Welkom, schoonheid. Alles naar wens?

Daar lag hij dan. Meer dan acht decennia overmoed, geveld door een legionella-infectie in Toscane, en inmiddels verhuisd van een streekziekenhuis in Lucca naar de intensive care van een privé-kliniek te Bologna.

Het herstel begon zich, zo merkten de overhaast ingevlogen nakomelingen, af te tekenen toen de oude zijn vertrouwde reflexen terugkreeg – en het hem dus óók begon op te vallen: de schoonheid. Vrijwel alle vrouwen in de kliniek, van de receptionistes tot de verpleegkundigen en vrouwelijke artsen, waren aantrekkelijk. En niet zomaar aantrekkelijk. Héél aantrekkelijk.

Nu was dit Italië, het land waar de klassenscheiding fors is, en het verschil tussen het openbare ziekenhuis van Lucca en de privé-kliniek in Bologna er een is tussen hel en hemel. En het is het Italië waar de beoordeling van vrouwen op uiterlijk volledig uit de hand is gelopen – zie de documentaire van Il Corpo delle Donne van activiste Lorella Zanardo. Vrouwen voelen zich vaak behandeld als ‘prosciutto’, en nog in februari waren er flinke protesten tegen.

De Italiaanse werkloosheid bedraagt officieel 8,6 procent, maar iedereen die de afgelopen vier weken niet actief naar werk zocht is daarbij niet meegerekend. De jeugdwerkloosheid is, volgens diezelfde genereuze definitie, 30 procent. Mannen zijn veel minder vaak werkloos dan vrouwen. En dus komt het als geen verrassing dat juist de werkloosheid onder jonge vrouwen onder de 25 torenhoog is. In het zuiden zit zelfs 49,6 procent van hen zonder werk.

Een geneesheer-directeur die in deze cultuur is opgegroeid, hoeft kennelijk niet lang na te denken wie van de lange lijst van vrouwelijke sollicitanten hij aanneemt. En zo bouw je vanzelf een privé-kliniek die veel weg heeft van kasteel Anthrax, de burcht waar in Monty Python’s Holy Grail de kuise Sir Galahad danig op de proef wordt gesteld.

Maar is dit fenomeen wel typisch Italiaans? Volgens het vorige week in Amerika uitgekomen Beauty Pays, van de Texaanse hoogleraar economie Daniel Hamermesh niet. In het boek, dat gezien de media-aandacht nu al hard op weg is een bestseller in de VS te worden, betoogt hij dat mooie mensen onder meer bewijsbaar meer verdienen, makkelijker een lening krijgen, productiever zijn en mooiere en beter verdiende partners hebben. Het boek is vers, verdient meer aandacht dan de beperkte ruimte hier, en zal vooral moeten worden beoordeeld op zijn wetenschappelijke merites – hoe definieer en objectiveer je schoonheid, om maar een zijstraat te noemen. Maar Hamermesh, die zich al een jaar of twintig met het begrip ‘schoonheid’ bezighoudt, raakt natuurlijk wel een snaar. Hij stelt ook dat de resultaten niet typisch Amerikaans zijn, maar suggereert dat ze op basis van plaatselijk onderzoek gelden van Groot-Brittannië tot China.

Hamermesh berekent dat de mooiste 20 procent mannen gemiddeld 17 procent meer verdienen dan de minst mooie 20 procent, voor hetzelfde werk. Voor vrouwen is het verschil 12 procent. Het zijn pijnlijke voorbeelden van onrechtvaardigheid – en of ze overeind blijven moet nog worden bezien. Maar misschien zijn ze wel een voorbode van de lastige economische tijden die we tegemoet gaan: mooi zijn als overlevingsstrategie in een steeds hardere wereld. Gaan we terug naar de wereld van Marx, waarin de arbeider niets anders bezit dan zijn eigen lichaam? Hamermesh pleitte deze week in een artikel in de New York Times voor een verbod op discriminatie op basis van uiterlijk, met name op de arbeidsmarkt. Kansloos. Zeker in Bologna.

Maarten Schinkel