scheffer schreef zijn beroemde essay ‘Het multiculturele drama’ in januari 2000 – maar kwam in een stroomversnelling na en door 9/11.

Sarkozy en Merkel rekenden recentelijk af met het multiculturele ideaal, maar Balkenende en de Nederlandse politiek waren hen voor. Even leek het er in de jaren tachtig en negentig op dat het multiculturalisme in Nederland vaste voet aan de grond had gekregen. Het werd deel van een dominante ideologie, deel van het geestelijke meubilair van weldenkend Nederland. Maar zelfs in die schijnbaar relativerende tijd waren er bijbedoelingen. In het streven naar ‘behoud van eigen identiteit’ hoopten velen dat etnische minderheden zich via verzuiling en subsidiëring zouden emanciperen en transformeren tot mensen die net zo bevrijd waren als de Nederlanders zelf. Maar de twijfels over het succes van deze strategie, het ongeduld over gebrek aan resultaten en de onzekerheid namen toe.

Deze twijfels zijn niet door 9/11 veroorzaakt en zorgen over de integratie van immigranten waren niet exclusief gericht op het deradicaliseren van moslims, maar de aanvallen zorgden er wel voor, dat de plicht om in te burgeren een urgent thema werd. Je kreeg de indruk dat er een tikkende tijdbom onder de Nederlandse samenleving lag.

Het multiculturele ideaal is nog steeds springlevend in de Verenigde Staten, ondanks conservatieve kritiek. Het is waar dat de radicale islam binnen eigen grenzen velen verontrust en dat er allerlei organisaties zijn die moord en brand schreeuwen over de invloed van de islam in Amerika. Maar uit recent onderzoek blijkt dat die organisaties geen grassroots bewegingen zijn, maar gefinancierd worden door enkele rijke geldschieters. Amerika is nog steeds het land van immigranten. Dat hoort bij de cultuur. Zelfs Amerikaanse moslims spreken zich positief uit over de multiculturele samenleving. Het vieren van de diversiteit van Amerika blijft een krachtige impuls, hoe sterk conservatieven zich daar ook tegen afzetten. Moslims worden te vaak gezien als bedreiging voor de veiligheid, maar minder dan in Nederland als bedreiging van de cultuur.

Hoewel zowel in Nederland als in Amerika meer gevallen van discriminatie tegen moslims worden gemeld sinds 9/11 en de veiligheidsstaat in Amerika een scherp oogje in het zeil houdt bij moslimgemeenschappen, hebben de moslims in Amerika niet alleen vijanden, maar ook veel vrienden. Japans-Amerikaanse burgers houden hen de hand boven het hoofd, gemotiveerd door hun eigen ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen zij uit voorzorg opgesloten werden in kampen. Nederlanders willen in de samenleving nog wel opkomen voor de rechten van moslims, maar dat geluid is in de politiek sterk verzwakt. Het is in de politieke arena moeilijker geworden om de bouw van moskeeën en islamitische scholen te verdedigen. Dat politiek rechts zich hiertegen verzet is duidelijk. Maar ook de christen-democraten hechten niet langer aan hun verzuilde autonomie. En zelfs politiek links streeft naar behoud van verworven vrijheden en wil weinig ruimte geven aan onderdrukkende en ‘bekrompen’ ideeën van moslims. Wat dat betreft is de rainbow coalition in Nederland echt voorbij.

9/11 heeft de politieke en sociale visie van zowel Nederland als de Verenigde Staten vernauwd; beide landen zijn meer naar binnen gekeerd. Daarnaast betekenden de laatste tien jaar geen radicaal afscheid van het verleden, maar juist een terugkeer naar hardnekkige historische patronen. Uiteraard is dat niet louter negatief. Naties moeten zichzelf kunnen beschermen, kennis van de eigen identiteit en geschiedenis is wenselijk en de verplichte inburgering heeft immigranten ook veel goeds gebracht. Maar we moeten niet vergeten dat de wereld waarin wij nu leven is veranderd. Grensoverschrijdende problemen kunnen uitrijzen boven historische patronen die ons gevangenhouden. Deze patronen mogen daarom niet verhinderen dat wij met open vizier de toekomst tegemoet treden en deze problemen het hoofd proberen te bieden.

James Kennedy is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA. Hij werd geboren in Iowa.