De wereld is niet plat

‘Al dat geklets over een wereld die ‘plat’ zou zijn geworden.” In mijn gesprek met Jason Burke, Brits oorlogscorrespondent en schrijver van de 9/11 Wars, was dat de belangrijkste les van tien jaar oorlog en terreur: het verrassend onbuigzame verzet van het lokale tegen het mondiale, het specifieke tegen het algemene, van de stugge traditie tegen geïmporteerd gedachtegoed. De revolutie van moslims in wankele staten die Al-Qaeda voor ogen stond, mislukte uiteindelijk vooral doordat de organisatie weigerde rekening te houden met lokale gebruiken en omstandigheden. Er moest in het groot gedacht worden. Zelfs in brandhaard Pakistan, waar de haat tegen de VS het diepst zit, loopt de radicale islam steeds stuk op lokale tradities.

Tien jaar bezetting en nog zijn de boerka’s niet uit

Het is niet gemakkelijk, zo’n wereldrevolutie.

Dat heeft ook het Westen ondervonden. Er is al genoeg geschreven over het verblinde beschavingsoffensief in Irak en Afghanistan. Burke vertelde over de stroom van weldenkende NGO’ers die samen met de troepen in Afghanistan voorbijkwam: „Ze dachten dat de boerka door de Talibaan was opgelegd. Toen die bij hun komst niet massaal uitging, waren ze beteuterd.” Zowel de organisatie van Bin Laden als de neoconservatieven en de humanitaire idealisten verkeken zich op de mens als cultureel gewoontedier. In de zogenaamde botsing der beschavingen bleken de vijandige partijen pijnlijk weinig oog te hebben voor precies dát: cultuur.

Er wordt nu eindeloos teruggekeken, maar men zoekt het vooral in persoonlijke verhalen – wat dacht je, wat voelde je, wat deed je toen? Dat de wereld op 11 september 2001 „voorgoed veranderde”, weten we nu wel. Interessant is dat ie veranderde op een manier die we juist in jaren daarna niet voor mogelijk hielden. Er zijn twee revoluties mislukt. Dat het lokale hardnekkig zou blijken, dat mensen hun kleine, vertrouwde wereld niet klakkeloos inruilen voor de belofte van een grote, ‘betere’ wereld, dat is de les van de afgelopen tien jaar. De Europese Unie leert ’m nu.

Bekijk het eens zo: de afgelopen tien jaar stond in het teken van de strijd tegen verfoeilijk relativisme. Met de westerse waarden moest niet langer worden gemarchandeerd, het was tijd om te gaan staan waarvoor je stond, achterlijkheid moest weer gewoon achterlijkheid genoemd kunnen worden. Dat discours bleef vooral beperkt tot de opiniepagina’s, internetfora en snelle boekjes. Waar het nieuwe ideologisch elan zich moest bewijzen, zoals in Irak en Afghanistan, liep het al snel tegen de weerbarstige werkelijkheid op.

Tien jaar bezetting en nog zijn de boerka’s niet uit.

Inmiddels overheerst de nuchterheid. Niemand gelooft meer in Afghanistan als stabiele democratie. Afghanistan blijft Afghanistan. De discussie in Nederland over de ware aard van de trainingsmissie in Kunduz laat alleen de knulligheid van het Hollandse politieke bedrijf zien. Als het een humanitaire missie is, denkt men dan werkelijk dat die na vertrek van de Nederlanders overeind zal blijven? Als het een militaire missie is, denkt men dan werkelijk dat men de Talibaan zal verslaan?

De radicale islam heeft een nog grotere hekel aan relativisme: moslims werd de terugkeer naar een onbezoedelde gouden eeuw voorgespiegeld, waar de waarden van de zuivere islam weer in hun volle glorie ondergaan zouden worden. Toen de onzuivere werkelijkheid zich niet liet wegpoetsen, ontaardde deze ideologie in doelloze terreur, waarvan het effect met iedere nieuwe aanslag afnam. Er zullen nog meer aanslagen komen, deze week werd er in Berlijn nog een verijdeld, maar de achterliggende ideologie raakt met de dag meer gedateerd.

Na tien jaar oorlog tegen het relativisme, moet er nu weer gerelativeerd worden. Die twee begrippen werden de laatste tien jaar voortdurend met elkaar verward. Relativisme is: mijn waarden voor die van een ander. Relativeren houdt het besef in dat de wereld zich niet klakkeloos aan jouw opvattingen zal aanpassen.

De voorzichtige opinies over de haalbaarheid van de Arabische Lente – hoe kunnen vrijheid en democratie bloeien wanneer ze niet verankerd zijn in stevige maatschappelijke instituten? – laten zien dat dat laatste besef wellicht vaste grond krijgt. Je kunt duimen, je kunt steunen, je kunt geven. Je kunt niets opleggen.