Uitzendcijfers geen indicatie voor recessie

Beleggers vrezen voor een nieuwe recessie. Uit de cijfers van de uitzendsector blijkt echter dat de vraag naar arbeid nog steeds groeit.

De cijfers van de ABU, de branchevereniging van de uitzendbranche, zijn voor beleggers een lichtpuntje in zware tijden. Terwijl de beurs al een voorschot neemt op een nieuwe recessie, laat de uitzendbranche nog altijd groei zien. De omzetgroei in de uitzendsector nam de afgelopen vier weken weliswaar af, maar toont nog altijd een plus van 5 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2010.

Ook het aantal uitzenduren groeit nog steeds, zo blijkt uit de vanochtend gepubliceerde uitzendmeter van de ABU. In de afgelopen periode groeide het aantal uitzenduren met 2 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Maar het is wel aanmerkelijk lager dan de afgelopen twee maanden toen er steeds een groei van 6 procent was.

De uitzendbranche wordt traditioneel gezien als barometer voor de arbeidsmarkt. Wanneer de omzet van grote uitzenders aantrekt, dan is dat een belangrijke aanwijzing voor breed economisch herstel. Een afnemend aantal uitzenduren daarentegen is geen best voorteken voor de arbeidsmarkt.

Toch ziet de ABU in de cijfers nog geen reden tot zorg. „De afnemende groei houdt nog altijd gelijke tred met de economische conjunctuurlijn”, stelt een woordvoerder. „Het is niet realistisch om het groeiniveau van eind 2010, begin 2011 vast te houden.” Op de beurs werden de cijfers in eerste instantie met instemming ontvangen, maar rond het middaguur stond Randstad licht in het rood. Ook USG People stond iets lager.

Een scenario als in 2007, toen de eerste uitzendbureaus ruim een jaar voor het uitbreken van de wereldwijde financiële crisis al de eerste omzetdalingen noteerden, is vooralsnog niet aan de orde.

De industriesector, traditioneel de aanjager van de uitzendbranche, zag zijn omzetgroei halveren tot 4 procent. Volgens het klassieke patroon wordt economische krimp of groei het eerst zichtbaar in de industriesector, daarna in de dienstverlening.

ABU-voorzitter Aart van der Gaag vraagt zich af in hoeverre dat klassieke patroon nog klopt. Daar waar de omzet in de industrie na afloop van de crisis pieken haalde tot 30 procent, bleef de dienstverlening ver achter. „Met name bij het bankwezen en de overheid werd aanmerkelijk minder tijdelijk personeel aangenomen dan voor de crisis.”

De reden is dat na bezuinigingen en saneringen vaste arbeidsplaatsen permanent verdwijnen. „Bovendien was een crisis zoals die zich afgelopen jaren heeft voorgedaan voor met name banken er een van een geheel andere orde dan in het verleden”, aldus Van Der Gaag.

Voor beleggers is het nog geen reden tot zorg, maar ze kijken wel uit naar de volgende ABU-rapportage. Een toenemende omzetgroei zou een positief signaal kunnen afgeven, terwijl een winstdaling ook de voorbode zou kunnen zijn van een nieuwe crisis.