'Buitenlanders zijn de dupe van opgerekte overheidsbevoegdheden'

In de jaren na 11 september werden overal bevoegdheden voor terrorismebestrijding uitgebreid. In Nederland was de overheid nog terughoudend, zegt Beatrice de Graaf.

Na 9/11 kwam Nederland in de greep van het veiligheidsdenken. Regels werden aangescherpt, bevoegdheden verruimd. Daarmee zijn successen geboekt en fouten gemaakt. Terrorismenetwerken zijn opgerold, maar menig onschuldige vreemdeling werd onnodig gebruuskeerd.

Beatrice de Graaf is als terrorismedeskundige verbonden aan de Universiteit Leiden en onderzoekt het Nederlandse veiligheidsbeleid. Zij maakt een voorlopige balans op.

De Nederlandse politiek kwam pas in beweging na de bomaanslagen van 11 maart 2004 in Madrid, toen de terreurdreiging dichterbij kwam. „Madrid”, zegt De Graaf, „was de aftrap voor allerlei nieuwe wetgeving, de oprichting van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en de Dienst Speciale Interventie-eenheden (DSI), de zwaarste jongens als het gaat om arrestaties.

„In 2003 en 2004 waren leden van twee terreurnetwerken opgepakt, maar die moesten worden vrijgelaten omdat AIVD-informatie niet mocht worden gebruikt in de rechtszaal. De nieuwe Wet Terroristische Misdrijven van augustus 2004 maakt dat wel mogelijk. Gegevens worden nu ook gekoppeld via de nieuwe CT-Infobox (CT staat voor contraterrorisme). Dat betekent dat de FIOD, de IND, de politie en de AIVD in één ruimte in elkaars computer kijken en informatie uitwisselen over een zaak.”

Burgemeesters hebben nieuwe bestuurlijke bevoegdheden gekregen. De Graaf: „Zij mogen nu op grond van een aanwijzing voor een bedreiging van de openbare orde iemand een gebiedsverbod opleggen. Of een persoonsverbod: hij of zij mag dan niet bij een ander in de buurt komen. Of ze mogen iemand een vorm van huisarrest geven met een meldingsplicht bij de politie. Dat is geen strafrechtelijke, maar een bestuurlijke kwestie. Je kunt dus niet zomaar naar een rechter stappen.”

Zijn die nieuwe mogelijkheden gretig gebruikt?

„De overheid heeft ze heel terughoudend toegepast. De piek van de maatregelen lag tussen 2004 en 2006 – met name door de Hofstadgroep en de moord op Theo van Gogh. Sinds 2004 zijn circa 161 terrorismeverdachten aangehouden; de DSI is zo’n 15 keer ingezet. Van de arrestanten zijn er ongeveer 29 veroordeeld, van wie het merendeel is vrijgesproken. Zeven zijn veroordeeld, drie zitten nog vast. De burgemeesters zijn voorzichtig omgegaan met verstoring door de politie op basis van de nieuwe mogelijkheden. Ook rechters zijn er heel voorzichtig mee. En de Eerste Kamer heeft de Wet Verruiming Bestuurlijke Bevoegdheden teruggefloten.”

Wat zijn de schaduwkanten van dat vergrote arsenaal?

„De macht op het gebied van veiligheid is opnieuw verdeeld en daardoor zijn ‘kleine soevereinen’ ontstaan: IND-bureaucraten, beveiligingsdirecteuren, Schipholwachten, burgemeesters. Officieren van justitie hebben meer bevoegdheden gekregen. Nu mag het landelijk parket meteen zeggen: zet maar DSI in. Daar hoeven ze de minister niet meer voor uit bed te bellen.

„sommige gevallen gaan wel erg ver. De zaak van de Nigeriaanse activist Sunny Ofehe vind ik heel opmerkelijk. Die zit hier al tien jaar. Wie heeft bedacht om hem te vervolgen als terrorist? Het OM? Waarom? Als je wilt, als kleine soeverein, kun je je bevoegdheden heel ver oprekken. En wie worden daar de dupe van? Bepaalde groepen: illegalen, buitenlanders, immigranten die in Schiphol en Eindhoven voortdurend niet door de controle komen, door alle lijsten en checks. Dat is een schending van het antidiscriminatiebeginsel. De Nationale Ombudsman heeft zijn handen vol aan klachten over ongelijke of onfatsoenlijke behandeling, bij controles, bij handhaving van de identificatieplicht, bij invallen.”