'Nadenken over terreurbeleid is taboe'

Sophie in ’t Veld (D66) roept de Europese Commissie op uit te zoeken wat Europees terreurbeleid nu oplevert – en kost. Maar andere Europese politici vinden dit overdreven.

Sophie in 't Veld FOTO: Europees Parlement
Sophie in 't Veld FOTO: Europees Parlement

Rondom de herdenking van de aanslagen van ‘9/11’ woedt in het Europees Parlement een kleine cultuurstrijd over terrorismebeleid. Onderwerp van discussie is een rapport van de Nederlandse links-liberale Europarlementariër Sophie in ’t Veld (D66) over de effectiviteit en de kosten van het antiterreurbeleid van de Europese Unie.

In ’t Veld had erop gerekend dat het raport al voor de zomer zou worden aangenomen. Maar het riep zoveel verzet op van christen-democratische Europarlementariërs dat de behandeling werd uitgesteld tot de eerste zitting na het reces – toevallig vlak na de herdenking van 9/11.

Dat tijdstip maakt het debat over het rapport van In ’t Veld alleen maar gevoeliger. De D66- politica roept de Europese Commissie op tot berekening van de precieze uitgaven aan het EU-terreurbeleid en evaluatie van de effecten van genomen maatregelen. „Dat had al lang moeten gebeuren”, zegt ze. Maatregel wordt op maatregel gestapeld, zonder de gevolgen goed in kaart te brengen.

CDA-Europarlementariër Wim van de Camp stoort zich aan de „toon” van het rapport. „Het ademt een sfeer van: die terrorismebestrijding is overdreven”. De centrum-rechtse EVP-fractie, waarvan het CDA deel uitmaakt, zal tegen het rapport stemmen. De EVP-woorvoerder op terreurgebied, de Hongaarse Agnes Hankiss, noemt de timing ongelukkig. „Onze aandacht moet nu uitgaan naar de slachtoffers van 9/11”. Het „demoraliseren” van contraterrorisme vindt zij „onverantwoordelijk gedrag”.

Begrijpt u waarom uw rapport zoveel weerstand oproept?

„Dit is een emotionele zaak. Sommigen zien een evaluatie van terreurbestrijding bijna als een directe aanval op hun veiligheid. De EVP-fractie lijkt onder druk te staan van Spaanse leden, waarvan sommigen zelf familie hebben verloren bij aanslagen.”

Waarom is een onderzoek naar de kosten van EU-terreurbeleid nodig?

„We hebben hierover simpelweg geen idee. Het meeste geld wordt uitgegeven door de lidstaten, niet in Brussel. Het Europees Parlement heeft zelf een onderzoek laten doen naar de terreurbegroting in ‘Brussel’, maar zelfs dat liep uit op een schatting. Wel blijkt een trend naar steeds hogere uitgaven – de schatting is nu zo’n 100 miljoen euro per jaar. Nu lidstaten op van alles moeten korten, moeten we de kosten kritisch bekijken.”

Bent u sceptisch over terreurbestrijding als zodanig, zoals de EVP zegt?

„Flauwekul. Er staat helemaal niet in het rapport dat er te veel terreurbestrijding is. Maar voor christen-democraten is het een taboe om dit te onderzoeken. Kijk eens naar de massale opslag van gegevens van burgers. Van 9/11 tot Breivik bleek steeds dat de gegevens over verdachten allang aanwezig waren – alleen lagen ze niet op het juiste bureau”.

Vindt u het moment van behandeling, ook ongelukkig?

„Het was niet gepland, maar puur toeval. De komende dagen worden de slachtoffers van 9/11 herdacht, maar ik zou ook willen herinneren aan de mensen die in Europa zijn gestorven in de strijd om democratie en burgerlijke vrijheden. Als we die vrijheden te veel inperken, verraden we ook hen”.