Bestuurder kan niet heen om besparing

Universiteitsbestuurders hebben hun instellingen te gronde gericht, stelt Bastiaan Bommeljé. Geef ons dan meer geld, betoogt Nico de Voogd.

Het gaat niet goed met Nederlandse universiteiten. Dit is de schuld van bestuurders. Zij bedenken huisstijlen, logo’s, dure gebouwen en bureaucratie, stellen hun eigen buitensporige salarissen vast en beramen zinloze fusies. Ze verwaarlozen onderwijs en onderzoek. Het gevolg is een beschamend studierendement. Zo vat ik het stuk van Bastiaan Bommeljé (Opinie & Debat, 3 september) samen.

De noodkreet van Bommeljé zou doeltreffend zijn als de onderliggende analyse zou kloppen.

Sinds begin jaren tachtig bezuinigen kabinetten op universitair onderwijs en onderzoek. Wetenschappers moeten onderzoeksgeld bijeensprokkelen, onderzoek uitvoeren in opdracht van het bedrijfsleven en de overheid, rapporten produceren en ‘netwerken’. In diezelfde periode is bovendien het aantal studenten sterk toegenomen. Het is een wonder dat Nederland in een aantal vakgebieden nog steeds excellente prestaties levert.

Op papier is de autonomie van universiteiten vergroot. Dit betekent in de praktijk dat universiteiten door de politiek veroorzaakte problemen moeten oplossen. Tegenover besparingen staat de uitspraak dat Nederland tot de wereldtop moet horen.

Een spectaculaire bezuinigingsmaatregel betreft de huisvesting. Tot in de jaren negentig was de staat verantwoordelijk voor nieuwbouw en onderhoud van gebouwen. Daarna namen universiteiten alle gebouwen en terreinen over. Ze mochten maar een klein deel besteden van het oorspronkelijke huisvestingsbudget.

Universiteiten moesten projectontwikkelaars worden. Oude gebouwen moesten worden afgestoten, omdat ze niet meer functioneel waren. Nieuwe gebouwen werden neergezet. Dat die nieuwbouw extreem kostbaar was, is een fabeltje.

Dan de bureaucratie. Het zegt weinig dat 56 procent van het personeel van de Universiteit van Amsterdam geen wetenschapper is, tegen 27 procent op de Harvard-universiteit. Amerikaanse onderzoekers installeren zelf hun apparatuur. Als zij een subsidieaanvraag indienen, moeten ze van hun universiteit boven op de projectkosten nog 50 tot 70 procent overhead doen.

Het studierendement van de Nederlandse universiteiten is altijd laag geweest. De oorzaken zijn complex. Denk aan de krachtig verdedigde studievrijheid, sociale vaardigheden naast de studie, bijbanen, onbeperkte toegang, gering commitment tussen docenten en studenten en de afwezigheid van selectie. Wellicht moeten we kiezen tussen – dierbare – tradities en studieprestaties.

Tot slot de ‘fusies’. Die zijn een reflex geworden om allerlei problemen op te lossen. Jarenlang behoorden ze tot de politiek-correcte verschijnselen in onze samenleving. De samenwerking – en mogelijke fusie – van Delft, Leiden en Rotterdam hoort niet tot deze categorie. Ze is op de werkvloer ontstaan. Het gaat om samen investeren in dure faciliteiten en om het benutten van elkaars sterke punten. Dit is de enige logische weg om excellent onderwijs en onderzoek te waarborgen.

Dr. Nico de Voogd was tussen 1993 en 2001 bestuursvoorzitter van de Technische Universiteit Delft.