De culturele elite wil niet elitair meer zijn

De oplossing kwam van Margriet van der Linden, hoofdredacteur van Opzij. De culturele elite moet een voorbeeld nemen aan het feminisme en zichzelf opnieuw uitvinden. Daarbij moet zelfrelativering („kijk jezelf in het kruis”) niet worden vermeden, en het opgeheven vingertje juist wel. Zo bestrijdt Opzij de afgelopen drie jaar het beeld van feministes als zure, lelijke vrouwen en zo moet de culturele elite nu zijn negatieve imago bestrijden, meent Van der Linden.

Het probleem was: Hoe moet de nieuwe elite eruit zien? En vooral: hoe bereik je dat het woord ‘elite’ niet meer als een verwijt klinkt? De vragen werden opgeworpen tijdens een symposium, gisteren en vandaag, in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar zo’n honderd belangstellenden op afkwamen. De bijeenkomst is tekenend voor de verwarring in de kunstwereld, die zich voortdurend in de hoek gezet voelt en een antwoord probeert te formuleren op de aanvallen.

„Dit is geen anti-Wilders symposium”, kondigde Hendrik Folkerts, curator publieksprogramma van het Stedelijk Museum aan. „We willen onderzoeken of ‘elite’ een achterhaald begrip is en of er daarom zo tegenaan wordt geschopt.” Ann Demeester, directeur van kunstinstelling De Appel en mede-initiatiefnemer, wees op de paradox dat de bijeenkomst een rationeel antwoord is op politieke onredelijkheid. „Het vergiftigde politieke klimaat kun je niet bestrijden met rede.” Kunst moet juist kiezen voor de irrationaliteit. „We hebben perfidere vormen nodig, zoals satire met kritische voetnoten erin verpakt.” Een moderne versie van de hofnar dus.

Uit de zaal kwam de oproep om helemaal niet bezig te zijn met een antwoord op „anti-elitarisme”, maar met de vaak onbegrijpelijke taal in de kunstwereld. „Er wordt te vaak vakjargon gebruikt.” Dit kreeg bijval van hoofd collecties van het Stedelijk Museum, Margriet Schavemaker: „Moderne kunst is complex; we moeten het toegankelijk maken, het gat dichten tussen kunst en publiek.” Ze had het zich aangetrokken dat Joost Swanborn onlangs in deze krant van leer trok tegen onbegrijpelijke teksten („potsierlijke vaagtaal”) die tentoonstellingen in het Stedelijk begeleidden. „We zullen teksten hebben die kunst superbegrijpelijk maken als we – hopelijk – open gaan volgend jaar.”

Voor Ann Demeester is het symposium geslaagd als de discussie wordt vervolgd. „Nu zitten we in de beschutte werkplaats van het museum. Het debat moet buiten doorgaan.”