Wolfsen hielp zijn imago rap om zeep

Als burgemeester van Utrecht brengt Aleid Wolfsen zichzelf steeds in de problemen. In de Tweede Kamer werd hij nog geroemd als slim en stabiel.

Burgemeester Aleid Wolfsen (PvdA) had vannacht twee keuzes: zichzelf verdedigen tegen beschuldigingen dat hij weinig daadkrachtig had gehandeld, of het hoofd buigen. Het werd een combinatie van beide. Wolfsen maakte excuses en gaf toe dat er fouten zijn gemaakt. Maar, zei hij ook: men moest niet vergeten dat er ook een hoop góéd is gegaan in de kwestie rond homostel Hans en Ton. De burgemeester die zichzelf vol verve verdedigt: Aleid Wolfsen ten voeten uit.

Hij wist zo vannacht het raadsdebat te overleven over de kwestie rond Hans van Gemmert en Ton Daalhuizen. De twee mannen verhuisden vorig jaar uit de Utrechtse wijk Terwijde, na bedreigingen en pesterijen wegens hun seksuele geaardheid. De raad verwierp zowel een motie van afscheid als een motie van afkeuring.

Wolfsen verdedigde zijn optreden en noemde zichzelf een burgemeester die „altijd is opgekomen voor de belangen van slachtoffers”. Hij zei vanaf dag één betrokken te zijn geweest bij deze problematiek. Hij zei dat hij wekelijks spreekt met slachtoffers, en dat hij in zijn periode als Tweede Kamerlid „een heleboel heeft gedaan om de belangen van slachtoffers in Nederland te behartigen”.

Die laatste opmerking viel verkeerd bij verschillende raadsleden. Gerda Oskam (D66), die geen verslag hoefde „van alles wat goed is gegaan”. Vincent Oldenborg (Stadspartij Leefbaar Utrecht) wenste dat Wolfsen in de Tweede Kamer was gebleven.

Misschien schoot die gedachte ook wel door het hoofd van Aleid Wolfsen zelf. Want als Tweede Kamerlid, dat was hij van 2002 tot 2008, stond hij bekend als dé juridische expert in het parlement, een stabiele en gedegen persoonlijkheid. Kamerleden die met hem samenwerkten, typeerden hem destijds als een vasthoudend parlementariër met enorme dossierkennis. Een man met een sterk rechtvaardigheidsgevoel, die ook nog eens aandacht had voor de belangen van de burger. Vlak voordat hij burgemeester werd, kreeg Wolfsen nog een initiatiefwet door de beide Kamers, die gemeenten moest aansporen sneller te antwoorden op vragen van burgers.

Als burgemeester wist Wolfsen dat imago rap om zeep te helpen. In 2009 kwam hij in opspraak, nadat hij huis-aan-huisblad Ons Utrecht had gedwongen om een artikel niet te plaatsen.

Na een flinke rel in de gemeenteraad bood Wolfsen zijn excuses aan, maar dat hielp ook toen al niet meer. Het beeld van een burgemeester die vooral met zichzelf in plaats van met Utrecht bezig was, was toen al ontstaan.

Misschien ging het mis omdat Wolfsen ook ijdel is, en perfectionistisch, zoals Kamerleden hem omschreven. Een opmerking van Kamerlid Jan de Wit (SP) van toen is nu nog actueel: „In Utrecht krijgt Wolfsen ineens van alles over zich heen, en gaat het ook om zijn persoonlijk functioneren. Ik denk dat hij als reflex in de verdediging schiet.”