Saab in beroep na afwijzing surseance

Saab gaat maandag in beroep tegen de afwijzing van haar reorganisatieverzoek door de Zweedse rechter. Die bepaalde donderdagmiddag dat het verzoek voor uitstel van betaling van de autobouwer juridische grond mist. De afwijzing betekent dat de vakbonden opnieuw het faillissement van Saab mogen aanvragen. De koers van het aandeel Swedisch Automobile, het moederbedrijf van Saab, daalde vanochtend met ruim 30 procent tot 48 cent.

De rechter oordeelde dat er te veel onduidelijkheid bestaat over de vraag of en wanneer de Chinese bedrijven Youngman en Pangda geld willen investeren in Swedish Automobile lag ten grondslag aan zijn besluit. Ook het feit dat in 2009 onder toenmalig eigenaar General Motors al is gepoogd het bedrijf te reorganiseren spreekt volgens de rechtbank niet in het voordeel van Saab.

De autobouwer heeft overeenkomsten met Pangda en Youngman. De twee Chinese bedrijven willen 245 miljoen euro investeren in Saab in ruil voor een belang van meer dan 50 procent in het bedrijf. Hiervoor is echter toestemming nodig van zowel de Chinese als de Zweedse overheid.

Victor Muller, bestuursvoorzitter van Swedish Automobile, is inmiddels in onderhandeling met Pangda en Youngman over financiering van de salarissen - die op 26 augustus betaald hadden moeten zijn - en andere kosten. Voor die kleinere investering hebben de bedrijven geen toestemming nodig.

Muller dringt er bij de vakbonden op aan geduld te hebben met het aanvragen van een faillissement. „Als Pang Da en Youngman in staat zouden zijn om geld te betalen aan werknemers of een andere partij, zou dat de situatie veranderen en dreiging van de vakbonden wegnemen”, aldus Muller tegen persbureau Dow Jones.

Metaalvakbond IF Metall betreurt de rechterlijke uitspraak en zegt de voorbereiding van een faillissementsaanvraag door te zetten. Als de rechter het reorganisatieverzoek had goedgekeurd zouden achterstallige lonen betaald worden uit een garantiefonds van de Zweedse overheid.