'Er is geen speld tussen te krijgen'

Niets fijner dan praten over een boek dat bewondering oproept en perspectieven verschuift. Deze week: gedragseconoom Henriëtte Prast over Animal Liberation

‘Omdat ik Extremely Loud and Incredibly Close van Jonathan Safran Foer zo’n mooi boek vond, ging ik ook zijn non-fictieboek Eating Animals lezen. Ik was erg onder de indruk van zijn visie op het eten van dieren. Daarom vroeg ik mijn dochter, die wijsbegeerte studeert, of er ook filosofen zijn die over dit onderwerp hebben geschreven. Zij stelde mij Animal Liberation van Peter Singer voor.

Het boek leest makkelijk. Singer is duidelijk geoefend in het debat. Tegenargumenten weerlegt hij voor je ze kan aanvoeren. Er is geen speld tussen zijn analyse te krijgen. Het boek heeft mijn kijk op onze omgang met dieren veranderd. Sinds Eating Animals at ik al minder vlees, maar nadat ik Animal Liberation begin dit jaar las ben ik hier helemaal mee gestopt.

Wat veel indruk op mij maakte is dat Singer laat zien hoe de mens de neiging heeft zichzelf tot een bepaalde groep te rekenen en zichzelf wijsmaakt dat alles wat daarbuiten valt niet volgens zijn eigen morele regels behandeld hoeft te worden. Met deze gedachte hebben mensen in de geschiedenis de meest gruwelijke daden kunnen rechtvaardigen. Zo neemt hij het voorbeeld van de slavernij. Omdat Afrikanen niet blank waren hadden ze niet dezelfde rechten en mochten ze verkocht of geslagen worden. Ook de vrouw is lang anders behandeld dan de man. In dit rijtje van racisme en seksisme voegt Singer een derde vorm toe: ‘soortisme’. De mens verschilt van andere dieren en daardoor voelt hij zich vrij om te doen wat hij wil met hen. Maar zoals we tegenwoordig racisme en seksisme afkeuren, zo moet dit ook gelden voor deze omgang met dieren.

In plaats van te kijken naar de verschillen benadrukt Singer de overeenkomsten. Net als mensen willen ook dieren geen pijn lijden, niet bang zijn, willen ze zich voortplanten, blijven leven, lekker eten en willen ze af en toe geknuffeld worden. Zoals wij deze behoeften respecteren bij de mens, zo moeten we deze ook respecteren bij dieren. Een tweede punt dat mij trof is zijn weerlegging van de redenering dat zoogdieren geen hoog IQ hebben en het daarom niet uitmaakt wat je met ze doet. Als dat zo is, stelt Singer, dan kunnen we zonder moreel schuldgevoel ook baby’s of laagbegaafden pijn doen.

Natuurlijk wist ik al wel dat het eten van dieren slecht voor de planeet is. Wanneer de mens geen vlees zou eten, hoeft er geen voedselschaarste te zijn. Ook veroorzaakt vlees eten jaarlijks een zes keer hogere CO2 uitstoot dan het vliegtuig. Het zijn allemaal redenen om ons gedrag te veranderen. Toch voel je je als individu al snel te klein om een verschil te maken. Singer weet je echter aan te spreken op het persoonlijke niveau. Iedere handeling en ieder individu telt: je kan er een direct lijden mee veroorzaken. Hij geeft je daarmee een grotere verantwoordelijkheid voor je handelen.

Wel dacht ik halverwege het boek af en toe: hoe moet ik dit in de praktijk brengen? Het volledig uitsluiten van lijden bij dieren is erg moeilijk. Ik mag nu dan geen vlees meer eten, ik draag nog altijd leren schoenen.

Door mijn onderzoek naar het gedrag van beleggers weet ik dat mensen openstaan voor informatie die ze goed uitkomt en zich afsluiten voor wat hier tegenin gaat. Daardoor ben ik me gaan realiseren hoe moeilijk het is je grondhouding te veranderen. Ik zie duidelijk hoe dit ook geldt voor vlees eten.’

Peter Singer: Animal Liberation: A New Ethics for our Treatment of Animals (1975) Harper Perennial, 311 blz. € 15 Deel uw lievelingsboek op Twitter #nrcboekdelen, of bezoek de Facebook-pagina.