Chinese auteurs in stilte benaderd

Schrijfster Anna Enquist, Tiziano Perez, hoofd programma Nederlands Letterenfonds en Henk Propper, hoofd van het Nederlands Letterenfonds geven samen een reactie op de commotie rond de boekenbeurs in Peking. 

Wij hebben met groot respect kennis genomen van het opiniestuk van de heer Yu Zhang in NRC Handelsblad van dinsdag 6 september. En wij volgen zijn gedachtegang. Wij zijn in de gelegenheid geweest dr. Jiao Guobiao in Beijing te ontmoeten en uitgebreid over zijn situatie en de betekenis van het Nederlandse gastlandprogramma te spreken. Het is wellicht goed hier enkele punten op een rijtje te zetten en duidelijk te maken dat de Nederlandse deelnemers aan de Beijing International Book Fair 2011 precies in de geest van dr. Jiao gehandeld hebben.

In de eerste plaats weten wij dat de beurs inderdaad niet altijd toegankelijk was voor bepaalde schrijvers en journalisten, die soms ook huisarrest kregen. Dat is precies de reden waarom het Letterenfonds een plek als Café Amsterdam heeft ingericht in het Ullens Center for Contemporary Art in Peking, en ook elders buiten de beurs programmeerde. Het officiële gedeelte van de beurs beperkte zich tot de opening. En in de marge, achter de schermen, hebben Nederlandse schrijvers vele Chinese collega’s en kunstenaars kunnen ontmoeten.

Wij hebben deze Chinese auteurs in afstemming met Amnesty International voor onze programma’s benaderd, zonder dit aan de grote klok te hangen, wat er mogelijk toe leidde dat men in Nederland dacht dat wij ons weinig bekommerden om de mensenrechten. Inzet was om de schrijvers en kunstenaars op geen enkele wijze in gevaar te brengen. Persoonlijk contact in plaats van officiële, nietszeggende gebaren. Voor het overige zijn de mensenrechten tijdens de programma’s op alle mogelijke manieren gethematiseerd, niet zomaar in het algemeen, wat weinig zeggingskracht heeft, maar gekoppeld aan belangrijke en herkenbare, dagelijkse onderwerpen die te maken hebben met vrijheid en onvrijheid. Het heeft zijn uitwerking niet gemist, getuige de grote opkomst van het publiek, dat gretig en spontaan deelnam aan de debatten.

Yu Zhang eindigt zijn stuk met een terechte vraag: wat kunnen buitenlandse organisaties concreet doen ter verbetering van de omstandigheden van vervolgde kunstenaars en schrijvers in China? Het antwoord van dr. Jiao Guobiao was duidelijk:economic help. Meer dan aan acties en protesten is er behoefte aan steun om te kunnen werken, om tijdelijk in het buitenland te verblijven, om betaalde publicaties in buitenlandse media mogelijk te maken. Het Letterenfonds is graag bereid, hopelijk samen met Amnesty en PEN, hier werk van te maken.