Cerebrale monoloog over Afghanistan

Land zonder woorden bij het Nationale Toneel. Regie: Jaap Spijkers. Gezien 8/9. Inl. nationaletoneel.nl **

Het had zo mooi kunnen zijn. Een tekst van Dea Loher, een van de interessantste toneelschrijvers van dit moment, over haar ervaringen in Afghanistan. Over hoe kunst zich verhoudt tot oorlog, over of je nog kunt schrijven of schilderen na de vernietiging. Antoinette Jelgersma speelt een beeldend kunstenares, die flarden van haar ervaring in een oorlogsgebied loslaat, terwijl ze als een bezetene schildert – enkel bruin, grijs, grauw. Ze wisselt beschrijvingen van gewonde of dode lichamen („met de kleur van rottende zalm”) af met anekdotes over kunstenaars die ze bewondert, zoals Mark Rothko.

Maar ergens ging het mis. Loher weet haar vertwijfeling niet invoelbaar te maken; de tekst is gekunsteld en cerebraal. Bovendien kan ze niet goed uit de voeten met het thema beeldende kunst, waar ze enkel clichés over opdist, en nauwelijks mooie beelden vindt. Dat ligt ook aan de vertaling, die stroef is en archaïsch. Alleen de passage over lichamen met de kleur van zalm en textuur van varkensvlees beklijft.

Regisseur Jaap Spijkers benadrukt de clichés door Jelgersma verwoed te laten schilderen op het transparante zeil dat haar scheidt van het publiek. Ze smijt de verf op het doek, een hulpeloos, gedateerd beeld. Jelgersma zet een soort technische virtuositeit in, die hier niet past. Ze is te weloverwogen en eloquent – zo verdampt iedere suggestie van vertwijfeling. Alleen haar rood doorlopen ogen, die snel heen en weer schieten, onthullen een zweem van paniek.