We zijn allemaal een beetje seksverslaafd

Filmer/kunstenaar Steve McQueen maakte met Shame een film over de treurigheid van seksverslaving.

„Films moeten iets zeggen over levens van mensen nu.”

Steve McQueen op het filmfestival van Venetië. "Al onze levens zijn door internet veranderd." Foto AFP Director Steve McQueen laughs as he poses during a photocall for his film "Shame" at the 68th Venice Film Festival September 4, 2011. REUTERS/Alessandro Bianchi (ITALY - Tags: ENTERTAINMENT HEADSHOT)
Steve McQueen op het filmfestival van Venetië. "Al onze levens zijn door internet veranderd." Foto AFP Director Steve McQueen laughs as he poses during a photocall for his film "Shame" at the 68th Venice Film Festival September 4, 2011. REUTERS/Alessandro Bianchi (ITALY - Tags: ENTERTAINMENT HEADSHOT) REUTERS

„Kijk”, zegt de Britse regisseur Steve McQueen, „de eerste keer dat ik het begrip seksverslaving tegenkwam, schoot ik zoals de meeste mensen in de lach. Totdat je beseft dat het gaat om mensen die voortdurend, elk uur van de dag dwangmatig bezig moeten zijn met seks. Dan is het ineens niet grappig meer.”

McQueens nieuwe film Shame, die deze week op het filmfestival van Venetië met een ovationeel applaus (en incidenteel boegeroep) is ontvangen, is een confronterend, maar ook humaan portret van de seksverslaafde New Yorker Brandon, gespeeld door Michael Fassbender, met wie McQueen eerder zijn veelgeroemde debuutfilm Hunger maakte. Als Brandon zijn ontredderde zus Sissy (Carey Mulligan) onderdak moet bieden, blijkt dat hij nauwelijks meer met langdurige relaties overweg kan, zo ingesteld is hij geraakt op de onmiddellijke bevrediging van zijn behoeften: als hij geen seks heeft, is hij aan het zoeken naar seks of naar seks aan het kijken op internet.

Dat laatste is cruciaal. Shame biedt meer dan de geschiedenis van een ziektebeeld, de film wil ook nadrukkelijk iets zeggen over de wereld van nu. „We zijn allemaal een beetje zoals Brandon”, zegt McQueen. „Al onze levens zijn door internet veranderd. Toen ik opgroeide was porno alleen te verkrijgen op de bovenste plank bij de sigarenboer. Als je in de winkel kwam om snoep te kopen, keek je schichtig omhoog naar die bovenste plank. Zo groot was de afstand tot pornografie toen. Als er een man binnenkwam om een seksboekje te kopen, deed hij dat heimelijk. Vergelijk dat eens met hoe alom aanwezig pornografie tegenwoordig is, en hoe kinderen nu opgroeien.”

Toch slaat de titel niet op die ouderwetse schaamte van de besmuikte pornoconsument, maar op een hedendaagse variant. „Voordat ik het scenario begon te schrijven, heb ik veel interviews gedaan. In die gesprekken keerde steeds de schaamte terug die mensen voelen, nadat ze een hele dag hebben toegegeven aan hun verslaving aan internetporno, of waar ze dan ook aan verslaafd zijn. De manier om dat gevoel kwijt te raken, is voor hen om zich opnieuw helemaal onder te dompelen in de roes van hun verslaving.”

McQueen zegt nooit bevreesd te zijn geweest de wereld van de snelle seks van jonge, welvarende New Yorkers te veel te laten glanzen. „Nee, echt niemand die deze film ziet wil Brandon zijn. Je kunt hoogstens medelijden met hem hebben.” Maar hoe heeft hij voorkomen dat de film net zo afstompend werkt als de afgestompte wereld die hij wil verbeelden? „De beste muziek die ik ken is de blues. Blues is heel verdrietig, en tegelijk heel mooi, zo mooi dat het pijn doet. Zoiets heb ik ook met deze film proberen te bereiken.”

Vooruit, de inzet van de film – die wellicht op een iets te schematische manier echt contact en familiebanden plaatst tegenover vluchtige behoeftebevrediging – wil McQueen best moreel noemen. Maar een moralist is hij niet. „Brandon weet ook wel wat het goede is en hij zou dat ook best willen doen. Alleen lukt het hem niet ernaar te handelen. Dat geldt voor ons allemaal. We willen allemaal afvallen, maar we vinden het ook moeilijk om die koekjes te laten staan.”

McQueen wil met zijn films nadrukkelijk iets zeggen over de wereld zoals die nu is. „Ik zie mezelf heus niet als de redder van de cinema. Maar ik denk wel dat, als cinema wil overleven, films iets moeten zeggen over de levens van mensen nu, met thema’s waar mensen over kunnen doorpraten, die debat opleveren. Dat moeten we niet alleen overlaten aan de makers van televisieseries als The Wire en Breaking Bad. Ik vind dat belangrijk, want film is voor mij nog steeds een heel krachtige kunstvorm, waarmee je in anderhalf uur een wezenlijke ervaring kunt overbrengen.”