'Karabo' had moderne trekjes

Austrolopithecus sediba was misschien een voorloper van de moderne mens. Puntgave sediba-fossielen vertonen zowel primitieve als moderne kenmerken.

Na een prijsvraag onder scholieren hebben de bijna twee miljoen jaar oude resten van de mensachtige jongen de bijnaam Karabo gekregen; dat betekent ‘antwoord’ in een van de vele inheemse talen van Zuid-Afrika. „Voor de bijnaam van de volwassen vrouw schrijven we mogelijk een wereldwijde prijsvraag uit”, zei paleoantropoloog Lee Berger van de Zuid-Afrikaanse Universiteit van Witwatersrand deze week bij een telepersconferentie.

Aanleiding was de publicatie gisteren van vijf artikelen van Berger en anderen in het tijdschrift Science over de hominine-soort Australopithecus sediba, die Berger in 2008 ontdekte in een grot in Malapa, Zuid-Afrika. Au. sediba is „mogelijk de beste kandidaat als voorloper van het geslacht Homo”, waaruit de moderne mens is geëvolueerd. Het brein, de enkel, de hand en het bekken tonen volgens hem een „unieke combinatie” van primitieve én ontwikkelde elementen „die nooit eerder in een menselijke voorloper zijn gevonden.”

Au. sediba had weliswaar een klein brein – nauwelijks groter dan dat van een chimpansee – maar ook moderne trekken. De enkels stelden hem in staat om te lopen – met bijvoorbeeld aanhechtpunten voor de achillespees – maar het primitieve hielbeen wijst ook op klimmen in bomen. De flexibele handen waren geschikt om mee te klimmen, maar konden ook kleine dingen vasthouden. En dat bijna 2 miljoen jaar geleden, want de oorspronkelijke schatting van de ouderdom van 1,78 tot 1,95 miljoen jaar is bijgesteld naar 1,977 miljoen jaar.

Sediba is volgens mede-auteur Darryl de Ruiter van Texas A & M University een ‘intermediair’, een ‘overgangsvorm’ tussen de Australopithecus en de Homo. Soorten van de Australopithecus (‘aap uit het zuiden’), die ongeveer 3,5 tot 2 miljoen jaar leefden in Afrika, hadden kleine en primitieve breinen. Leden van het geslacht Homo, dat zich vanaf meer dan 2 miljoen jaar geleden ontwikkelden, hadden grotere en meer ontwikkelde breinen. Hoe, waar en wanneer de overgang precies plaats had, is nog altijd in nevelen gehuld.

De schedel van de jonge Au. Sediba, die tussen de 10 en 13 jaar oud was, werpt daar volgens de onderzoekers nieuw licht op. De schedel, waarvan een opvallend groot deel van de linkerzijde, de bovenkant en het aangezicht zijn bewaard, is gescand met een geavanceerde synchrotronscan. Daaruit blijkt onder meer dat het hersendeel dat de reuk regelt meer naar achteren is geplaatst dan bij aapachtigen. Dat betekent dat er meer ruimte was voor de frontale lobben, zoals bij moderne mensen.

Dat is volgens Kristian Carlson van de Witwatersrand Universiteit opmerkelijk, omdat het brein met een inhoud van 420 milliliter nog erg klein was: „De gangbare theorie is dat neurale reorganisaties gelijk zijn opgegaan met de groei van het brein. Au. sediba laat zien dat die reorganisaties al plaatshadden vóór de toename van de hersenomvang.” Ondanks het kleine brein had de ongeveer 30 jaar oude vrouw wel een ruim bekken, terwijl werd aangenomen dat ook dat pas is gaan groeien na de toename van de omvang van het brein, om de geboorte te vergemakkelijken.

De hand van Au. sediba is de meest complete hand van een vroege mensachtige die ooit is gevonden. Apen hebben lange vingers en een korte duim, waarmee ze makkelijk in bomen kunnen klimmen. Mensen hebben korte vingers en lange duimen, waarmee ze makkelijk (kleine) dingen kunnen pakken en vasthouden. Sediba had lange duimen, vergelijkbaar met die van moderne mensen.

„Au. sediba was dus waarschijnlijk in staat om werktuigen te maken”, zei Tracy Kivell van het Max Planck Instituut voor evolutionaire antropologie. Het maken van werktuigen geldt als een kenmerk van de Homo habilis (‘handige mens’), waarvan in Oost-Afrika fossielen werden gevonden naast bewerkte stenen. „Sediba lijkt beter in staat te zijn geweest om werktuigen te maken dan de Homo habilis, die een veel primitievere hand had.”

Dat kan kloppen, zegt de Nederlandse paleoantropoloog Fred Spoor van hetzelfde instituut, maar „de manier waarop de resultaten worden gepresenteerd wekt de indruk dat de onderzoekers de oorsprong van het geslacht Homo naar Zuid-Afrika willen verplaatsen”. Terwijl volgens hem in Oost-Afrika minstens even oude fossielen zijn gevonden met veel sterkere Homo-kenmerken dan sediba: „Dat neemt niet weg dat sediba een prachtige vondst is en een mooi model van hoe de overgang naar Homo plaatsgehad kan hebben.”

Dat vindt ook evolutie-expert Dean Falk van Florida State University: „Sediba kan een late nakomeling zijn van een een soort die een paar honderdduizend jaar eerder het geslacht Homo heeft voortgebracht. Dat is een redelijke hypothese.” Het onderzoek naar het brein, waarin Falk is gespecialiseerd, vindt ze echter niet overtuigend: „In de overigens beeldschone schedel heb ik niets gezien dat niet ook al aanwezig is in de [veel oudere] Australopethicus africanus.”

Ontdekker Berger erkent dat Au. sediba in plaats van het begin van een nieuwe lijn ook het eindpunt van een oude lijn kan zijn. Om dat uit te zoeken zal de schedel van sediba volgens Falk „de komende jaren met alle andere fossiele schedels vergeleken moeten worden”. Alleen dan kan de schedel zijn bijnaam ‘antwoord’ eer aandoen.