Het gevoel van toen weer terug

Een charmant rammelbandje, dat was Bettie Serveert bij het debuut Palomine, in 1992. Ze spelen het album nu weer. „We kunnen nog steeds de ergste fouten maken.”

Ze spelen veel hechter samen dan toen, zeggen zangeres/gitariste Carol van Dijk en drummer Berend Dubbe over hun hernieuwde samenwerking in Bettie Serveert. Toen ze in 1992 debuteerden met het album Palomine, waren ze een charmant rammelbandje dat nog nauwelijks met hun instrumenten overweg kon. Nu ze het album nog eens integraal op de planken brengen om te vieren dat de band twintig jaar bestaat, brengen ze de ervaring mee die ze in de tussenliggende jaren hebben opgedaan. Zonder aan spontaniteit te verliezen, hopen ze, want het mag geen gladde karaoke van succesnummers worden.

Dubbe ging in 1998 zijn eigen weg als eenmansband Bauer. Hij zag zichzelf nooit in de eerste plaats als drummer, en raakte onder invloed van The Beach Boys en Amerikaanse sunshine pop geïnteresseerd in het vanuit het niets opbouwen van zwoele en zorgvuldig gearrangeerde popsongs. Maar toen ‘de Betties’ hem vroegen het verleden nog eens op te rakelen, zei hij volmondig ja.

In de beginjaren ging het hard met de band, genoemd naar een boek over tennisster Betty Stöve. Al vóór de opname van Palomine was er interesse van het Amerikaanse label Matador en ze toerden al meteen in Amerika, Canada en Engeland. Carol van Dijk werd geprezen om haar heldere stem en haar geloofwaardige, van haar ouders meegekregen Canadese tongval. In 1994 wonnen ze de Popprijs en twee jaar later werd hun gevraagd om mee te werken aan de soundtrack van de speelfilm I Shot Andy Warhol waarop ze Bob Dylans I’ll keep it with mine vertolkten.

Bettie Serveert maakte acht albums waarvan het laatste, Pharmacy Of Love uit 2010, hun ruigste en meest zelfverzekerde is. Waarom dan toch terugkeren naar die wankele begintijd? „Het blijft een plaat waar we trots op zijn”, zegt Dubbe. „We zijn nu beter in staat om de essentie eruit te halen. Wat ons indertijd onderscheidde van andere bands was dat we eigenlijk helemaal niet zo nodig hoefden. Daarom zijn het voor mij frisse nummers gebleven waar nog ruimte tot variëren in zit.”

Dat Palomine met sterke nummers als Tom boy en Kid’s allright inmiddels door velen als een Nederlandse popklassieker wordt beschouwd, interesseert Carol van Dijk niet zo. „Dat soort titels worden door anderen aan je muziek gegeven. Voor ons is het belangrijk dat de nummers nog altijd kunnen groeien. Muziek moet leven, anders heeft het geen zin om het podium op te stappen.”

Een ander verhaal wordt het, zegt Dubbe, als een muzikant besluit de muziek in een volledig nieuwe richting te stuwen. „En dan gaan we nu jullie favoriete nummers eens fijn in een heel ingewikkeld nieuw arrangement spelen. Zo mag het natuurlijk ook niet zijn. Wat mij interesseert is dat we het gevoel van toen terughalen, zonder ons al te strak aan de exacte versies te houden.”

Speelt nostalgie naar die onbezorgde jaren een rol? Berend Dubbe heeft geen heimwee naar het toeren, het slepen met apparatuur, het wachten tot de optredens beginnen. Liever zat hij als Brian Wilson met zijn voeten in de spreekwoordelijke zandbak achter de piano. „Construeren van nieuwe muziek voor Bauer ligt mij beter dan optreden. Maar voor onze vriendschap is het goed dat we weer samen spelen.” Eén ding is niet veranderd, zegt Van Dijk: „Uit enthousiasme kunnen we nog altijd met grote overtuiging de verschrikkelijkste fouten maken. Als een nummer in een enorme chaos eindigt, weten we dat we diezelfde Bettie Serveert zijn van toen.”

Bettie Serveert speelt Palomine: 10 september Paradiso, Amsterdam.