De veroudering besteden we uit

De laconieke taal van Oscar Wilde tilt zijn nu opnieuw vertaalde gedichten over de eeuwen heen naar ons toe. En uit de nu gepubliceerde oerversie van zijn enige roman The Picture of Dorian Gray blijkt hoe modern hij al was.

Oscar Wilde: Gedichten. Vert. door Marja Wiebes en Margriet Berg. Plantage, 142 blz. €15,-

Oscar Wilde: The Picture of Dorian Gray. An Annotated, Uncensored Edition. Nicolas Frankel, red. Harvard University Press, 295 blz. € 31,50

Afgezien van het redden van kinderen uit brandende huizen en het opblazen van zwaar bewaakte bruggen om vijandelijke legers tot staan te brengen, zijn er weinig dingen zo dapper als het vertalen van poëzie – vooral als die vertaling in een tweetalige editie wordt uitgebracht, zodat iedereen die de oorspronkelijke taal beheerst, kan nagaan hoe je het hebt gedaan.

Vertalers Marja Wiebes en Margriet Berg hebben het aangedurfd. In Gedichten presenteren ze een tweetalige keuze uit de poëzie van Oscar Wilde (1854-1900). Hoe brengen ze het ervan af? Behoorlijk goed.

De poëzie van Wilde staat een beetje in de schaduw van zijn toneelstukken en de roman The Picture of Dorian Gray, en helemaal ten onrechte is dat niet. De gedichten uit Wilde’s eerste en enige bundel Poems (1881) missen nu eenmaal de sprankeling en de aforistische spitsvondigheid van zijn latere werk. Toch komen ze uit dezelfde bron, wat niet alleen blijkt uit thematische overeenkomsten (esthetisch genot, het verlies van de jeugd), maar ook uit de laconieke toon, die in Wilde’s poëzie hoogdravendheid beteugelt zonder te vervallen in ironische relativering.

Juist dat laconiek-ernstige maakt de gedichten ook nu nog genietbaar, en Wiebes en Berg zijn erin geslaagd die toon in hun vertalingen te behouden. Hun (terechte) keuze om rijm en ritme te bewaren leidt in een paar gevallen tot wat gewrongen oplossingen, maar de meeste gedichten hebben niets van de hoekigheid en gezochtheid waardoor vertaalde gedichten maar al te vaak worden gekenmerkt.

Heer en meester

Veel vertaalde strofen bezitten zo’n natuurlijke toon dat je vergeet dat het vertalingen zijn. Neem bijvoorbeeld ‘In dit gehaast en rusteloos bestaan / Hebben wij blij en zorgeloos geleefd’ (uit ‘Mijn stem’) of ‘De dood is heer en meester van 't bestaan, / En vorst en nar zullen tot stof vergaan’ (uit ‘Ravenna’).

Hoewel de romancier en de toneelschrijver de dichter hebben overvleugeld, is er één gedicht van Wilde dat klassieke status heeft verworven: ‘The Ballad of Reading Gaol’, uit 1898. De ontstaansgeschiedenis is bekend: Wilde klaagde de vader van zijn minnaar aan wegens smaad, maar werd zelf tot gevangenisstraf veroordeeld wegens onzedelijke handelingen. Nadat hij zijn straf had uitgezeten vertrok hij als gebroken man naar Frankrijk, waar hij zijn gevangeniservaringen verwerkte in de lange ballade waarin de wreedheid van het rechtsysteem aan de kaak wordt gesteld. Juist de eenvoudige, alledaagse taal die Wilde gebruikt geeft het tragische gedicht een tijdloze, vanzelfsprekende klasse.

Ook dit gedicht is opgenomen in Gedichten, en het beslaat bijna een derde van de bundel. Toch staat er geen woord te veel in, en die beknoptheid speelt de vertalers hier en daar parten. ‘Toch doodt elkeen wat hij bemint’ vormt een bleke echo van de klassieke regel ‘Yet each man kills the thing he loves’. Andere strofes klinken gelukkig een stuk natuurlijker, en al met al is deze vertaling van dit gedicht veel beter dan die van Jim Holland uit 1987.

Tijdens het genoemde proces tegen Wilde probeerde de aanklager de onzedelijkheid van de schrijver aan te tonen door te citeren uit The Picture of Dorian Gray, het bekende en destijds schokkende verhaal over de mooie, jonge Dorian Gray die erin slaagt zijn jeugd en schoonheid te behouden doordat zijn zonden en veroudering worden uitbesteed aan het schilderij waarnaar de roman is genoemd.

Toespelingen

Het ging de aanklager vooral om de homo-erotische toespelingen in de tekst. Daarom citeerde hij dan ook niet uit de roman die in 1891 uitkwam, maar uit de eerdere versie, die in 1890 was verschenen in het Amerikaanse tijdschrift Lippincott’s; voor de romanversie had Wilde het verhaal niet alleen uitgebreid, maar ook de toespelingen enigszins afgezwakt. Maar ook de Lippincott’s-versie bevatte ingrepen die waren bedoeld om het verhaal minder controversieel te maken. Dat blijkt als die versie wordt vergeleken met Wilde’s typoscript.

Dat typoscript vormt de basis voor The Picture of Dorian Gray, An Annotated, Uncensored Edition, die onder redactie van Nicholas Frankel onlangs is verschenen. Uit deze uitgave blijkt dat in de latere versies niet alleen toespelingen naar homoseksuele liefde verdwenen (geëxalteerde verzuchtingen werden geschrapt, er werden geen mannenhanden meer op mannenschouders gelegd), maar ook verwijzingen naar heteroseksueel overspel.

Deze oerversie doet moderner aan dan de latere roman. Dat komt niet alleen door de censuur waaraan de tekst werd onderworpen, maar ook doordat Wilde zijn uiteindelijke versie voorzag van een subplot, waarin wraak centraal stond. Daardoor ging het boek meer op een conventionele Victoriaanse roman lijken.

Frankel is niet de eerste die de verschillende versies van de roman naast elkaar legt. Ook in uitgaven van Penguin Classics en de Oxford University Press wordt aandacht besteed aan de verschillende versies van de tekst. Frankels verdienste is dat hij het typoscript centraal stelt, en heeft voorzien van uitgebreide annotaties en illustraties. Zijn prachtig uitgegeven ongecensureerde versie kan de roman zoals die in 1891 verscheen niet vervangen, maar is wel een vorm van gerechtigheid.