De eurocrisis is te urgent voor toekomstdromen

Door de problemen met de euro is het debat over de politieke architectuur van Europa opnieuw ontbrand. In werkelijkheid hebben politici iets anders aan hun hoofd.

In augustus praatten politici in de eurozone over zaken als het Finse onderpand en euro-obligaties. Deze week doken er nieuwe steekwoorden op, die nog urgenter klinken: ‘verdragswijziging’ en ‘exit’. De Duitse bondskanselier Merkel opperde het Lissabonverdrag open te breken om de architectuur van de eurozone beter te maken. De Nederlandse premier Rutte verbrak het taboe rond een Griekse uittreding uit de eurozone.

Politici in andere landen reageerden meteen op deze uitspraken. Maar zijn er ook echt plannen in de maak? Nee, zo blijkt uit een ronde langs Brusselse ambtenaren en diplomaten. Eerder het tegendeel.

„Verdragswijzigingen,” legt één hunner anoniem uit, „zijn een proces van jaren. Regeringen, parlementen, iedereen is betrokken. De één wil dit, de ander dat. Het is dé kans om iets voor je land binnen te halen. Het duurde jaren voor het Lissabonverdrag rond was. De crisis is hier te acuut voor. We hebben nú oplossingen nodig, niet in 2020.”

Betrokkenen in het euro-vergadercircuit bevestigen dit. Niet alleen is er geen tijd om verdragen aan te passen, wat volgens velen nodig is als je euro-obligaties wilt uitgeven of andere dingen wilt doen om de begrotingspolitiek van zeventien soevereine eurolanden – of alle 27 EU-landen – te integreren. Maar er worden ook geen concrete stappen gezet. Zeker, het gonst van de geruchten. Velen laten ballonnetjes op. Duitsland, schreef Der Spiegel maandag, wil een permanent voorzitter van de eurozone. Jean-Claude Juncker moet weg, Europees president Herman Van Rompuy moet eurotoppen gaan voorzitten (wat hij informeel al doet), diens kantoor moet worden uitgebreid. Rutte denkt eerder aan een ‘Begrotings-eurocommissaris’ met volmachten. Die moet landen die het Stabiliteitspact schenden, keihard aanpakken.

Dit zijn aanzetten tot een debat over een nieuwe euro-architectuur. Maar niemand weet wie welk artikel van het nog jonge Lissabonverdrag zou willen wijzigen, laat staan waarvóór. De reden is dat de twee dominante landen in de eurozone, Duitsland en Frankrijk, het over de grote streken van zo’n nieuwe architectuur niet eens zijn. Frankrijk wil versterkte samenwerking binnen de eurozone, zodat je een Europa van twee snelheden krijgt. Daarvoor moet je een andere structuur optuigen dan wanneer je de Duitse wens vormgeeft: één sterker systeem voor alle 27 EU-landen.

Het enige waar Parijs en Berlijn elkaar blind in vinden, vertellen betrokkenen, is hun afkeer van de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso en hun vertrouwen in Van Rompuy. Daarom zijn ze bij elke stap naar méér Europese integratie vastbesloten om Barroso te passeren en Van Rompuy’s rol te versterken.

Nog een reden dat het thema ‘Europese verdragswijziging’ een non-issue is aan de Europese vergadertafels, is de dagelijkse stroom aan slecht nieuws. De economische groei zakt weer in. Banken zijn niet uit de gevarenzone. „Iedereen trapt vooral brandjes uit,” zegt een betrokkene. Omdat elk land een veto heeft over elk aspect van de eurocrisis, wordt elke nationale mug een Europese olifant. Regeringen zijn daarom nu vooral bezig de nieuwe volmachten van het noodfonds door hun parlementen te loodsen.

Een complicerende factor is dat de deelname van banken aan leningen voor Griekenland, waartoe in juli werd besloten, beleggers wegjaagt – zelfs de Duitsers hebben er nu spijt van. En dan is er nog die zesde portie leningen voor Griekenland, die binnenkort moet worden gestort. Griekenland hervormt niet genoeg, constateerde de trojka van IMF, Commissie en ECB vorige week. Het definitieve trojka-rapport, eind september, kan voor extreme turbulentie zorgen.

Nu in Nederland en Duitsland stemmen opgaan dat Griekenland uit de eurozone moet, maken velen hun borst vast nat. Maar voor zo’n exit is een verdragswijziging nodig, die nu juist zo moeilijk is. Nu kan niemand een euroland de deur wijzen. Diverse bronnen zeggen niets te weten van enig coördinatie over dit onderwerp. Eén zegt echter: „‘AAA’-landen hebben tegenwoordig onderonsjes. Het kan zijn dat daar iets is besproken. Maar voorlopig lijkt het een zaak die nog binnen partijen als CSU of VVD wordt uitgevochten.”

Daarom zijn verhalen over een nieuwe Europese architectuur „politieke fictie”, zegt een functionaris. Politici roepen dat vooral om krachtdadig over te komen. Maar niemand heeft tijd, energie of moed om eraan te werken. „In de toekomst zullen grote stappen worden gezet. Maar regeringsleiders zullen dat doen met het mes van de markten op de keel. Paniekerig, binnen 24 uur. Als het echt niet anders kan.”