Ouderwets hunkeren naar de aardrijkskundejuf

Peter Murray: Skippy tussen de sterren . Vert. Dirk-Jan Arensman. Signatuur, 550 blz. € 25,–

Het leven is één grote overlevingsstrijd: je moet er om te beginnen voor zorgen dat je in leven blijft en tegelijkertijd op zoek naar iemand om seks mee te hebben. En in de volgende generatie gebeurt het hele circus weer meedogenloos opnieuw. De oude en de nieuwe generaties leven naast elkaar en verschillen wel van elkaar, maar in de essentie blijft alles hetzelfde.

Dat Skippy tussen de sterren daarover gaat is al snel duidelijk. De dikke roman speelt zich af op een Ierse jongenskostschool, zo eentje waar nog flink wat priesters lesgeven, maar waar de leerlingen al mobieltjes met hippe ringtonen hebben en elkaars medicijnen als drugs verkopen. In het eerste hoofdstuk ontmoeten we geschiedenisleraar Howard, geen priester maar een oudleerling die maar niet weg kan komen en die vergeefs probeert zijn leerlingen voor romantische gedichten over de Eerste Wereldoorlog te interesseren. Hij vat een ouderwetse, gedoemde liefde op voor de wulpse, blonde invaljuf aardrijkskunde, die geen enkele moeite heeft de ogen van de puberjongens op zich gericht te houden als ze over de gloeiend hete kolkende magmastromen onder de aardkorst vertelt.

Een van Howards leerlingen, Skippy, koestert intussen een vergelijkbare hoofse verliefdheid voor het sletje Lori van de nabije meisjesschool. En ook die verliefdheid is gedoemd, al is het maar omdat Skippy doodgaat. Wees gerust, dat is geen plot spoiler: de oorspronkelijke titel van het boek is Skippy Dies en het jochie sterft al in de proloog, in een donutwinkel – hij kan nog net de naam van zijn geliefde in rode jam op de grond schrijven.

Murray bevolkt zijn school met fantastische personages, van wie er verscheidene duistere geheimen met zich mee blijken te dragen. Bijvoorbeeld Skippy’s kamergenoot Ruprecht van Doren, het dikke schoolgenie, fan van de snaartheorie, altijd bezig buitenaardse wezens en nieuwe dimensies te zoeken. Of Carl, de domme, botte gorilla, die óók verliefd is op Lori en dus agressief jaloers op Skippy – hoewel hij meer seks van haar krijgt. Mooi is ook hoe de hoofdstukken over Carl in jip-en-janneketaal geschreven zijn en die over de priesters in statig ouderwets proza. Murray beheerst zijn taal meesterlijk (en de vertaling is ook erg goed). Hij beheerst trouwens ook zijn thema moeiteloos, survival of the fittest. Hij biedt veel ruimte aan slapstickachtige humor, maar schrijft ook lichtvoetig, teder en prachtig terloops over de meest gruwelijke dingen die mensen elkaar aandoen – leerlingen én docenten. Niet ook dit nog, denk je steeds, maar jawel, ook dat nog. En wat fijn, misschien wel, dat Skippy het allemaal niet meer hoeft mee te maken.

Ellen de Bruin