Nieuwe nummers Beirut gesmoord in gekwebbel

Beirut, 8/9 Paradiso Amsterdam. ***

Volgens de theorie dat elke band zo goed is als het publiek dat ze trekt, is de Amerikaanse groep Beirut alweer over haar hoogtepunt. In mei 2009 ging het dak van Paradiso eraf, voor een publiek dat de uitbundige Balkanmuziek van het overwegend akoestische gezelschap op waarde wist te schatten. Dit keer trok Beirut een kwebbelpubliek; dezelfde verwende feestgangers die Lowlands dit jaar tot de grootste vrijgezellenparty van Nederland maakten.

Beirut is zelf voor een deel schuldig aan het feit dat ze hun luisterpubliek zijn kwijtgeraakt. Hun derde album The Rip Tide is een tamelijk veilige herhalingsoefening van het voorgaande en bevat een verzorgde mengeling van Balkan, klezmer, zigeunerjazz en mariachitrompetten. Het verhaal van bandleider Zach Condon blijft bijzonder. Op zeer jonge leeftijd snoof hij in Europa zijn invloeden op, waarna hij praktisch in zijn eentje het idee ontwikkelde van volksmuziek zonder duidelijke geografische herkomst die zowel feestelijk als melancholiek kan zijn.

Met schetterende blazers, accordeon en jazzy swing bracht Condon zijn Weltschmerz naar het podium, waarbij bekendere nummers The Gulag Orkestar en Cherbourg een golf van enthousiasme door de zaal lieten gaan. Juist nieuwere nummers als de begrafenismars East Harlem en het klaaglijke Vagabond konden het gekwebbel niet aan banden leggen, waarmee het concert verzandde in vrijblijvende achtergrondmuziek. Jammer, want Beirut maakt waardige muziek, geen folkmuziek voor de massa.