Niet in Eindhoven blijven, lijkt de boodschap

foto peter cox eindhoven

Vanuit hier/Out of here. T/m 8 januari in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Di t/m zo 11-17 uur. Inl: vanabbemuseum.nl **

Het uitgangspunt is prikkelend: ter gelegenheid van zijn 75-jarig bestaan maakt het Van Abbemuseum in Eindhoven drie tentoonstellingen over Eindhoven. Dat lijkt voor de hand liggend, maar niet voor het Van Abbe. Het museum wierp zich de afgelopen zeven jaar, onder het directoraat van Charles Esche, op als hét Nederlandse museum dat over de grenzen kijkt. Esche is een regelmatige gast op internationale conferenties, werkt mee aan het Poolse paviljoen op de Biënnale, stelt een Triënnale in Slovenië samen en stuurt Buste de Femme (1943), een Picasso uit de Van Abbe-collectie, naar de Palestijnse stad Ramallah. Lovenswaardige, prikkelende initiatieven, maar door al die externe activiteiten dreigt het gevaar dat Esche en collega’s vergeten dat ze ook nog een huis hebben, hun museum, dat het ijkpunt, het fundament onder al hun activiteiten vormt. Goed idee dus, denk je, dat het museum zich voor zijn jubileum eens richt op de thuisstad. Terug naar de basis.

Maar goed. Of het aan al die extracuriculaire activiteiten ligt is natuurlijk niet vast te stellen, duidelijk is wel dat Vanuit hier/Out of here de geest van een trotse jubileumtentoonstelling volkomen mist. Of beter: het is een oppervlakkig rommeltje. Dat begint al met The Collectors Show. Daarin toont het museum werken uit de (privé)collecties van tien verzamelaars die deel uitmaken van de eigen ‘Stichting Promotors Van Abbemuseum’. Op zich is dat een aardig idee, maar de werken, variërend van schilderijen van Karel Appel tot een video van Yael Bartana en een ‘Porn-beeld’ van Marc Bijl, zijn opgehangen op en om een enorme houten ‘boomstructuur’ die vormgever Piet Hein Eek plaatste in de toren van het Van Abbemuseum. Dat gaat flink mis: de structuur creëert geen verbanden of associaties, maar maakt het geheel allemaal maar onoverzichtelijk en versterkt zo het gevoel dat The Collectors Show niet meer is dan een onsamenhangende kluts van werken die je vaak niet goed kunt bekijken omdat ze te hoog, te excentriek of te ongemakkelijk hangen – Eeks boom lijkt belangrijker dan de kunst of de oprecht betrokken verzamelaars.

Op de tentoonstelling van Dick Verdult gaat het precies op de omgekeerde manier mis. Verdult is een Eindhovense local hero die muziek maakt, filmt, performances doet, tekent, beelden maakt en veel in Zuid-Amerika komt. Zijn werk is een explosie van ongecontroleerde energie; afzonderlijk zijn de werken niet allemaal even sterk, maar bij elkaar zou het geheel toch behoorlijk geestig, wild en spannend moeten kunnen zijn.

Alleen: hier in het Van Abbe, in die beschaafde zalen op de begane grond, heeft Dick Verdult zich laten temmen. Je ziet hem zwoegen om uit de ruimtes te barsten, de grenzen te overschrijden en het museum uit te knallen, maar als toeschouwer word je desondanks niet meegesleept – je ziet vooral de worsteling. Dat is jammer; Verdults werk is origineel genoeg om een betere omgeving te verdienen.

Grootste teleurstelling op Vanuit hier is echter For Eindhoven – The City as Muse, de hoofdtentoonstelling in de oudbouw. Hier komt het er natuurlijk op aan: hoe verhouden Esche en het Van Abbe zich tot de stad waar het museum al 75 jaar staat, de stad die het museum voedt en laaft en waar het (in ieder geval deels) zijn publiek en ideeën vandaan zou moeten halen? Op For Eindhoven wordt daar echter nauwelijks een gedachte aan gewijd. De tentoonstelling beslaat slechts uit werken (vooral uit de eigen collectie) die een ‘band’ hebben met de stad. Daarvoor moesten de samenstellers blijkbaar goed zoeken: in de praktijk zijn het vooral werken die in, vanuit of in opdracht van het Van Abbe zijn gemaakt. Dat geldt voor Jason Rhoades’ The secret life of the onion (die helaas in ‘afgepelde vorm’ wordt getoond), Phil Collins’ Free Fotolab en voor Rodney Grahams beeld waarin hij Freud met Donald Judd combineert. Natuurlijk zit daar af en toe iets moois tussen: zo is het een genoegen een grote installatie van Gerard Byrne te zien (die in Nederland veel te weinig wordt getoond), Jan Dibbets’ The shortest Day at the Van Abbemuseum blijft prachtig en de kleurbanen van Joost van Roojen en Aldo van Eyck zijn een aangename verrassing. Van een inhoudelijke band met Eindhoven is echter geen sprake, laat staan dat de stad, haar geschiedenis of haar band met de kunst serieus wordt geanalyseerd – het verst gaat nog een werk van Hans Haacke dat wat obligate kritiek levert op Philips. Hoe langer ik door Vanuit hier liep, hoe schrijnender die titel begon te klinken. Zowel voor de samenstellers als voor de kunstenaars is Eindhoven duidelijk geen stad waar je wilt verblijven, waarin je je wilt verdiepen, maar die je gebruikt als springplank naar spannendere en weidsere horizonten. Dat kun je als Engelse museumdirecteur, Ierse curator of Amsterdamse kunstenaar misschien denken, stiekem en heel af en toe, maar om het zo zonder gêne op je jubileum te tonen, grenst aan minachting.