De schande van Nantes

J e hoort vaak dat topsporters losgezongen zijn van de samenleving. Snelle miljonairs kunnen zich nog moeilijk inleven in het lege broodtrommeltje van de bijstandsmoeder. Hun preoccupatie is het eigen dure lijf.

Kan je het ze kwalijk nemen? Ze zijn jong en argeloos en niet geoefend in de grote wereld. Hun perspectief is de Zestien, of de bollentrui in de Vuelta.

Dat kost ook moeite.

Treuriger is dat bonden en clubs al even gevoelloos zijn voor de Umwelt. Hun perspectief is het ereterras en de binnenlopende miljoenen van de Champions League. Medeleven beperkt zich tot een rouwband tijdens de wedstrijd. De verongelukte ijshockeyers van Lokomotiv Jaroslalavl krijgen een herdenkingsdienst in het stadion, maar de competitie wordt niet stilgelegd. In sport duurt de dood nooit langer dan een week.

9/11.

Luttele uren na de aanslagen op het World Trade Center in New York speelde PSV een wedstrijd voor de Champions League in Nantes. Zoals gebruikelijk werd er vooraf rijkelijk getafeld tijdens de perslunch. Toch was er ook vertwijfeling. De club hoopte dat de UEFA alle duels op deze hallucinante avond zou schrappen. Naïef natuurlijk: dat soort fijngevoeligheden is aan de UEFA niet besteed.

Er waren wat bedrukte gezichten bij spelers en publiek, maar de hymne van de Champions League schalde vrolijk door het stadion. En de harde kern liet zich meteen horen. Theo Reitsma was ook op post als commentator voor de NOS.

PSV verloor het duel met 4-1. De fans van Nantes waren uitgelaten, door het dolle heen.

Achteraf zei iedereen dat de partij nooit gespeeld had mogen worden. Dat begreep de UEFA een dag later ook: het programma voor de woensdag werd geschrapt. Ondertussen was er tweespalt ontstaan in de selectie van PSV. De anglofielen Waterreus en Hofland zouden later toegeven dat ze met schaamrood op de wangen het veld hadden betreden. De Servische spits Mateja Kezman daarentegen maakte de hele tijd grapjes over de doden van Ground Zero. Hij had nog een paar Amerikaanse bombardementen in de Balkan te vereffenen.

Coach Erik Gerets liet de keuze aan de spelers: spelen of niet. Het werd dus spelen. Technisch directeur Frank Arnesen, die zei behoorlijk aangeslagen te zijn door de gebeurtenissen in New York, verschoonde zijn jongens. „Het is heel moeilijk, maar vergelijk het met een sterfgeval in de familie. Dan moet je ook weer werken.”

Een sterfgeval.

Kun je dat zeggen met drieduizend verkoolde lichamen? Ach, Frank was even de weg kwijt. Voorzitter Harry van Raaij vervulde zijn representatieve plicht, maar lachen deed hij die avond niet. Niet één keer. Bij thuiskomst werd PSV gekapitteld voor de onwelvoeglijke gevoelloosheid. Daar bleef het bij.

We zijn tien jaar later. Aan de slachtoffers van Ground Zero denkt zondag niemand nog op de sportvelden. De winnaar van de schitterende Ronde van Spanje zal een glaasje cava drinken voor de tv-camera’s. Het gezicht opengetrokken tot een accordeon van geluk. Op de Nederlandse voetbalvelden weerklinken spreekkoren, gejuich en ongemak als vanouds. Niks Ground Zero.

Het is niet anders: in de sport moet je de dood kunnen loslaten. Topsporters hebben hun eigen sociale weefsel en dat reikt meestal niet overzee. Het is al mooi dat de aanvoerder van SV Zulte Waregem, Davy de Fauw, zich wil inzetten voor suïcidepreventie. En dat de spelers van FC Twente in verloren momenten een praatje slaan in een nabijgelegen achterstandswijk. Verder zijn topsporters maatschappelijk geblinddoekt, want sores nemen scherpte weg. Het echte leven begint pas later.