Goede journalist komt altijd boven drijven

Veel nieuwe studenten journalistiek hebben nog geen idee wat ze na hun opleiding willen doen. „Ontslaan mag ik luie studenten helaas niet”, zegt een Utrechtse docent.

Nederland, Utrecht, 3-10-2006. Foto: Rob Huibers/Hollandse Hoogte. Twee studenten van de School voor Journalistiek werken op hun laptop computers in in een van de werkplekken die in de gangen en de hal van het schoolgebouw aan de muren zijn bevestigd. (Naamsvermelding zoals hierboven is verplicht)
Nederland, Utrecht, 3-10-2006. Foto: Rob Huibers/Hollandse Hoogte. Twee studenten van de School voor Journalistiek werken op hun laptop computers in in een van de werkplekken die in de gangen en de hal van het schoolgebouw aan de muren zijn bevestigd. (Naamsvermelding zoals hierboven is verplicht) Rob Huibers/Hollandse Hoogte

Annet Schut (23), vierdejaars student radio en tv in Utrecht, heeft net een kamp in de Baarnse bossen achter de rug. Ze was begeleider tijdens de introductieweek voor aankomend studenten journalistiek. Schut heeft de eerstejaars direct op de proef gesteld. „Via een brief maakten we ze wijs dat een kwart van de nieuwkomers alsnog moest afvallen, omdat er plotseling een andere opleiding was opgedoekt. We waren benieuwd hoe ze daar op zouden reageren.”

Tot verbazing van Schut lieten de middelbare scholieren het er niet bij zitten. „Ze vroegen direct naar het mobiele nummer van onze directeur, Peter de Vries. En ze gingen hem meteen bellen om verhaal te halen.”

Lef hebben ze wel, de nieuwkomers, maar hoe serieus is hun studiekeuze? En hoe denken ze over vier jaar hun geld te verdienen op een nu al verzadigde markt, met forse bezuinigingen bij de omroepen en krimpende budgetten bij de kranten en tijdschriften?

„Slechts eenderde van de eerstejaars komt echt voor het beroep van journalist”, zegt Tanja van Bergen. „Daarnaast onderscheiden we de categorie studenten die ‘iets met media’ willen en de overige 30 procent weet helemaal niet wat ze wil.” Van Bergen is coördinator onderbouw van de faculteit communicatie en journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Ieder jaar ziet ze hetzelfde patroon. „Na een jaar valt eenderde af omdat ze óf de toetsen niet halen, zelfs niet na een herkansing, óf omdat ze te weinig aanleg hebben voor het journalistieke ambacht”, vertelt Van Bergen vlak voor haar presentatie voor nieuwe studenten.

In de kantine van de faculteit zit een groep meiden aan tafel. Romy (17) komt van de havo. „Ik heb heel veel dromen. Ik zou het heel vet vinden om een eigen documentaire te maken en om op pad te gaan met de camera. Die sensatie, die kick, dat lijkt me heel gaaf.” Anne (17) weet eigenlijk niet waarom ze hier zit. „Ik zou het liefst schrijfster willen worden, maar daar is geen opleiding voor.” Laura (17), eveneens van de havo: „Ik wil graag voor en achter de schermen werken bij tv. Leuk om beelden in elkaar te zetten en verhalen te schrijven. Tijdschrift is ook leuk.” Anne (20) stopte met haar eerste studie criminologie, want het hbo lijkt haar veel leuker. „Hier mag je in groepjes werken. Ik kies voor journalistiek omdat ik veel wil reizen. Schrijven vind ik superleuk, het liefst in een Spaanstalig land.” Correspondent voor NRC in Barcelona of Zuid-Amerika, dat lijkt Anne wel wat. Nee, ze heeft geen voorbeeld waar ze zich aan spiegelt en televisie kijken doet ze al helemaal niet.

„Ze lezen niet en ze kijken geen tv”, beaamt docent tv John Driedonks in zijn kantoor met uitzicht op de montagesets. In de afgelopen vijf jaar dat hij aan de school verbonden is, leverde Driedonks vijfhonderd studenten af. Het merendeel vond werk bij regionale omroepen, nieuwswebsites en in ‘Hilversum’.

Volgens Driedonks onderscheidt zijn ‘Utrechtse onderwijsmethode’ zich van de werkwijze van collega’s van andere journalistenopleidingen door een Spartaanse aanpak. Centraal staan wat hij noemt real life learning, ofwel simulatie van de praktijk, en betaald freelancen. „Ontslaan mag ik luie studenten helaas niet. Als je niets doet binnen het Nederlandse onderwijssysteem, haal je je diploma ook nog. Gelukkig vindt er zelfselectie binnen mijn studenten plaats.”

Toen Driedonks vierentwintig studenten vroeg om tegen een vergoeding het WK-voetbal voor spastici te verslaan voor een speciale website van de KNVB, meldden er zich maar vier. „Maar die gingen wel tot het gaatje en werkten soms achttien uur per dag.” Het adagium van de docent luidt dan ook: „De goeden komen altijd boven drijven en vinden altijd een baan.”

Driedonks baseert zijn uitspraak op de uitstroom van de afgelopen vijf jaar, maar hoe is de arbeidsmarkt voor diegenen, die over vier jaar aan de bak moeten?

„Er komen steeds meer media bij en dat werkt in het voordeel van de nieuwe generatie”, zegt Andries de Grip, hoogleraar arbeidsmarkt en scholing in Maastricht. „Daarnaast blijven de nieuwe media potentiële werkgevers en gaan de babyboomers binnenkort met pensioen. Dat geeft ook weer ruimte.”

De Grip hecht veel waarde aan de eerste baan van studenten, het opstapje naar een ‘echte’ carrière. „Vaak kan een stage de entree betekenen in een netwerk dat je uiteindelijk verder helpt naar een echte baan.” De Maastrichtse hoogleraar denkt dat de behoefte aan deskundigheid, vooral bij nieuwe media, zal blijven toenemen. Studenten die daarop kunnen anticiperen en kunnen voldoen aan het gewenste profiel, maken de meeste kans, aldus De Grip.

Volgens de Utrechtse journalistiekdocent Driedonks luidt het profiel van de nieuwe journalist „gruwelijk nieuwsgierig, analytisch, authentiek, brutaal en diplomatiek tegelijk”. Voldoet de lichting van 360 nieuwe studenten die niet leest en geen televisie kijkt aan dat profiel? „Ze hebben wel interesses en vragen”, zegt Driedonks. „Het mag ze dan aan parate kennis ontbreken, ze kennen wel de tools om die kennis snel te vergaren.” Deze nieuwe generatie is volgens Driedonks al „intrinsiek multimediaal”. „Ik ga ze niet uitleggen wat Twitter is, want dan lachen ze mij uit. Wel wat je met Twitter kan. Ik duid de journalistieke principes en leer ze de wetmatigheden van hoor en wederhoor.”

Driedonks neemt zijn ouderejaars studenten graag mee naar het buitenland. Zo heeft hij een samenwerkingsverband met City University in New York. Hij liet zijn eigen groep reportages maken in de Bronx, die op een Amerikaanse lokale zender te zien waren.

Ook met de Universiteit van Qatar loopt een samenwerkingsprogramma. Driedonks: „Qatar University is gelieerd aan het kenniscentrum van nieuwszender Al-Jazeera. Mijn studenten gaan een dag meelopen. Een internationaal 24-uurs tv-station dat veel gebruikmaakt van sociale media, wat ze daar kunnen leren? Hoe werken zij daar? Met hoeveel mensen? En wat is het verschil in keuzes tussen Al-Jazeera en bijvoorbeeld CNN?”

In het café van de Utrechtse faculteit mogen Roel van Houwelingen (19) en Oifik Youssefi (19) voorlopig alleen nog maar dromen van zulke uitstapjes. Zij staan aan het begin van hun studie. Roel zit hier vanwege „een onderbuikgevoel”, Oifik omdat zijn ouders beweren dat hij „communicatief erg vaardig is en daar zelf ook achter is gekomen”.

Roel heeft geen helden, hij kijkt alleen ’s ochtends tv, de rest van de dag gaat ie uit. Al-Jazeera vindt hij wel „heel mooi, want die hebben zo weinig advertenties”.

Oifik heeft wél een rolmodel: Rutger Castricum van Powned. „Het is vooral de controversiële manier waarop Rutger zijn journalistieke vaardigheden toepast. Hij durft op mensen af te stappen, vragen te stellen. Als ik later journalist ben, wil ik ook zoveel lef hebben.”