'Wij zijn volbloed passiezangers'

Paul de Munnik en Maarten van Roozendaal spelen een programma met repertoire van „dode zangers” als Bram Vermeulen, Robert Long en Ramses Shaffy.

„Dit programma is ontstaan uit liefde voor het lied. We zingen die nummers zonder ironie, in alle oprechtheid, puur om te laten zien hoe mooi die nummers zijn. Ironie en cynisme komen er niet aan te pas, daar is het nu de tijd niet voor. Dit gaat over de schoonheid van het lied, de liedjes waarmee wij tot dusver ons leven hebben gevuld – en die geven we door aan het publiek.”

Zo, in volle ernst, praten de liedjesmakers Paul de Munnik (40) en Maarten van Roozendaal (49) over het theaterprogramma Heimwee naar de Hemel waarin ze repertoire zingen van „dode zangers”. Niet als duo, maar als twee solisten, elk aan een eigen piano, die slechts bij uitzondering samen iets zingen – zoals het schrijnende Rode wijn van hun beider held Bram Vermeulen.

„We vinden het allebei fijn om Bram te zingen”, verklaart Van Roozendaal. „Daar komen we vandaan. We werken, naar zijn voorbeeld, in de traditie van de Nederlandse liedcultuur.” Maar er staan meer favorieten op het programma, onder wie Jules de Corte, Cornelis Vreeswijk, Robert Long, Ramses Shaffy en zelfs Herman Brood. Anderen vielen echter af. „We hebben het hele werk van Nico Haak en van André Hazes doorgenomen, maar daar zat niks voor ons tussen”, aldus De Munnik. „En bij Benny Neyman ook niet”, vult Van Roozendaal aan. „Daar was geen enkel lied bij dat wij met droge ogen zouden kunnen zingen. Het zou onmiddellijk een lach opleveren, en dat is de bedoeling niet. Dat ligt niet aan hem, dat ligt aan ons. Het moesten liedjes zijn die we naar onszelf toe konden trekken, die bij ons zouden passen. Wij zijn alle twee volbloed passiezangers.”

De voorstelling moet een ode worden aan het theaterlied, zeggen ze, het genre waarin ze ook zelf uitblinken – Van Roozendaal in zijn soloprogramma’s en De Munnik in de theatershows met Thomas Acda.

Van Roozendaal: „Het theaterlied is opdringerig. Het eist dat je er van begin tot eind met je verstand bij blijft, als zanger én publiek. Terwijl je in een amusementslied drie minuten kunt opgaan zonder te weten waar het over gaat. Een theaterlied is er om bewust te beluisteren. Als je dat in een café zou laten horen, is het daar meteen niet gezellig meer.”

De Munnik: „In een theaterlied wil je als vertolker een verhaal vertellen; vergelijk het met een monoloog in een toneelstuk. Daarbij maakt de muziek het verhaal lekkerder verteerbaar. Maar het publiek mag niet in de muziek wegzakken.”

Hun samenwerking is vooral veroorzaakt door de Kleine Komedie in Amsterdam, het kleinkunsttheater dat dezer dagen wordt gerenoveerd en intussen een speciale programmering organiseert in de nabijgelegen kerk De Duif. Zoals een reeks voordrachten van cabaretiers, politici, kunstenaars en anderen (Preken voor eigen Parochie) in de weekends van september en Heimwee naar de Hemel op de meeste andere avonden. Na deze maand maken De Munnik en Van Roozendaal ook nog een korte tournee. Daarna zetten ze hun eigen theateractiviteiten weer voort.

Heimwee naar de Hemel, tournee t/m 27/11. Inl: kikproductions.nl