Tamils wantrouwen vrede in Sri Lanka

Tienduizenden Tamils zijn naar India gevlucht tijdens de strijd in Sri Lanka, die in 2009 op bloedige wijze eindigde. Ze mogen terug, maar zijn ze in India niet veel beter af?

People from the Indian state of Tamil Nandu and activists from the Marumalarchi Dravida Munnetra Kazhagam (MDMK) party hold placards and a toy tiger during a protest against Sri Lankan President Mahinda Rajapaksa in New Delhi on August 12, 2011. Around 1,500 protesters staged a rally near the Indian parliament against alleged human rights abuses in Sri Lanka, and demanded the United Nation and Indian government take action against Rajapaksa concerning the alleged killings and abuses of thousands of Tamil civilians in Sri Lanka during the last phase of the conflict that ended in May 2009. AFP PHOTO/ RAVEENDRAN
People from the Indian state of Tamil Nandu and activists from the Marumalarchi Dravida Munnetra Kazhagam (MDMK) party hold placards and a toy tiger during a protest against Sri Lankan President Mahinda Rajapaksa in New Delhi on August 12, 2011. Around 1,500 protesters staged a rally near the Indian parliament against alleged human rights abuses in Sri Lanka, and demanded the United Nation and Indian government take action against Rajapaksa concerning the alleged killings and abuses of thousands of Tamil civilians in Sri Lanka during the last phase of the conflict that ended in May 2009. AFP PHOTO/ RAVEENDRAN AFP

De noodtoestand in Sri Lanka is opgeheven. Twee jaar na de militaire overwinning op de Tamil Tijgers en de liquidatie van hun leider Prabhakaran in mei 2009 is het land weer een normale democratie, zei president Mahinda Rajapaksa twee weken geleden, toen hij het besluit aankondigde.

De formele opheffing van de noodtoestand zou een stimulans moeten zijn voor de terugkeer van de vele tienduizenden Tamils die het land in de loop der jaren voor het geweld zijn ontvlucht. Maar de meesten van hen piekeren er nog niet over om terug te keren. Te gevaarlijk. Te onzeker. En: zouden ze niet veel beter af zijn waar ze nu zitten?

De burgeroorlog in Sri Lanka eindigde in 2009 op bloedige wijze. In de laatste maanden kwamen tienduizenden burgers om het leven, voornamelijk Tamils, en maakte het regeringsleger zich volgens de Verenigde Naties schuldig aan ernstige mensenrechtenschendingen. De Tamils moeten er maar op vertrouwen dat deze episode uit de recente geschiedenis, die de wereldgemeenschap schokte, met de verzekering van de president voorbij is.

Neem Nagapodrani (42). Ze wil wel, maar ze gaat niet. Het is nog te gevaarlijk, waarschuwden haar zusters en moeder haar onlangs door de telefoon. Nagapodrani en haar gezin ontvluchtten vier jaar geleden hun dorpje in Vanni, in het overwegend door Tamils bewoonde noorden van Sri Lanka. In een bootje maakten ze stiekem de overtocht naar Tamil Nadu, in het zuiden van India.

Meer dan honderdduizend Tamils uit Sri Lanka hebben daar de afgelopen jaren een veilig heenkomen gezocht. De meesten, zo’n 74.000, zijn ondergebracht in een van de ruim honderd vluchtelingenkampen in de deelstaat. De regering van Tamil Nadu geeft hen een kleine maandelijkse toelage, ze mogen in de omgeving werk zoeken. Sommigen wonen er al bijna drie decennia.

Volgens UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, zijn in de eerste helft van dit jaar ruim duizend Tamils teruggegaan. Bijna drieduizend zouden dat overwegen. Maar het merendeel wacht af. Militarisering van het noorden en berichten over aanvallen op vrouwen door gemaskerde groepen schrikken af. Los van het gegeven dat veel dorpen zijn vernield. „We vertrouwen Rajapaksa niet. Onder de Tamil Tijgers was het veiliger”, zegt Nagapodrani. Volgens de president mag er dan vrede zijn in Sri Lanka, maar veel vluchtelingen vragen zich af of die vrede er ook voor hen is, en of ze wel echt welkom zijn.

Nagapodrani woont met haar man en twee zonen in een kamp in Salem, in het midden van Tamil Nadu. Maar nu is ze op bezoek in Kumpudipunji. In dat kamp woont haar dochter Chandrakala die net is bevallen van haar tweede kind. „Sri Lanka is ons land. Als het veilig is, gaan we zeker terug”, zegt Nagapodrani. Haar dochter kijkt glimlachend toe. Maar het is geen echte glimlach. Haar neef werd vier jaar geleden voor haar ogen doodgeschoten. „Ze is bang”, zegt haar moeder. „Ze is gelukkig hier en zou het liefst blijven. Haar man heeft een baan als chauffeur.”

Het dilemma verscheurt veel gezinnen. De oudere generatie verlangt terug naar het land van herkomst. De jongeren, als kind naar Tamil Nadu gekomen of hier geboren, zitten op school of hebben een baantje gevonden. Ze vragen zich vertwijfeld af of ze wel een toekomst hebben in een verwoest land.

Krishnakumari heeft haar besluit al genomen. Binnenkort krijgt haar gezin van de UNHCR een vliegticket naar Sri Lanka. „Ik ben blij”, zegt ze opgewekt bij de lagere school bij het vluchtelingenkamp in Kumpudipunji. Ze was achttien toen ze met haar ouders uit Jaffna, de hoofdstad van het Tamil-noorden in Sri Lanka, naar India kwam. Nu is ze 33, haar oudste zoon is vijftien. Maar waarom is ze blij? Ze aarzelt. „Mijn man wil terug naar zijn ouders. En wat hij zegt, is goed”, antwoordt ze dan met een spottende blik. „Ik heb gezegd dat hij alleen moet gaan. Maar dat wil hij niet. En dat is ook goed.”

Ook Anandrooby (41) heeft zich bij de UNHCR gemeld. Binnenkort zal ze haar zoontje van elf van school halen om terug te keren naar haar geboortestad Vavuniya. Ze is weduwe. Op een dag in 2003, of in 2002, kwam haar man niet thuis van zijn werk. Doodgeschoten? Door wie? „Nee, hij behoorde niet tot de Tamil Tijgers. Zelfs hier in Tamil Nadu heb ik nagevraagd of hij misschien met een andere vrouw was getrouwd. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord”.

Anandrooby nodigt ons uit in haar huis in het kamp, een kleine ruimte met betonnen muren en een dak van golfplaten en riet. Op de vloer zit haar moeder. „Ze huilt de hele dag. Ze verlangt zo naar haar andere dochters. Wat kan ik doen? Moet ik hier alleen blijven als weduwe met mijn zoontje?” Ze gaat met tegenzin weg uit India. Maar ze heeft haar plan getrokken. In Vavuniya kunnen haar zusters voor haar moeder zorgen. Op haar schoonouders hoeft ze niet te rekenen. Ze trouwde uit liefde, en dat stelden de ouders van haar verdwenen echtgenoot niet op prijs.

Anandrooby zal haar zoontje naar een school sturen, want studeren is het allerbelangrijkst. En om aan geld te komen, zal ze naar Saoedi-Arabië vliegen om daar te gaan werken als dienstmeid. Ze weet niet welke mensen de reis zullen financieren. Maar ze heeft wel gehoord dat haar ticket zal worden betaald en dat ze eenmaal in Saoedi-Arabië haar schuld slechts beetje bij beetje hoeft terug te betalen. Mensensmokkelaars? „Het is mijn enige hoop”, zegt Anandrooby.