De Hofstadgroep spreekt in NRC

Mohammed B. werd door de rechtbank in Amsterdam beschouwd als leider van de Hofstadgroep. Foto AFP / Marcel Antonisse

Ze waren veroordeeld als leden van een terroristisch netwerk. Inmiddels zijn zeven leden van de Hofstadgroep weer vrij, vier van hen zijn uitgezet naar Marokko. Hoe kijken ze terug op de jaren na 11 september 2001, hun keerpunt?

Jutta Chorus en Ahmet Olgun spraken met de leden van de Hofstadgroep.

Een groep jongens, de meesten van Marokkaanse afkomst, die vanaf 2003 bij elkaar kwam bij Mohammed B. thuis en die onder leiding van een geestelijk leider, Abu Khaled, radicaal islamitische denkbeelden uitwisselde. Abu Khaled verliet Nederland op de dag na de moord op Van Gogh en werd nooit meer gevonden. Jason W. en Ismaïl A. verschansten zich acht dagen later in een huis in het Haagse Laakkwartier en gooiden een granaat naar de politie.

Na de gewelddadige belegering van de woning worden dertien jongens gearresteerd. De rechter ziet hen als een criminele- en terroristische organisatie. Zij krijgen gevangenisstraffen tot vijftien jaar. Vijf jongens gaan vrijuit. In hoger beroep acht het gerechtshof in Den Haag niet bewezen dat de jongens deel uitmaken van een organisatie. In 2010 bepaalt de Hoge Raad dat het proces over moet. Het Amsterdamse gerechtshof oordeelt korte tijd later dat de groep wel degelijk een organisatie was van moslimterroristen. De uitspraak leidt niet tot hogere straffen. De straf van Jason W. wordt zelfs verlaagd tot dertien jaar. Van de zeven leden die inmiddels vrij zijn, werden vijf als ongewenst vreemdeling uitgezet. Of ze nu een verblijfsvergunning hadden of niet. Vier zijn naar Marokko gegaan, een naar Qatar.

Enkele citaten uit de interviews met de Hofstadleden

Fahmi

“Wat moest Nouredine met dat machinegeweer? Mede door hem hebben wij een hogere straf gekregen.” - Fahmi

“Op de dag dat Theo van Gogh werd vermoord, schrok ik heel erg. Ik had nooit gedacht dat Mohammed zo gevaarlijk was dat hij zijn plan zou uitvoeren. Ik ging om met de verkeerde jongens, gewelddadige jongens. Ik las de verkeerde boeken: boeken van islamitische geleerden die wilden dat ik het westerse systeem zou verwerpen en iedereen die ongelovig is. Ik las in die tijd ook: ‘Als iemand een kafir [ongelovige] is, moet je hem slachten’, maar dat is een theorie. Ik dacht aan mijn ouders, ik dacht aan mijn baas, de aannemer Ton Joorse. Die was geen moslim en toch een goede man.” - Fahmi

“Ik heb er spijt van dat ik in het huis van B. ben geweest. Ik was een puber. Ik had alles wat Abu Khaled zei serieus genomen, maar ik ben er nooit echt van overtuigd geweest. Ik voelde me gebruikt.” - Fahmi

“Veel moslims voelen zich in Nederland niet thuis. Wij zijn geïslamiseerd door Ayaan Hirsi Ali, Theo van Gogh en Wilders, maar vooral door haar. Door haar veranderden wij.” - Fahmi

Mohammed

Mohammed zat twee jaar en een paar maanden vast in De Zwaag in Hoorn.

“Op de dag van de moord legde ik een taaltoets af om het Nederlands paspoort te krijgen. Dat was ‘s middags om twee uur. Pas die avond hoorde ik op tv wat Mohammed B. had gedaan. Ik dacht nog: of de dader is gek of hij wil de islam in een kwaad daglicht stellen. Een paar dagen later werd ik op mijn werk, ik was chauffeur, gearresteerd.”

“Ik wil weer terug naar Nederland. Ik had een verblijfsvergunning. Mijn vader onderhoudt me. Werk is hier niet. Ik heb ook geen vak. Ik heb wel klussen gedaan, als schilder, als tegelzetter, maar allemaal tijdelijk.” - Mohammed

Nouredine

Over het machinegeweer dat hij op zak had:

“Ik was niet onderweg naar een aanslag, maar ik had dat geweer niet mogen hebben. Dat is verboden. Ik was in Nederland als gast, en ik deed dingen tegen de wet. Daar heb ik spijt van. Wij zeggen in het Arabisch: het geweten is de bewaarder van je hart. Ik heb in die tijd dingen gedaan tegen mijn geweten in.” - Nouredine

“Het was geen organisatie. De PvdA’er Ahmed Marcouch vergeleek de Hofstadgroep ooit met een bijbelkring. Het was niet alleen het geloof dat ons verbond. Het is een gevoel van saamhorigheid, gezelligheid, lotsverbondenheid. En als je samen bent, ga je ook naar de moskee.” - Nouredine

“Als B. die moord niet had gepleegd, waren wij niet opgepakt. Dan hadden ze niet gezegd: jullie zijn medeverantwoordelijk. We hadden ieder een eigen verantwoordelijkheid – ik wist niets van de plannen voor de moord. Het is wel zo dat het moslimextremisme een rol heeft gespeeld bij de opkomst van Wilders. Wij hebben met onze acties de samenleving en de moslimgemeenschap in Nederland schade toegebracht, de angst aangewakkerd. Ook ik ben daar verantwoordelijk voor.” - Nouredine

“De theorie van Wilders is te vergelijken met de Takfir-gedachte.” - Nouredine

Lees het volledige verhaal van de leden van de Hofstadgroep in NRC Weekend of in de digitale editie voor abonnees.

    • Marije Willems