Niet vies van roddel

De Parelduiker. Uitg. Bas Lubberhuizen. Jaargang 16, nummer 3/4. € 17,50

Vreemd genoeg gaat vrijwel het hele nummer van de aan Henk Romijn Meijer gewijde Parelduiker niet over deze uitnemende schrijver, maar over diens oude vriend en latere vijand J.J. Vokskuil. Gastredacteur Gerben Wynia publiceert uit de dagboeken van de in 2008 op 78-jarige leeftijd overkleden auteur. Daarin gaat het vaak over Han Voskuil. Op 21/2/1955 schrijft Meijer over een bezoek aan de latere schrijver van Het Bureau dat hij er een slapeloze nacht van heeft gehad. ‘Het zit me nog steeds dwars dat hij alles lullig en rot vindt en zich meer interesseert voor anekdotes over schrijvers dan voor hun boeken’. Maar Meijer is zelf ook niet vies van weinig literair geïnspireerde achterklap. Na een ontmoeting met Reve in januari 1955 citeert hij anekdotes over het seksleven van Koos Schuur en vervolgt: ‘Verder geroddeld over Campert – onbegaafd, dom. Hermans – een lastig mens. Kouwenaar – och wel een aardige jongen – en Mulisch, een klootzak. […] G(erard) en Hannie (Michaelis) vinden zijn boeken een misimitatie van een tiental schrijvers.’

Henk Meijer (de toevoeging Romijn bedacht Reve voor hem) publiceerde zo’n dertig titels waaronder romans en (erg goede) verhalenbundels. Enige tijd kwam zijn werk uit bij Geert van Oorschot met wie hij, zoals vrijwel iedereen, een denderende ruzie kreeg. Arjen Fortuin doet er minutieus verslag van. Pikant is een bijdrage van Gerben Wynia over censuur bij de Reina Prinsen Geerligsprijs die Meijer in 1954 kreeg voor de verhalen die werden gepubliceerd in zijn debuutbundel Consternatie. Bestuurslid van de prijs Meertens (Meneer Beerta in Het Bureau van Voskuil) en juryvoorzitter Hella Haasse verboden hem om tijdens de prijsuitreiking een verhaal voor te lezen waarin een bestaand persoon herkenbaar figureerde.