Beloften over pgb zijn te kostbaar

Bezuinigen op het persoonsgeboden budget, zonder dat mensen minder zorg krijgen. Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten deed in juni een belofte die haar duur komt te staan.

Geen cent besparen, óf harde beloftes verbreken. Voor dat dilemma staat staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA) na de publicatie van een politiek gevoelige notitie van het Centraal Planbureau over de bezuinigingen op het persoonsgebonden budget (pgb).

Met het pgb krijgen gehandicapten geld waarmee zij zelf hulp kunnen kopen. Het is een uitvinding van de liberalen, die keuzevrijheid een groot goed vinden. Tot halverwege de jaren 90 waren hulpbehoevenden aangewezen op zorginstellingen met standaardhulp, die vaak niet bij hun behoefte aansloot. Het pgb werd onverwacht populair. Té populair, volgens het kabinet-Rutte en gedoogpartner PVV.

Het kabinet wil dat 90 procent van de mensen met een pgb (nu 165.000) dat verliest. Het zou 900 miljoen euro opleveren (op 3,7 miljard euro aan uitgaven in 2015). De bezuinigingsplannen veroorzaakten grote onrust.

In opdracht van de hele oppositie rekende het CPB de plannen door. Conclusie: de opbrengst is slechts 600 miljoen, een derde minder dan het kabinet denkt. Maar omdat er ook een meevaller is – een kleinere aanwas van mensen met een pgb – valt die tegenvaller bijna weg. Extra maatregelen zijn dan onnodig.

Goed nieuws voor de staatssecretaris, zou je zeggen. Maar zo eenvoudig is het niet. Allereerst kosten de maatregelen 20.000 banen in de zorg aan huis, stelt het planbureau. En wat te denken van de harde toezeggingen die Veldhuijzen van Zanten deed over de compensatie van gedupeerden? In juni noemde zij de langdurig zieken met een pgb „pioniers in de vernieuwing van de zorg”, die „aantoonbaar goedkopere oplossingen hebben gevonden.” „Zij mogen die oplossingen van mij natuurlijk behouden.” En: „Ik zeg dit nu hardop en daar mag u mij allemaal aan houden.”

Ze zegde toe dat de meeste mensen die nu een pgb hebben, kunnen blijven rekenen op zorg. Alleen anders gefinancierd, via een ander loket. Daarvan zegt het planbureau nu dat dat wel meer geld kost: „In dat geval wordt de eerder vermelde besparing van 600 miljoen euro nagenoeg tenietgedaan.”

Voor de oppositie is dit een uitgelezen kans om te eisen dat de plannen van tafel gaan. De PvdA vindt het snijden in het pgb onaanvaardbaar als „het geen cent oplevert”. GroenLinks vindt de plannen nu „onhoudbaar”. Ook de VVD, van oudsher voorvechter van het pgb, is geschrokken van de CPB-berekeningen en wil nog voor Prinsjesdag opheldering. Kamerlid Venrooy (VVD) sprak van „heel heftige informatie”.

Ook voor de PVV, die zich als beschermengel van de zorg opwerpt, is dit een heikele kwestie. Kamerlid Agema (PVV) betuigde gedupeerden, na instemming met de bezuinigingsmaatregelen, nog haar spijt. Ze zei dat ingrijpen noodzakelijk is. Maar als de pgb-maatregelen geen besparing opleveren, blijft dat moeilijk vol te houden. Gisteravond zei ze op tv dat de PVV de staatssecretaris aan haar toezeggingen zal houden. „Ik denk dat dat kan. Het gaat om de kwaliteit van zorg. Daar zullen we de staatssecretaris aan houden.”

Die laat weten dat zij het CPB-rapport ziet als een steun voor haar beleid omdat het „onomstotelijk aantoont dat de groei van het pgb zonder ingrijpen onbetaalbaar wordt”. Alleen weerlegt zij de veronderstelling van het CPB dat zij niets bespaart als zij haar beloften waarmaakt om mensen goede zorg te garanderen. Wat dat betreft, vindt ze de visie van het CPB „ouderwets” en belooft zelf „vernieuwingen”. Later zal zij dat in een brief onderbouwen.