Het lijden van de jonge Lev

Portret Lev Tolstoj door Prokoedin-GorskiArthur Langeveld heeft de de vertaling van Tolstojs autobiografische trilogie met Studentenjaren voltooid. Tolstoj was een twintiger toen hij de trilogie Kinderjaren, Jongensjaren en Studentenjaren publiceerde, maar onmiskenbaar al een groot schrijver.

En onmiskenbaar Tolstoj, want er wordt wat afgetobd. Het gaat niet om een autobiografie, maar om autobiografische fictie: je kunt zeggen dat Tolstoj (1828-1910) niet trouw is aan de feiten van zijn jeugd, maar wel aan de beleving daarvan. Het vernis van Hans Leerinks vertaling is met de tijd wat donker geworden, en Arthur Langeveld, die met de Martinus Nijhoffprijs bekroond is, heeft de kleuren van het drieluik opgefrist.

In Kinderjaren is de adellijke ik-figuur Nikolaj Irtenjev, tien jaar oud. Het contrast tussen zijn gelukzalige jeugd op het ouderlijke landgoed en het onverwachte overlijden van zijn moeder maakt dit eerste deel tot het meest aangrijpende. Verder is er een memorabel bal ten huize van zijn grootmoeder in Moskou, waarop Nikolaj met de knappe Sonetsjka danst.

In Jongensjaren is hij veertien en ziet hij het dienstmeisje Masja niet langer als een bediende met een rok aan, maar als een weelderig gevormde vrouw, en hij begint bij de meidenkamer rond te hangen. Hij haat zijn Franse huisleraar St-Jerome en vindt de kokette Sonetsjka, voor wie hij lucht is, een ‘doortrapte verraadster’. Zijn gepieker over de eigen zondigheid en zijn streven naar zelfverbetering worden versterkt wanneer hij vriendschap sluit met Dmitri Nechljoedov, een pijnlijk deugdzame student.

En nu is het derde deel in Langevelds vertaling verschenen, Studentenjaren. De bijna zeventienjarige Nikolaj heeft heel wat te stellen met datzelfde moralisme dat de schrijver Tolstoj uiteindelijk, na Anna Karenina, in zijn greep zal krijgen. Hij is een hartstochtelijke jongen, brandend van ambitie om de grootste geleerde van Rusland, vooruit, heel Europa te worden, en vooral dromend van haar, ‘een gefantaseerde vrouw aan wie ik altijd op dezelfde manier dacht en die ik ieder ogenblik verwachtte ergens te ontmoeten. Die zij was een beetje Sonetsjka, een beetje Masja [..] wanneer ze de was deed in de tobbe, en een beetje de vrouw met de parels om haar blanke hals.’

Abonnees kunnen de volledige bespreking van Tolstoj’s Studentenjaren hier lezen.

    • een onzer redacteuren