Arnon Grunberg en waar wij lezers zo verzot op zijn

Een even overweldigende als inzichtrijke ervaring is het om bij de herdenking van 9/11 (NRC Weekend, 3 september) de bijdrage van Arnon Grunberg te mogen lezen.

Het gemak, ja, de superieure souplesse waarmee hij in een argumentatie die luciditeit paart aan onweerlegbaarheid, het ritueel slachten, de pornografische beeldcultuur, ons aller heimelijk verlangen naar vernietiging, de verplaatsing van de productie naar derdewereldlanden, het internationale terrorisme in relatie tot westerse staten en hun bevolkingen, de versmelting van informatie en vermaak als ook van feit en fictie – plus nog zo’n paar kleinigheden – met elkaar in één groots visionair en adembenemend verband weet te brengen, uitmondend in de inderdaad onaantastbare stellingname dat die inmiddels volkomen in onze harde economie geïntegreerde terroristen hun bloedige verrichtingen eigenlijk als theatervoorstellingen opvoeren om onze hang naar geweldspornografie te bevredigen; het is alles bij elkaar van een weergaloze diepzinnigheid, eigenlijk te machtig voor zelfs de geschoolde krantenlezer.

Gelukkig onderstrepen de vette kop Bloed is bloed, dood is dood en de kwartpaginagrote foto van de man die langs de kantlijn van de krant zijn onontkoombare dood tegemoet valt, meer dan voldoende de ‘urgentie’ van Grunbergs inzichten: alles tezamen een waar esthetisch genot.

Precies de geweldspornografie waar wij volgens Grunberg zo verzot op zijn.

J. Huijnink

Krimpen aan den IJssel