Ascona 1920-1945, brandpunt van blote baardmannen

Enno van der Eerden: Ascona. Bezield paradijs. Bas Lubberhuizen, 374 blz. € 29,50

Een moeilijk bereikbare, vergeten uithoek van Europa: lange tijd is het dorp Ascona het geweest. Het ligt aan de Italiaanse kant van de Alpen, nog net in Zwitserland, aan het idyllische Lago Maggiore. In 1900 kocht de 25-jarige industriëlenzoon Henry Oedenkoven uit Antwerpen er een heuvel, waar hij een coöperatieve vegetarische kolonie vestigde die hij ‘Monte Verità’ noemde. Een gemeenschap van geestverwanten, die door Tolstoj geïnspireerd de druk van geld, huwelijk, eigendom, nationalisme, en industrie wilden inwisselen voor ‘natuurlijk leven’. Eenvoud, liefst zo naakt mogelijk, ook fysiek. Het zachte klimaat leende zich er voor, en toen de autochtonen door hadden dat al die schaars geklede vrouwen en woest behaarde mannen (scheren en haarknippen was afgeschaft) geen vlieg kwaad deden, leefden beide gemeenschappen vreedzaam naast elkaar. Monte Verita was het begin van een verbijsterende wending in de geschiedenis van het eeuwenlang bijna roerloze Ascona, dat uit zou groeien tot brandpunt van de Europese cultuur van 1920 tot 1945.

De Oedenkoven-kolonisten trokken anarchisten aan, de anarchisten namen socialisten mee, journalisten, schrijvers, politici, psychoanalytici, schilders, beeldhouwers, choreografen, dansers. Wie waren niet al voor korte of langere tijd in Ascona? Hermann Hesse, Rainer Maria Rilke, Carl Jung, Erich Maria Remarque, Hugo Ball, Else Lasker-Schüler, Stefan George, Isadora Duncan, Paul Klee, Rudolf Steiner, Ernst Toller, Henry van de Velde, Max Weber, Gustav Stresemann, James Joyce, Thomas Mann, Hans Arp, Emil Ludwig. Nederlanders ook. Frederik van Eeden, Ferdinand Domela Nieuwenhuis en diens zoon César, Adriaan Roland Holst, Rie Cramer, Arthur van Schendel, Hendrik Marsman, Arthur Lehning, Martinus Nijhoff, Albert Kuyle. Cultuur, omgeving, weer, vriendschap en niet te vergeten een losse of afwezige moraal omtrent liefde en seksualiteit: Ascona was een ware magneet.

Daarbij was het neutrale Zwitserland ook nog eens twee oorlogen en een interbellum lang wijkplaats voor dienstplichtigen, politiek vluchtelingen, en (vanaf 1933) joden.

Enno van der Eerden schreef over deze wonderbaarlijke dorpsmetamorfose een fascinerend boek: Ascona. Bezield paradijs. Een romantisch boek. Stel men zou een veertiendaagse, geheel verzorgde vakantie in het verleden kunnen boeken: doe mij maar Ascona 1930. Het fanatieke, onbespoten karakter van de Monte Veritanen is op dat moment enigszins geluwd, al zouden Jung en Rudolf Steiner nog lange tijd grote invloed behouden, grootindustriëlen hebben het dorp ontdekt en fungeren vaak als mecenas, zonder dat hun grote geld de ziel van deze gemeenschap van zoekers, kunstenaars en gekken nog heeft uitgehold.

Enno van der Eerden heeft een enorme prestatie geleverd met zijn Ascona. In de vloed aan grootheden die de revue passeren houdt hij het hoofd boven water, en zijn typeringen van complexe persoonlijkheden zijn vaak raak, met name de portretten van de toentertijd uiterst populaire biografieënauteur Emil Ludwig of de compleet ontspoorde psychiater/junk Otto Gross. Ook weet hij de tragiek van Ascona goed te vangen: tegenwoordig is het platgewalst door toerisme en kapitaal. Terecht wordt hulde gebracht aan de Duitse kunstkenner Harald Szeeman, die de bijzonder geschiedenis van de Monte Verità probeerde te bewaren door nog levende pioniers te interviewen en op die ene wereldverbeteringsheuvel een museum te stichten. Maar ook Van der Eerdens eigen Ascona. Bezield paradijs is een klein monumentje.