Eén display, toen honderd en nu is Liquavista van Samsung

De bedenkers van een nieuw soort display verruilden zekerheid voor een avontuur. Hun start-up werd overgenomen door Samsung, hun product zit nu in e-readers en telefoons. „Wij konden zeggen: als je deze technologie wilt, heb je met ons van doen.”

Ze hadden een revolutionaire technologie in handen, geloofden ze. Eentje die bepalend kon zijn voor alle toekomstige beeldschermen. Dus verruilden ze in 2006 hun comfortabele Philipscontracten voor een avontuur. Johan Feenstra (42) en elf anderen.

Feenstra – gestreept overhemd, bril met kleine rechthoekige glazen – vertelt zijn verhaal aan een eenvoudige tafel in zijn huidige kantoor in Eindhoven. „Ik kan er meer over vertellen dan je wilt weten, vrees ik.” Zijn ogen twinkelen. Buiten wappert een Samsung-vlag.

Het begon allemaal in 1999. Toen ging Feenstra als onderzoeker aan de slag bij Philips. In 2003 haalde hij de cover van het gerenommeerde natuurwetenschappelijke tijdschrift Nature met een artikel over zijn uitvinding: electrowetting in beeldschermen. Met zijn ontdekking borduurde Feenstra voort op de techniek in bestaande beeldschermen, vrijwel allemaal LCD. Hij verving het vloeibare kristal, dat in LCD schermen tussen twee glasplaten zit, door een soort water en olie. Terwijl bij LCD invallend licht concurreert met de lichtbron in het scherm, maakten Feenstra’s schermen gebruik van invallend licht. Ze waren zuiniger, helderder en leesbaarder in de zon.

Dat was theorie. Toen moesten ze nog ontwikkeld worden. Er werden patenten aangevraagd en Feenstra werkte verder. Tot Philips zei: „Wij gaan niets meer met displays doen. Een strategische keuze. Maar als je wilt, mag je kijken of je zelf iets met je onderzoek kunt.”

Dat wilde Feenstra. Liever dan verder op een veilig uitgestippeld carrièrepad bij Philips. Hij wilde zijn baby tot wasdom brengen, zijn techniek naar de markt. Dus richtten hij en elf kompanen Liquavista op, hun eigen bedrijf.

Philips werd minderheidsaandeelhouder en verschillende investeringsmaatschappijen stapten in. Voor anderhalf jaar, om te beginnen. De technologiepioniers verhuisden van het Philipskantoor op de High Tech Campus, naar een eenvoudig pand op een industrieterrein verderop. Daar improviseerden ze een cleanroom, een stofvrije onderzoeksruimte. Ze sprongen een gat in de lucht toen het ze lukte daar een monster te maken van hun display.

Het monster was een paar vierkante centimeter. Daarna probeerden ze tien monsters te maken. Toen honderd. En steeds grotere ook. Hun portfolio aan patenten groeide en groeide. Voor onderzoek waarvoor zij de apparatuur niet hadden, gebruikten ze ‘cleanrooms’ op de High Tech Campus. Voor testen die ze zelf niet konden doen, gebruikten ze tegen vergoeding dure meetapparatuur in het nabijgelegen Philipskantoor.

Investeerders bleven investeren. Het waren maatschappijen die er rekening mee houden dat slechts drie van de tien beginnende bedrijfjes het haalt. Geldschieters die begrijpen dat het tijd kost iets vernieuwends te ontwikkelen. Philips had tenslotte ruim dertig jaar onderzoek gedaan naar LCD schermen, voordat die eind jaren negentig op de markt werden gebracht.

Het aantal Liquavista-werknemers groeide in anderhalf jaar naar 65. Feenstra trok mensen uit de hele wereld aan, mensen met veel contacten binnen de display-industrie. De veertig werknemers in Nederland hielden zich vooral bezig met onderzoek en ontwikkeling. De twintig mensen in Hongkong en China zorgden voor bevoorrading met speciale displaybenodigdheden en flirtten vast wat met de grote beeldschermbedrijven.

De vijf onderzoekers in Engeland werkten aan de ontwikkeling van een flexibel display. „En overal waar we kwamen predikten we ons evangelie. ‘Nee, we willen niet met LCD-schermen concurreren. We zijn geen vijand. We werken juist aan een nieuwe generatie schermen. Wij borduren voort op de LCD-techniek die jullie allemaal gebruiken.’ In het begin luisterde niemand. Maar zodra we iets konden laten zien, zeiden mensen: ‘wow!’”

Feenstra gaat voor naar een testruimte waar tientallen displays in kasten liggen. Sommige op kamertemperatuur, andere heet of juist koud. In alle kasten worden de displays non stop aan en uit gezet; 10.000 keer. „Dat moet de consument eindeloos kunnen doen.” Verderop ligt een display in een lichtbak. Twee onderzoekers meten hoeveel licht er terugkomt uit het scherm.

Terug in zijn kantoor vervolgt Feenstra zijn verhaal. „Tsja, toen kwam de dip. Die hebben we gevoeld. 10 februari 2009 hoorden we dat we moesten snijden.” Investeerders bleven, maar investeerden minder. Dertig werknemers moesten worden ontslagen.

Het was tijd om keuzes te maken. Dan maar geen eenvoudige design displays in horloges, op weegschalen, op thermometers. Dát hele ontwikkelprogramma werd stopgezet. De overgebleven 35 werknemers stortten zich met man en macht op de ontwikkeling van displays voor e-readers. „Een e-reader met onze display, combineert de goede eigenschappen van een iPad – video, kleur – met de goede eigenschappen van een traditionele e-reader – lichtgewicht en goed leesbaar.”

Op aandringen van zijn investeerders vroeg Feenstra overheidssteun aan. De regering had, om de economie te stimuleren, innovatiekredieten in het leven geroepen. Liquavista kreeg er twee, voor de technologische vernieuwing en voor de samenwerking met Azië; 2,5 miljoen euro in totaal. De onderzoekers in Engeland kregen 15 miljoen euro subsidie van de door de Britse overheid gesponsorde Technology Strategy Board.

Liquavista ging steeds meer samenwerken met grote displayfabrikanten. Want het produceren van een heel scherm was voor het kleine bedrijf arbeidsintensief en duur. En het meeste werk was eigenlijk toch LCD-achtig. Dus leverden bedrijven als Samsung displaydelen aan. „Die maakten wij met onze techniek af. Als demo.” Displayfabrikanten en klanten raakten nieuwsgieriger en enthousiaster. Goh, kan een laptop met een Liquavista-scherm echt twee keer zo lang zonder stroom? Tjonge, kun je een e-reader Liquavista echt lezen in de volle zon!

Eind 2009 waren verschillende grote Aziatische partijen wel heel erg geïnteresseerd in ‘electrowetting’ in beeldschermen. Samsung wilde meer en begon onderhandelingen. Feenstra: „Ons patentenportfolio gaf ons een sterke onderhandelingspositie. We konden zeggen: als je deze technologie wilt hebben, heb je met ons te doen.”

Begin 2011 nam Samsung Liquavista over. Voor hoeveel? Feenstra lacht: „Dat mogen we niet zeggen van de investeerders. Ook niet van Samsung trouwens.” Andere vraag dan. Voor hoeveel zaten de investeerders in Liquavista op het moment van de overname? Feenstra: „Voor zo’n 25 miljoen euro.”

Vanaf het begin van hun avontuur wisten Feenstra en de zijnen: overname is het grote doel. „Want investeerders zoeken een exit, willen uiteindelijk geld zien. En als klein bedrijfje kunnen wij nooit een deel van de LCD-markt overnemen. Zoiets kost miljarden.”

Toch heerste er niet alleen een juichstemming direct na de overname. Er was ook onzekerheid. Wat gaat er met ons gebeuren? Zitten we straks allemaal in Korea? Houdt Samsung zich wel aan de gemaakte afspraken?

Samsung hield woord. Feenstra werd CEO van het onderzoeks- en ontwikkelingscentrum van Samsung LCD in Nederland – het enige LCD-onderzoekscentrum buiten Korea. Feenstra: „Wij haalden Samsung naar Eindhoven!” Het aantal werknemers groeide in no time weer naar 65 – twintig nationaliteiten. Er kwam duurdere apparatuur en er is ineens ruimte om de cleanroom te verbeteren. De innovatiekredieten werden terugbetaald aan de Nederlandse overheid.

Feenstra laat de vernieuwde ‘cleanroom’ zien – „nu 900 vierkante meter”. Door de met geel doorzichtig plastic beplakte ramen kijken we naar binnen. Feenstra wijst: „Daar staat de oven die glasplaten verwarmt, zodat dunne laagjes lak kunnen worden aangebracht. Daar zie je de glasplaten die wij gebruiken, 35 bij 40 centimeter, voor onze 6 inch displays. En wat hier gebeurt…”

Feenstra wijst grinnikend naar een aantal geheel afgeplakte ramen. „Allemaal heel geheimzinnig. Hier brengen wij de vloeistoffen tussen de glasplaten. Dat doen we op een speciale manier. Daarop liggen de meeste van onze patenten.”

Ach, natuurlijk was het ook wennen om ineens een afdeling te zijn in plaats van een zelfstandig bedrijf, zegt Feenstra teruglopend naar zijn kantoor. De salarisadministratie gebeurt niet meer op een Excel-sheetje, maar in standaard softwarepakketten. „En al die regels!”

Maar Feenstra’s techniek komt op de markt, binnen nu en twee jaar. Eerst in e-readers. Daarna ongetwijfeld ook in mobiele telefoons, laptops, televisieschermen. En dan? Missie geslaagd, dus tijd om een nieuw bedrijf te beginnen? „Tsja, een succesvolle start up smaakt natuurlijk wel naar meer.”