Sleutelfiguren van 9/11, en niet 'de vader van'

Sterverslaggever Rudi Vranckx in 'De vloek van Osama' (Canvas)
Sterverslaggever Rudi Vranckx in 'De vloek van Osama' (Canvas)

In de hele wereld staan de media stil bij de tiende verjaardag van de aanslagen van 11 september. Gisteravond stonden recht tegenover elkaar de eerste afleveringen van een driedelige serie op Nederland 2 en een vijfdelige op Canvas.

Het begin van 9/11 – De dag die de wereld veranderde (VARA/VPRO) was niet slecht. In feite bestond De aanvliegroute uit twee door elkaar gevlochten reportages. Mustapha Oukbih ging in Egypte op zoek naar „de achtergrond van het moslimterrorisme” en Sinan Can volgde in Duitsland de sporen van de kaper van vlucht 93 van United, de Libanees Ziad Jarrah.

Oukbih sprak met goede bekenden van Ayman al-Zawahiri, de opvolger van Osama bin Laden, en Can haalde zijn informatie vooral bij andere journalisten. Uiteindelijk spoorde hij de vader op van Jarrahs weduwe Aysel, maar besloot haarzelf niet lastig te vallen.

De vergelijking met De vloek van Osama (Canvas) valt echter negatief uit. Rudi Vranckx, historicus en de beste televisiejournalist van België, ontmoette namelijk sleutelfiguren uit de nasleep van 9/11, die hem informatie uit de eerste hand gaven.

Achtereenvolgens zagen we hem in gesprek met de chef-staf van president Bush en een voormalig bewaker van Guantánamo, in de VS; een krijgsheer in Afghanistan die Osama hielp ontsnappen uit Tora Bora; de ex-president van Pakistan Musharraf in Dubai; de inmiddels vermoorde theatermaker en activist Juliano Mer-Khamis in Jenin en een vrouwelijke Palestijnse zelfmoordterrorist. En dat was dan nog maar aflevering 1.

Waar de Nederlandse verslaggevers de nadruk leggen op de levensgeschiedenis van enkele personages, ontmoet Vranckx hoofdrolspelers en probeert hij de grote lijnen te duiden. In die analyse had Bush Osama veel eerder kunnen pakken, als hij niet zo nodig naar Irak had willen gaan. Ook gaat Vranckx in op de gevolgen van deze keuze, in Pakistan en Palestina.

Het is verleidelijk om in dit verschil van aanpak iets te lezen over de huidige toon van de Nederlandse en de Vlaamse publieke omroep. De eerste kiest voor anekdotiek en drama, de tweede voor de wat minder gemakkelijke analyse.

Iets dergelijks speelt in de boosheid in de Vlaamse sociale en officiële media over de Nederlandse verslaggeving van de dodelijke ongelukken op het festival Pukkelpop. Tijn Sadée, correspondent van de Wereldomroep in Brussel, verdedigt zich op de website Villamedia tegen die aanvallen. Hij zou helemaal niet gezegd hebben: „Tsja, het blijven Belgen!”, maar alleen: „Het is België. Ik kan me voorstellen dat ze vragen over nalatigheid een beetje voor zich uit blijven schuiven.”

Het verschil is subtiel. Waar het vooral om gaat, is de ergernis dat Nederlandse media bij een ramp meteen willen weten wie er verantwoordelijk kan worden gesteld, als Belgen eerst nog wat willen rouwen. Wij denken eerder aan de poppetjes en in termen van schuld en boete.