Opinie

De krant van 12 september 2001: Bin Laden haalt (net) de voorpagina

De ombudsman

Wat deed NRC Handelsblad op 11 september 2001?

Angst om iets mis te lopen, blijft het sterkste journalistieke frame

Voor me liggen drie kranten, met de typische geur van oud maar groot nieuws: woensdag, donderdag en vrijdag na die onthutsende dinsdag. Broadsheets vol lappen tekst en zwart-witfoto’s – maar met een diep gevoel van urgentie.

NRC Handelsblad besteedde die woensdag zes pagina’s aan de aanslagen. De voorpagina wordt beheerst door een foto van Manhattan gehuld in rookwolken, onder de kop Aanval op VS, Bush wil vergelding.

Op die pagina nog weinig over de daders. Bin Laden wordt genoemd onder in het nieuwsbericht, als mogelijk brein achter de aanslagen. Midden-Oostenspecialist Carolien Roelants schreef een haarscherp stuk over Bin Laden en Al-Qaeda (Aanslagen dragen handtekening Bin Laden), onder op pagina 3. De voorpagina koos, verantwoord maar een beetje veilig, voor een stuk over de economische effecten (Aanslag psychologische klap wereldeconomie).

Nu was over de identiteit van de daders toen ook nog niets bekend. Er deden de wildste geruchten de ronde, zegt Birgit Donker, destijds adjunct van dienst. „Carolien ontzenuwde die allemaal, behalve dat het om Al-Qaeda zou kunnen gaan. Maar het bleef speculeren. Van Afghanistan had iedereen toen nog op het netvlies dat daar Boeddhabeelden waren opgeblazen, niet dat ze tot zoiets in staat waren.”

Ook een dag later – toen TheNew York Times meldde dat (anonieme) bronnen twee daders koppelden aan Bin Laden – focuste de voorpagina op de Amerikaanse reactie. Bin Laden dook opnieuw op, in de laatste alinea van de correspondent.

Roelants schreef die dag een tweede stuk (Employés Bin Laden kennen elkaar niet). Weer zeer informatief – en weer onder op pagina 3. Verderop in de krant werd een hele pagina uitgetrokken voor reacties uit de islamitische wereld (onder de kop Islamieten in de hele wereld maken zich zorgen, op enkele radicalen na).

Op vrijdag meldde de voorpagina prominent dat Bin Laden door minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell de „hoofdverdachte” was genoemd. Dat was de eerste officiële bekendmaking door een Amerikaanse regeringsfunctionaris.

Getuigt die terughoudendheid van ‘politieke correctheid’? Nee. De krant wilde vooral betrouwbaar zijn en zorgvuldig omgaan met de schaarse feiten. Dat is een journalistieke deugd. Al had Roelants van mij de voorpagina mogen halen; de economische schade was, zoals Ronald Reagan ooit zei, groot genoeg om even voor zichzelf te zorgen.

Ik heb wel het idee dat het pas laat tot de krant doordrong dat 11 september het begin zou zijn van een politieke en culturele oorlog rond de islam – ook in Nederland.

Hoe is dat daarna gegaan?

Aan de Erasmus Universiteit Rotterdam studeerde Jennifer van Genderen in januari van dit jaar af op Van Fatwa tot Fitna, een onderzoek naar de berichtgeving van NRC Handelsblad over moslims en de islam tussen 1995 en 2009.

Haar conclusie: NRC Handelsblad heeft grosso modo in de pas gelopen met de samenleving. Die schoof na 11 september 2001 op naar een steeds kritischer houding tegenover moslims en de islam – en de krant ook. Van Genderen: „Als de manier waarop NRC schrijft over de islam wordt vergeleken met de ontwikkeling van het maatschappelijke debat over de islam sinds het midden jaren van de jaren negentig, dan valt op dat de krant netjes de ontwikkelingen volgt.”

Hoe weet ze dat? Van Genderen telde de artikelen over de islam, waar die stonden, en welke woorden er werden gebruikt. Daarnaast toetste ze welke thema’s en kaders het meest werden gebruikt.

Zo kwam de term ‘islamisering’ in 1995 vijf keer voor, elf keer in 2002 en negenendertig keer in 2009. Bovendien werd de term in 1995 vooral gebruikt voor ontwikkelingen in islamitische landen, maar in 2009 juist voor die in de Nederlandse samenleving.

Moslims worden daarnaast, volgens haar onderzoek, vooral in verband gebracht met negatieve thema’s (terrorisme, geweld) en binnen een „conflictframe”. Van Genderen: „Zij worden hierbij vooral gepresenteerd als een gevaar voor de kernwaarden van de Nederlandse samenleving, zoals de gelijkheid van mannen en vrouwen, de acceptatie van homoseksuelen en de vrijheid van meningsuiting.”

Dat ligt voor de hand, gezien het nieuws over terrorisme, de moord op Theo van Gogh, en alle noodkreten over mislukte integratie. En een onderzoek als dit zegt natuurlijk ook niet alles; het gaat ook om de aard en teneur van artikelen. Toch is het goed dat dit nu eens is uitgezocht. De krant staat kennelijk grotendeels in de mainstream.

Van Genderen maakt een kanttekening bij de opiniepagina’s: „Zowel negatieve als positieve stukken over de islam vonden hun weg naar de krant. Dit is tekenend voor de liberale signatuur van NRC.”

De krant krijgt dan nog wel een veeg uit de pan omdat die meedeed aan „de mediagekte” rond Geert Wilders. De onderzoekster wijst op Haags redacteur Herman Staal, die met de PVV-leider (en een legioen andere journalisten) naar Londen vloog, een publiciteitsstunt.

Mea culpa, mevrouw. Ik was als adjunct betrokken bij die afweging, en Staal zelf had nu juist bedenkingen bij de reis. Maar ja, je wilt niks mislopen – dus hup, we gaan.

Angst om iets te missen blijft het belangrijkste journalistieke frame.