Geen mandarijnen, wel lokale appels

Ze verkochten ijsjes en cup-a-soup, voor Unilever, maar gooiden het roer om. Willem Treep en Drees Peter gingen in fruit. Lokaal fruit.

Inmiddels leveren circa zeventig telers en een kleine tweehonderd winkels in Midden-Nederland via groothandel Willem&Drees aan elkaar. Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Cothen, 18-08-2011 foto Evelyne Jacq. Willem Treep en Drees Peter van den Bosch. Het bedrijf Willem&Drees begonnen in juni 2009 om aardappels, groenten en fruit van boeren uit de buurt verkrijgbaar te maken in winkels, supermarkten in de buurt.
Inmiddels leveren circa zeventig telers en een kleine tweehonderd winkels in Midden-Nederland via groothandel Willem&Drees aan elkaar. Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Cothen, 18-08-2011 foto Evelyne Jacq. Willem Treep en Drees Peter van den Bosch. Het bedrijf Willem&Drees begonnen in juni 2009 om aardappels, groenten en fruit van boeren uit de buurt verkrijgbaar te maken in winkels, supermarkten in de buurt. Evelyne Jacq

Zo’n vier jaar geleden liepen Willem Treep en Drees Peter van den Bosch nog strak in het pak bij Unilever rond. De één verkocht cup-a-soup, de ander zat in de ijsjes. Bij de derde reorganisatie in drie jaar besloten ze dat het mooi geweest was. Samen zetten ze begin 2009 een groothandel in lokale groenten en fruit op: veelal biologisch voedsel dat zo dicht mogelijk bij de producent wordt verkocht. Nu ontvangen ze hun gasten bij mooi weer in een kersenboomgaard en kennen ze vrijwel alle appel-, peren- en kersensoorten uit hun hoofd.

Ze kwamen op het idee voor dit bedrijf omdat ze zich zorgen maken over de voedselketen, vertelt Drees. „In de supermarkt komen appels van 1000 kilometer ver. Waarom kan ik in mijn buurtwinkel geen appels van een lokale teler kopen?”

Ze snappen het wel: de supermarkten willen er zeker van zijn dat een bepaalde appelsoort in grote hoeveelheden kan worden geleverd. Dan kun je beter appels bestellen in Frankrijk of Nieuw-Zeeland dan in Nederland, waar het klimaat veel onbestendiger is en de teeltbedrijven kleiner. Maar dat heeft wel tot gevolg dat de onbekendere rassen in het nauw komen en heel Nederland nu Jonagold en Elstar eet. „Je ziet bepaalde appelsoorten, zoals Cox, afnemen omdat de opbrengst te laag is. Veel appelsoorten voldoen niet aan de criteria van de supermarkten. Die dicteren kleur, grootte, suikergehalte, het is allemaal heel technisch geworden. Door de enorme hoeveelheid Jonagold en Elstar die nu wordt geteeld in Nederland en de rest van Europa is de prijs laag. Een tendens die moeilijk te keren is, aangezien een teler zijn bomen niet na een paar jaar weer rooit. „Zo is de consument overgeleverd aan massaproducten, iets wat hij zelf in stand houdt overigens.”

Willem&Drees, zoals de groothandel is genoemd, besloot het over een andere boeg te gooien. Ze benaderden supermarkten met de vraag of ze producten van lokale telers wilden verkopen. Bij de winkeliers die daartoe bereid waren, plaatsten ze groente- en fruitkistjes met hun eigen logo en een foto plus de naam van de boer die het product levert. De consument reageerde positief. Men vond het leuk, die uien met het loof er nog aan en die aardappels waar nog klei aan zat. Maar vervolgens pakte men wel een zak schoongemaakte uien en schone aardappels uit het schap. Dus maken we de groente nu schoon en verpakken we ze. „Dat is de business-realiteit: concessies doen om je droom te realiseren.’’ Maar er zijn grenzen: ,,Het hele jaar aardbeien of sperziebonen leveren doen we niet. We leven met de seizoenen. Bananen en mandarijnen doen we dus ook niet, die groeien hier nu eenmaal niet.”

Inmiddels zijn er circa zeventig telers en een kleine tweehonderd winkels in Midden-Nederland die meedoen. Uiteindelijk moeten dat er zeven- tot achthonderd worden. De teler krijgt 80 cent voor een kilo appels, twee keer zoveel als in de reguliere handel, aldus Willem&Drees. Die appels worden voor 1,40 euro aan de winkelier verkocht. De consument betaalt pakweg 2 euro.

’s Morgens worden de producten met bestelbusjes opgehaald en direct naar de winkels gebracht. „We streven naar een maximale afzetafstand van 40 kilometer”, zegt Willem. ,,Maar sommige producten, zoals biologische artisjokken, zijn zo schaars dat we maar één teler hebben. Naarmate ons bedrijf groeit, wordt het netwerk hopelijk fijnmaziger.’’ Voor sommige telers is er echt iets veranderd, vertelt Willem. Ze worden nu op het schoolplein herkend als de man of vrouw die de aardbeien heeft geleverd die gisteravond als toetje werden gegeten. Dat maakt hen kwetsbaarder: vroeger ging hun hele oogst naar het buitenland en hoorden ze er nooit meer iets van. Nu krijgen ze complimenten of klachten van dorpsgenoten.’’

Winst maakt Willem&Drees nog niet, maar dat punt wordt in het laatste kwartaal van dit jaar bereikt, hopen Treep en Van den Bosch, die nu zestien mensen in dienst hebben. De trend is in elk geval positief: bedroeg de omzet vorig jaar 6 ton, dit jaar denken ze uit te komen op 2 miljoen euro. Massaal zal de markt voor lokale producten nooit worden, weten de groothandelaren, die worden gefinancierd door particulieren, LTO Noord, Stichting Doen en Triodos Bank. ,,Zo’n 70 procent van de consumenten is totaal niet geïnteresseerd in wat wij doen. Die kijken alleen naar de prijs. Typisch Nederlands: ons eten is altijd goedkoop geweest doordat we veel im- en exporteren. In Frankrijk en Groot-Brittannië ligt dat anders: daar is het lokale bewustzijn altijd veel groter geweest.”

De door de hoge olieprijs toenemende kosten van vervoer, de stijgende vraag naar biologisch voedsel en de populariteit van streekgerechten zal de markt voor lokaal voedsel de komende jaren flink doen groeien, denken Treep en Van den Bosch. Wij schatten dat 10 tot 15 procent van alle voedsel in Nederland lokaal kan worden verkocht.’’ Bang voor concurrentie zijn ze niet. ,,De markt is zo klein dat meer initiatieven op dit gebied alleen maar goed is voor de naamsbekendheid.’’