Mooie mensen krijgen eerder een baan

Mooie mensen krijgen eerder een baan. Carnivoren zijn hufteriger en egoïstischer dan niet-vleeseters. Rommelige straten leiden tot agressie en discriminatie. Het onderzoek van de psycholoog Diederik Stapel leek vaak raak en haalde dan de krant. Zelfs ook het Amerikaanse Science en andere wetenschappelijke tijdschriften.

De sociale faculteit van de Universiteit van Tilburg dacht met zijn werk een psychosociale variant te hebben op Freakonomics, zoals een econoom uit Chicago en journalist uit New York in 2005 hun bestseller over rare maar ware sociaal-economische verbanden tussen bijvoorbeeld abortuswetgeving en misdaadniveau in de VS noemden.

Nu denkt de universiteit daar anders over. Want de studies van Stapel leken wel creatief en academisch, maar ze blijken fabeltjes. Sommige gegevens waarop Stapel en zijn collega’s zich baseerden, zijn aan Stapels duim ontsproten. De anonieme assistenten die hij opvoerde als hulpjes hebben mogelijk nooit bestaan en zeker geen integer werk afgeleverd.

Toen de Universiteit van Tilburg onraad rook – gealarmeerd door collega’s – en hem daarmee confronteerde, gaf Stapel toe dat hij gebruikmaakte van fictieve data.

Een bijna komisch detail is dat de hoogleraar niet alleen onderzoek zei te doen maar ook professionele ethiek doceerde. Stapel is stante pede op non-actief gezet door de rector magnificus. Dat is logisch. Zoals het ook voor de hand ligt dat hij zijn weg zal vinden in de literatuur. De zaak is voer voor psychologen én voor auteurs, die zich laten inspireren door schrijvers als de Joods-Galicische Joseph Roth of de Vlaming Willem Elsschot, beiden meesters in de spiegelpaleizen.

Maar daarmee houdt de grap wel op. De fraude raakt de academische wereld in het hart. Stapel was immers een gevierd man in zijn kring, met wie andere hoogleraren graag samenwerkten. Er is waarschijnlijk meer aan de hand dan een enkele fantast die tot de top der alma mater wist door te dringen. Dat bleek dit jaar ook in Duitsland, waar een reeks politici (onder wie minister Zu Guttenberg en Europarlementariër Koch-Mehrin) werden betrapt op plagiaat in hun dissertatie. Net als in Duitsland schort het ook in Nederland aan collegiale toetsing en kritiek.

Overschrijven en fabuleren is natuurlijk van alle tijden. Maar als het een patroon wordt, is dat bedreigend voor de universitaire cultuur. De verklaring dat citatenindexen en andere quasi-econometrische modellen om wetenschappelijke productiviteit te meten, de publicatiedruk te ver opvoeren (‘publish or perish’) is psychologisch plausibel.

Maar niet acceptabel. De academie moet boven elke twijfel verheven zijn. Zeker in landen die zich trots een kenniseconomie noemen.