9/11 was een PR-stunt. Het begin van een beeldoorlog

Videotestament van 9/11-kaper, gemonteerd door Al Qaeda's mediatak As-Sahab

Publiciteit is het halve werk, luidde het mantra van Osama bin Laden. Als geen ander begreep hij dat een oorlog ook in de ether uitgevochten moet worden. Het Arabische televisiestation Al Jazeera toont in een documentaire hoe die propagandastrijd de afgelopen tien jaar gevoerd is.

The Image War, luidt de veelzeggende titel. Een beeldoorlog die Amerika noch Al Qaeda won. Een oorlog die berustte op twee pijlers: het verspreiden van ideologie en het in diskrediet brengen van de vijand. Doel: het veroveren van de hearts and minds. Beloning: aanwas van strijdkrachten. Soldaten voor de VS, terroristen voor Al Qaeda.

Waren Al Qaeda en Amerika aan elkaar gewaagd? Bepaald niet, zegt Michael Scheuer, een voormalig CIA-chef die belast was met de opsporing van Bin Laden. “Hun propaganda klopte ons keer op keer. Wij speelden niet eens in dezelfde divisie.”

Al Qaeda had ervaring. Al tijdens de Sovject-invasie in de jaren tachtig verspreidden de mujahideen tijdschriften, videobanden, foto’s en audio. Op die manier werd het Afghaanse volk deelgenoot van overwinningen en aangespoord tot de jihad. Vrijwel ieder huishouden bezat een CD van het islamitisch verzet, memoreert een kenner.

Videotestament van aanslagplegers
Het Al Qaeda-netwerk is eigenlijk een doorstart van dat verzet, met Osama bin Laden aan het roer. Niet altijd operationeel, maar toch zeker in geestelijke zin. Op 7 augustus 1998 schrikte hij voor het eerst het Westen op met bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi (Kenia) en Dar-es-Salaam (Tanzania). Meer dan 200 mensen kwamen om.

Toch waren zijn handlangers niet helemaal tevreden over Bin Ladens mediastrategie, blijkt uit een brief van Al Qaeda-lid Abu Hathayfah. “Onze mediatak had deze militaire acties moeten exploiteren”, schrijft hij op 21 juni 2000 aan zijn “gerespecteerde opperchef”. De aanslagen hadden volgens hem moeten leiden tot het rekruteren van mujahideen. “We verzoeken u om voortaan iedere broeder die een operatie uitvoert op video vast te leggen.”

http://www.youtube.com/watch?v=kXU9G-MK-Vg

Bin Laden neemt dat advies ter harte. Hij zorgt voor videotestamenten van Hamza al-Ghamdi en Wail al-Shihri, twee kapers die de aanslagen van 11 september 2001 uitvoerden. Jaren later verwerkt As-Sahab, het mediateam van Al Qaeda, de opnames in de documentaire Knowledge is for Acting Upon. Ook de daders van de aanslagen op de Londense metro (7 juli 2005) komen terug in een documentaire. Naast films produceerde de mediaorganisatie iPod-bestanden en beeldmateriaal voor de mobiele telefoon. Materiaal dat zich met de opkomst van internet razendsnel verspreidde.

De officiële videoboodschappen van Bin Laden zijn echter van veel mindere kwaliteit. Uit veiligheidsoverwegingen had As-Sahab hier mogelijk geen directe hand in, hoewel ze wel de komst van nieuwe boodschappen een aantal keer aankondigden.

Al Qaeda blunderde met onthoofdingsfimpjes
Het filmen van zelfmoordterroristen, executies, gevechten en trainingen werd het handelsmerk van de Al Qaeda-beweging. Een activiteit waarin ze soms haar hand overspeelde, zoals met de onthoofdingsfilmpjes. De gruwelijkheid daarvan heeft volgens Al Jazeera eerder tot een uitloop dan een aanwas van sympathisanten geleid.

As-Sahab gebruikte Al Jazeera als verspreider van propaganda. Koeriers leverden de banden bij de zender af. Maar niet alles werd uitgezonden, aldus de hoofdredacteur. Videopreken van enkele uren bracht het station soms terug tot een aantal minuten. Oproepen tot geweld zond Al Jazeera niet uit.

Schandalen op beeld
Ook de VS creëerde mediamomenten. Na de aanslagen bracht het Witte Huis een documentaire op de buis waarmee het publiek een inkijkje kreeg in het gezinsleven van moslims. Op die manier poogde de regering de antipathie jegens moslims te dempen. Of denk aan het Mission Accomplished-theater op het vliegdekschip USS Abraham Lincoln. Bush deed daar alsof de oorlog in Irak gewonnen was.

Toch zijn het niet de geregisseerde momenten die het meeste effect hebben in een beeldoorlog. De foto’s van misbruikte gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis brachten Amerika bijvoorbeeld in grote verlegenheid. “De grootste PR-ramp in de Amerikaanse geschiedenis”, zegt professor Bruse Hoffman, auteur van Inside Terrorism. Een goede tweede is de ‘helikoptervideo’ die in april 2010 uitlekte via klokkenluiderssite WikiLeaks. Piloten beschoten onschuldige burgers en hadden daar duidelijk plezier in. De beeldschandalen ontwikkelden zich tot propagandamateriaal voor de vijanden van Amerika.

Al Jazeera ‘per ongeluk’ gebombardeerd
In de jaren negentig genoot Al Jazeera grote bewondering van het Witte Huis. De regering zag het als een baken van vrijheid in een wereld waar onderdrukking aan de orde van de dag is. Toch verslechterde de verstandhouding gedurende de oorlogen in Irak en Afghanistan. Al Jazeera filmde namelijk ook in ziekenhuizen de mensen die door bombardementen gewond waren geraakt, waaronder veel kinderen.

Donald Rumsfeld, destijds minister van Defensie, klaagde regelmatig in het openbaar over Al Jazeera’s journalistieke keuzes. Vooral het uitzenden van de Bin Laden-video’s laakte hij. Op 13 november 2001 werd het hoofdkantoor van Al Jazeera gebombardeerd. Een ongeluk, aldus de Bush-regering. Maar Al Jazeera gelooft daar niet in.

Bin Laden leeft voort op internet
Het PR-beleid van president Obama wordt nu geroemd door Al Jazeera. “De beslissing om de foto’s van Bin Ladens dood niet vrij te geven was niet minder belangrijk dan de beslissing om hem te doden”, aldus een deskundige. “Het brute beeld van een menselijke dood zou een slecht effect hebben.” Vandaar ook dat Obama op discrete wijze het nieuws van Bin Ladens dood bracht: hij kraaide geen victorie.

Wel besloot de president een gevonden video vrij te geven. Daarin zien we Bin Laden niet strijdvaardig een preek houden, maar verwilderd zappen achter een televisie. “Mogelijk op zoek naar beelden van hemzelf”, schertst Al Jazeera. Toch zal dit beeld weinig afbreuk doen aan al het propagandamateriaal, geeft de zender toe. “Het lichaam van Bin Laden mag dan op de bodem van de oceaan liggen, op het wereldwijde web leeft hij voort.”

Eerder in deze serie:
Tien jaar oorlog tegen het terrorisme. Dit is de rekening
9/11 was een aanslag op de verbeelding. Het debat erna absurd
VS deed precies wat Bin Laden wilde: geld verspillen
Osama bin Laden is dood, nu het ‘Bin Ladisme’ nog