Prins van Denemarken

Er staat een heel grappige scène in Changing Places, van de Britse schrijver David Lodge, wiens boeken zich meestal afspelen op letterenfaculteiten. Een groepje hoogleraren doet een spelletje dat het Humiliation noemt. Om de beurt moet je een bekend boek noemen dat je niet hebt gelezen, en scoor je een punt voor iedereen die het wel heeft gelezen. De paradox is duidelijk: om te winnen, moet je eigenlijk verliezen. De professoren gaan vrolijk op in de zelfkastijding, noemen titels, Hiawatha, Steppenwolf. Een pompeuze hoogleraar begint bijna hartkloppingen te krijgen: de pathologische behoefte om te winnen, gecombineerd met de pathologische angst ongecultiveerd over te komen. Hij houdt het niet meer; ‘Howard slammed his fist on the table, jutted his jaw about six feet over the table and said: ‘Hamlet!’’

In zijn provocatieve How to talk about books you haven’t read schrijft Franse literatuurprofessor Pierre Bayard dat het niet uitmaakt. Een tekst als Hamlet is zo bekend, dat je ongelezen precies kunt weten wat erin staat. Maar niet voor professor Howard, die in sardonische David Lodge-humor de dag daarna wordt ontslagen. Sommige dingen mag je niet níét weten.

Bij mijn maandelijkse pubquiz, in café De Poort, komt de vraag: ‘Welke fictieve prins van Denemarken studeerde aan de universiteit van Wittenberg?’ Elke maand zitten er 35 teams. Het is vast een tic van de middelbare school: niets geeft meer voldoening dan een vraag krijgen en het antwoord weten. Ons team, ‘Inteam’, wordt steeds beter. De eerste keer werden we vijftiende, daarna kwamen we de toptien binnen en inmiddels scoren we bij de topdrie.

Lotte komt uit Brabant en weet inderdaad alles over Brabant, bier (logisch) en kan sick snel de maandelijkse anagramvraag oplossen. Marjolein wist deze week wat de correcte speling van ‘crème brûlée’ was (maar niemand luisterde, typisch). Nina: op haar afstudeerfeest zongen haar jaarclubgenootjes een liedje dat iets van zestien coupletten te lang was, op de melodie van ‘Advocaatje leef je nog?/ iejaadeejaa’. Ze weet beangstigend vaak de hoogte van boetes voor dingen als openbare dronkenschap en lijkt alle verdachten van bekende moordzaken te onthouden. Bart weet nagenoeg niets.

Ik weet natuurlijk alles – en als ik het niet weet ben ik heel goed in het doen alsof ik het toch wel weet. Ik heb De Avonden nooit gelezen, Max Havelaar, Nooit Meer Slapen, Twee Vrouwen en De koperen tuin. Ik weet precies waar ze over gaan.

Tevreden schuif ik mijn bloknootje naar voren zodat mijn teamgenoten het antwoord kunnen zien: Hamlet, prince of Denmark.