Belaagde president moet meer met minder doen

President Obama probeert nog één keer met een smak geld de motor van de economie op gang te brengen. Snel resultaat is cruciaal voor zijn herverkiezingen. Maar levert het banen op?

Meer van hetzelfde, of eigenlijk: minder van hetzelfde. Dat is economisch gezien de conclusie over het banenplan van 447 miljard dollar (323 miljard euro) dat president Barack Obama gisteravond presenteerde.

The Armerican Jobs Act (De Amerikaanse Banenwet), zoals het Witte Huis het voorstel ambitieus heeft gedoopt, lijkt een economische bloemlezing aan maatregelen die de afgelopen jaren ook al moesten helpen om de werkloosheid te bestrijden en banen te creëren. Lastenverlichting, onderwijs, bouwprojecten en financiële steun voor werklozen, het komt allemaal akelig bekend voor.

De omvang van het plan bedraagt echter ruim de helft van het vorige stimuleringspakket van Obama, uit februari 2009. Destijds pompte de regering 825 miljard dollar in de economie. Zo bezien is Obama’s plan nu minder van hetzelfde. De werkloosheid, die in 2009 8,2 procent bedroeg, liep vervolgens op tot boven de 10 procent (in oktober 2009), om daarna licht te dalen tot het niveau van 9,1 procent in 2010.

Sindsdien daalt de werkloosheid niet meer. Er kwamen in de maand augustus per saldo geen nieuwe banen bij in de Verenigde Staten, en met een stagnerende economische groei is een spontaan herstel van de private sector nauwelijks realistisch.

In de nieuwe banenwet van vannacht zet Obama zijn kaarten het meest op lastenverlichting. Dat heeft een economische, maar vooral een politieke reden. Economisch is met lastenverlichting voor werknemers (175 miljard dollar) direct een effect op het besteedbaar inkomen te verkrijgen. In ‘normale omstandigheden’ zou zich dat kunnen vertalen in extra bestedingen. De vraag is echter of de onzekerheid over de economie het consumentenvertrouwen niet dusdanig laag houdt, dat burgers eerder gaan sparen dan spenderen.

Ook stopt Obama nog eens 70 miljard dollar in het verlagen van de loonbelasting voor werkgevers, met name in het midden- en kleinbedrijf. Daarmee wordt het inhuren van mensen goedkoper. Het Amerikaanse mkb is, net als in Europa, een echte banenmotor. Maar dat heeft alleen effect als er ook echt werk is, en daar wringt nu juist de schoen.

Politiek gezien kon Obama niet veel anders dan het merendeel van zijn plan in de vorm van lastenverlichting gieten. De Republikeinse meerderheid in het Congres is tegen elke vorm van hogere uitgaven, maar tegen lastenverlichting stemmen is voor hen electoraal lastiger.

Ondanks de politieke onwil van de Republikeinen om meer geld uit te geven, wil Obama toch goedkeuring van het Congres voor 140 miljard aan extra uitgaven. Dat wordt vooral gestoken in infrastructurele projecten en onderwijs. Geld steken in de bouw is een beproefde manier om banen te creëren en dus de werkloosheid te verlagen. Het probleem is alleen dat dergelijke impulsen maar van korte duur zijn. Houdt de extra subsidie van de staat op, dan moeten alle werknemers weer naar huis, en loopt de werkloosheid weer op. De laatste 62 miljard is bedoeld om langdurig werklozen aan het werk te helpen (reïntegratie). Maar ook daar geldt: dat is alleen succesvol als er echt banen bij komen voor deze mensen.

De reden dat Obama het weer probeert met oude maatregelen, is tweeledig. Enerzijds hoopt hij dat de Amerikaanse economie weer op zal veren. Als dat gebeurt, kan het bedrijfsleven de rol van motor van de economie overnemen van de staat. De tweede reden is politiek: de looptijd van het pakket is zo uitgekiend dat de effecten ervan maximaal zijn midden in de strijd om het presidentschap, die in november 2012 beslecht zal worden. Zo ‘koopt’ Obama kortstondige economische vooruitgang en hopelijk (voor hem) de politieke beloning daarvoor.