'Vier vliegtuigen! God is groot!'

Na de aanslagen van 9/11 toonden de media juichende moslims. Toch was de islamitische wereld net zo verward als het Westen. „Niet alle moslims zijn terroristen, maar pijnlijk blijft dat bijna alle terroristen wel moslim zijn.”

GRAPHIC CONTENT Local residents clean a mosque after a suicide bomb attack in the town of Jamrud, 25 kilometres (16 miles) from Peshawar on August 19, 2011. A suicide bomber hit a Pakistani mosque during Friday prayers, killing at least 43 people and wounding more than 100 others in the tribal district of Khyber, officials said. The Khyber bomb exploded after more than 500 people had packed into the mosque in the town of Jamrud, 25 kilometres (16 miles) from Peshawar, the main city in the northwest where most of the violence in Pakistan is concentrated. AFP PHOTO / A. MAJEED
GRAPHIC CONTENT Local residents clean a mosque after a suicide bomb attack in the town of Jamrud, 25 kilometres (16 miles) from Peshawar on August 19, 2011. A suicide bomber hit a Pakistani mosque during Friday prayers, killing at least 43 people and wounding more than 100 others in the tribal district of Khyber, officials said. The Khyber bomb exploded after more than 500 people had packed into the mosque in the town of Jamrud, 25 kilometres (16 miles) from Peshawar, the main city in the northwest where most of the violence in Pakistan is concentrated. AFP PHOTO / A. MAJEED AFP

Behalve het Armageddon in Manhattan is er nóg een beeld blijven hangen van 11 september 2001. Een beeld van euforie.

Het nieuws van de aanslagen wekt de inwoners van Gaza ruw uit hun middagslaap. AFP-verslaggever Selim Saheb Ettaba gaat de straat op en het eerste wat hij ziet is een taxichauffeur die luid toeterend met het portierraampje open voorbij rijdt. De man wijst naar de hemel en roept: „Vier vliegtuigen! God is groot!”

Het was de gelijktijdigheid, in split screen, van die twee beelden – ontreddering in New York en euforie in Gaza – die de kortsluiting veroorzaakte. Het verband was gelegd.

Wat Samuel Huntington – die al in 1993 een ‘botsing der beschavingen’ voorspelde – met zijn betoog niet voor elkaar kreeg, lukte Osama bin Laden met een paar Boeings: de schepping van het nieuwe vijandbeeld na de Koude Oorlog. Kijk maar, wij zijn in diepe rouw gedompeld en de vijand viert feest. De vijand? Ja, geloofsgenoten van de onverlaten die, met de naam van Allah op de lippen, vliegtuigen in de heiligdommen van het Vrije Westen boorden.

Moslims moesten zich overal verantwoorden. Waar was jij, muzelman, toen onze torens vielen, en wat ging er door je heen?

George W. Bush verklaarde de oorlog. Niet aan de islam, nee, aan lieden die ‘de islam misbruiken voor terreurdaden’ en ‘die onze manier van leven, onze vrijheid en onze democratie haten’.

De Saoedische prinsen die op 9/11 in de Verenigde Staten waren – met veel waardering voor de Amerikaanse way of life, maar niet voor vrijheid en democratie – werden fluks het land uit geloodst. Binnen luttele maanden zaten de kooien in Guantánamo Bay vol moslims. En de onverlaten werden ook opgejaagd waar ze niet zaten: in Irak. Amerika was niet in oorlog met de islam, maar wel met heel veel islamieten.

En Nederland ging in debat. Want ook wij hadden een Gaza: een peiling van het multiculturele tijdschrift Contrast, in september 2001. Van 426 ondervraagde Nederlandse moslims zei 36 procent dat ze zich de vreugde van sommige geloofsgenoten na 9/11 konden voorstellen; 47 procent toonde veel ‘begrip’ voor de aanslagen en 20 procent ‘een beetje’. En dat hebben ze geweten, de Marokkaanse en Turkse jongeren die de moed hadden het woord te voeren in het ‘islamdebat’. Het was niet langer bon ton moslims ‘in hun waarde te laten’. Nee, ze werden keihard geconfronteerd met aspecten van hun religie of het gedrag van radicale geloofsgenoten. Dat heeft wel iets opgehelderd, maar veel ook niet.

Het loont de moeite te zoeken naar een verklaring voor zowel ‘Gaza’ als ‘contrast’. Tariq Ramadan, de Zwitserse moslimgeleerde die een tijd doceerde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, wijst vanuit Londen op de context, het Israelisch-Palestijnse front: „De mensen in de straten van Gaza en Egypte waren niet opgetogen over wat duizenden onschuldige burgers was aangedaan. Het was geen bloeddorst. Hun primaire emotionele reactie was: nu is het jullie beurt; nu ervaren jullie ook eens wat het betekent doelwit te zijn. Het is een reactie van mensen die zich slachtoffer voelen. Interessant is dat Israël precies hetzelfde zei: nu weten jullie, Amerikanen, zelf wat het is om onder vuur te liggen van Arabische terroristen.”

Maurits Berger, Leids hoogleraar ‘islam in het hedendaagse Westen’, formuleert het iets anders: „Zeker in de Arabische wereld waren de reacties op 11 september die van de underdog met een negatief zelfbeeld. Vandaar een zeker ongeloof: waren wij hiertoe in staat? Het gaf een bijna voldaan gevoel. In Zuid-Amerika hoorde je overigens net zulke reacties: krijgen die gringo’s ook eens op hun sodemieter. Ook daar had het iets rancuneus.”

Gaat die psychologische verklaring ook op voor Nederlandse moslims, ver van ‘het front’? Berger: „Tot op zekere hoogte. Moslims in Nederland keurden de aanslagen af, maar veel van hen komen uit landen waar terreur en onrecht heerst, en vinden het onterecht dat alle aandacht uitgaat naar deze ene aanslag. Daar komt bij dat de moslims in Nederland werden aangesproken op 9/11 – ‘wat vind jij daar als moslim nou van?’ – en dat heeft enorm veel irritatie gewekt omdat zij opeens werden vereenzelvigd met die idioot uit Tora Bora.”

Wat in ‘het debat’ hier te lande weinig aandacht heeft gekregen was de reactie van de islamitische clerus op 9/11. De lijst van schriftgeleerden die de aanslagen hebben veroordeeld is indrukwekkend. Abdul Aziz Al-Shaykh, grootmoefti van Saoedi-Arabië. Mohammed Sayed Tantawi, grootimam (sjeik) van Al Azhar (Egypte), de hoogste geestelijke gezagsdrager van de soennitische islam. Kuftaro, de grootmoefti van Syrië. Ayatollah Imami Kashani – hij organiseerde een minuut stilte in een Iraans voetbalstadion. Mohammad Fadlallah, tot zijn dood in 2010 de geestelijke leider van de sji’itische Hezbollah in Libanon. En ook de populaire internetprediker Yusuf al-Qaradawi, een Egyptische Moslimbroeder die toen in ballingschap leefde in Qatar.

Deze theologen veroordelen niet de zelfmoordaanslagen als zodanig. Berger: „Dat zou een pacifistische opstelling betekenen en daarvoor is ‘vechten tegen onrecht’ te belangrijk in de islam. Kijk, zelfmoord mag niet, dat is een zonde. Sneuvelen in een rechtvaardige strijd mag natuurlijk wel, want dat is martelaarschap. Maar mag je dit martelaarschap opzoeken? Afhankelijk van het hogere doel is dat toegestaan, mits het niet leidt tot burgerslachtoffers. Aanslagen tegen militaire doelen in het kader van een zelfverdedigingsoorlog worden in het algemeen wel goedgekeurd. Yusuf Al-Qaradawi maakt echter een uitzondering voor Israël, want, zegt hij, daar zijn alle burgers militairen.”

Lastig is dat die uitgangspunten wel min of meer duidelijk zijn, maar dat allerlei mensen, zoals Osama bin Laden, er mee aan de haal gaan. Die zeggen: wij weten heus wel wat een rechtvaardige oorlog is en wie een legitiem doelwit zijn. En dan ontspoort het.

Berger: „Al-Qaeda in Irak zegt: alle burgers die met de bezetter samenwerken, horen bij het militaire apparaat, en zijn geen burgers meer. En op het moment dat Iraakse moslims samenwerken met de Amerikaanse bezettingsmacht zijn het ook geen moslims meer, maar afvalligen. Het ligt er maar aan wie het oor van de gemeente heeft.”

Om een einde te maken aan deze verwarring hebben machthebbers in de islamitische wereld de afgelopen tien jaar strakke lijnen getrokken. Geheime diensten pakten moslimradicalen keihard aan. Staat en clerus gingen meer dan ooit in kongsi om de ‘juiste islam’ op te leggen en radicale dwalingen te onderdrukken. De Saoediërs blinken inmiddels uit in het hersenspoelen van gedetineerde radicalen. Kortom: na 9/11 is het Westen op zijn wenken bediend.

Maar de islamitische wereld reageerde op 9/11 niet alleen met veroordelingen en repressie, ook met ontkenning. Berger: „Dat hoor je vaak: wat die lui met die vliegtuigen hebben gedaan heeft natuurlijk niks met de islam te maken. De echte islam is… en dan volgt een litanie van hooggestemde idealen en mooie eigenschappen.” Zo wordt het geweld van Al-Qaeda buiten de wereld van de islam geplaatst. ‘Dat’ zijn immers geen moslims.

Los van de leer moet het toch pijn doen dat deze lieden uit de eigen samenleving, uit het eigen dorp, de eigen familiekring komen. Hoe is dat mogelijk? Een enkeling durft deze vraag op te werpen, zoals de Saoedische journalist Abdel Rahman al-Rashed, manager van de zender Al-Arabiya. Hij schreef in 2001 in de krant Asharq Al-Awsat (‘Het Midden-Oosten’):

„Het is een feit dat niet alle moslims terroristen zijn, maar het is ook een uitermate pijnlijk feit dat bijna alle terroristen moslims zijn. De gijzelnemers van de kinderen in Beslan waren moslims. De gijzelnemers en moordenaars van de Nepalese arbeiders in Irak waren ook moslims. De meerderheid van degenen die zelfmoordaanslagen pleegden op bussen, scholen, huizen en gebouwen in de hele wereld waren moslims. Zegt dit iets over onszelf, onze samenlevingen, onze cultuur?

„We kunnen in ons midden geen lieden tolereren die journalisten ontvoeren, burgers vermoorden, bussen opblazen. We kunnen hen niet aanvaarden als verwanten. Zij zijn de mensen die de islam hebben besmeurd en zijn aanzien hebben bezoedeld. Wij kunnen onze namen alleen zuiveren als we het beschamende feit onder ogen zien dat terrorisme een islamitische onderneming is geworden; een bijna exclusief monopolie uitgeoefend door moslims en moslima’s.”

Een dergelijke vorm van introspectie vereist zelfvertrouwen, en daar heeft het lang aan ontbroken. Tariq Ramadan: „In landen met een islamitische meerderheid zijn we eraan gewend geraakt onszelf als slachtoffers te zien. Dat is de emotionele reactie van onze tijd en die houdt niet per se verband met de islam. Als je wordt gedreven door emoties en angst, als het onderwijs schromelijk tekortschiet en het beeld leeft van een permanente botsing met het Westen, is het eenvoudig de ander de schuld te geven. Het is de simpelste manier om je eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Veel mensen in het Midden-Oosten en elders in de islamitische wereld denken: ze moeten ons niet.”

Volgens Ramadan heeft de Arabische Opstand deze slachtoffermentaliteit voor het eerst doorbroken en het gevoel teruggebracht dat men zijn lot in eigen hand heeft. „Het is nog lang niet voorbij, de problemen zijn groot, maar er is iets veranderd in het zelfbeeld ginds. Kijk naar wat er is gebeurd. Osama bin Laden en zijn netwerk zijn het negatieve spiegelbeeld van de Arabische Opstand. Hij en zijn gewelddadige minderheid doodden onschuldige mensen en faalden. Moslims in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gingen geweldloos de straat op, en in Tunesië en Egypte hadden zij succes. Ook dit is de islam. Deze mensen zijn ook moslims. En zij zijn met miljoenen. Zo spelen zij weer zelf de hoofdrol in hun eigen geschiedenis.”