'Schoonheid van klassieke muziek is er voor iedereen'

Marc Albrecht leidt deze week zijn eerste officiële concerten als nieuwe chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest en De Nederlandse Opera.

Dirigent Marc Albrecht leidt vrijdag zijn inauguratieconcert als chef-dirigent van het Nederlands Phil. Orkest en De Nederlandse Opera met Mahlers 'Zesde symfonie'. Foto Monica Ritterhaus
Dirigent Marc Albrecht leidt vrijdag zijn inauguratieconcert als chef-dirigent van het Nederlands Phil. Orkest en De Nederlandse Opera met Mahlers 'Zesde symfonie'. Foto Monica Ritterhaus

Het Muziektheater en het Concertgebouw zoemden van enthousiasme, tweeënhalf jaar geleden. Met Marc Albrecht (47) is er met ingang van dit seizoen eindelijk weer één persoon chef-dirigent van De Nederlandse Opera én het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat zijn status als operaorkest combineert met ambities als hét symfonieorkest van Amsterdam. Sinds de aankondiging van zijn benoeming leidde Albrecht een verdienstelijke Carmen (Bizet), een verfijnde Fidelio (Beethoven) en een in afwerking wisselende reeks concerten – sommige ter vervanging van zijn dit jaar overleden voorganger als NedPho-chef, Yakov Kreizberg. De ware ‘Albrecht-glans’ die in 2008 verpletterende indruk maakte in Strauss’ opera Die Frau ohne Schatten – daarop is nu het wachten.

Zo – u bent eindelijk écht begonnen. Kunt u al een soort profiel schetsen van uw eigen orkest?

„Lastig! Een orkest is als een kathedraal, je bouwt voort op het werk van voorgangers. Hier merk ik dat de musici getraind zijn in alertheid, en al veel Wagner hebben gespeeld.

„Wagner is (wrijft topjes van duim en wijsvinger tegen elkaar) een componist die ik heel graag dirigeer. Ik kon hier meteen de diepte in, werken aan de kamermuzikale klank die ik zoek. Ik ben een klankmaniak. Flexibiliteit en fantasie – dat is wat ik zoek bij de musici. Wagner dwingt musici tot beide. Ik draag aan en ik stuur bij en ik neem graag een zeker risico. Maar ik kan het niet allemaal zelf.”

Modern leiderschap?

„Nou ja, ‘modern’... Goed musiceren is volgens mij altijd een kwestie van vrijheid, van een uitwisseling van ideeën. Aan mij de taak een helder kader te scheppen waarbinnen die persoonlijke vrijheid zich kan bewegen. De balans is daarbij delicater dan vroeger, toen dirigenten zich als ‘maestro’ lieten aanspreken. Ik ben gewoon Marc. In Nederland dan, hè. In Duitsland is het Herr Albrecht.”

Het NedPhO verhuist in 2012 naar de Majellakerk in de Amsterdamse Indische buurt, vooralsnog óók een achterstandwijk. Wat vindt u daarvan?

„Het is een verlies dat we met de Beurs van Berlage een toplocatie in het centrum moeten achterlaten, natuurlijk. Anderzijds biedt de nieuwe plek meer mogelijkheden en dwingt de locatie ons aansluiting te zoeken bij de buurt. Over de kerk, de zaal die erin wordt gerealiseerd en de akoestiek ben ik vol vertrouwen; er is veel expertise en onderzoek geïnvesteerd in de voorbereiding. ”

Het orkest gaat in de kerk ook spelen voor kinderen en buurtbewoners. Gaat u daar zelf een rol in spelen?

„Ik doe mee met alles. Natuurlijk is Wagner in het Concertgebouw dirigeren geweldig, maar het is niet het enige. Niet iedereen komt zomaar naar de muziektempel, maar we willen wel dat die over twintig jaar ook nog vol zit. Daar moet je aan werken. Met buurtconcerten, gesproken inleidingen, dat soort dingen.”

Corvee?

„Nee... Nee, dat vind ik écht niet. Een goed voorbeeld is de eigentijdse muziek. Professionele musici snappen een nieuw stuk vaak pas na twee keer, waarom zou het publiek het meteen doorzien? Door wat te vertellen, een passage nog eens te spelen, ontdek je samen verstopte schoonheden. Dat vind ik leuk. Als ik ergens een hekel aan heb, is het wel aan het elitaire rondom klassieke muziek. Dat mensen denken dat ‘het’ wel ‘niks voor hen’ is omdat ze geen noten lezen, geen voorkennis hebben. Schoonheid en ontroering zijn voor iedereen. En elke musicus wil je dat overdragen. Want het vuur dat je zelf drijft, wil je erg graag doorgeven.”

Wat gaat u aan het orkest verbeteren?

„De instrumentgroepen moeten onderling meer één adem krijgen. Daar moet je voortdurend aan werken. Daarbij komt dat elke stijl anders moet klinken. Strauss: hoekig en afgetraind. Wagner: fysiek opwindend. Variëteit in de programmering is cruciaal, en moderne muziek moet daarin worden geïntegreerd. Ik ben tegen gettovorming of ‘everybody happy’-formules. Door een relatie met je publiek op te bouwen en het bekende met het onbekende te combineren, kun je vrij ver gaan in de verrassingsfactor van je programmering. We moeten ons vertrouwenskrediet zo opbouwen dat er soms ook ruimte is voor ‘moeilijke’ muziek.”

Toch: uw kernrepertoire is laatromantisch. Daarmee begeeft u zich in het vaarwater van het Concertgebouworkest. Wat is, naast de operafunctie, het eigen gezicht van het NedPhO?

„We hebben een groot eigen publiek. En Amsterdam is groot genoeg voor twee orkesten die graag Mahler en Strauss spelen in het Concertgebouw. Bovendien beperken we ons niet: er staan ook gastdirigenten met eigen specialismen voor het orkest.”

Uw vader was ook operadirigent. Belt u hem nog wel eens voor overleg?

„We zijn Musikerfreunde. Het liefst communiceer ik met hem via muziek. We spelen samen piano-vierhandig. Toen ik tiener was, liepen we zomers langs het strand en zongen Wagners Ring des Nibelungen. Haha. Men zal wel gedacht hebben: die kerels zijn knettergek.”

Is dat niet een beetje zo? In uw lievelingsroman Dr. Faustus van Thomas Mann verkoopt een componist zijn ziel om het hoogste te bereiken. Eist dirigent-zijn niet een vergelijkbare ruil?

„Tsja. Sinds mijn zestiende is alles ondergeschikt aan de muziek – de grootste kracht en de enige continue factor in mijn leven. Daarmee is veel gezegd. Dat kun je een ‘offer’ noemen. Materieel leeft een dirigent zorgeloos, persoonlijk maakt dit vak eenzaam. Maar ik vind het vooral een Genadegeschenk dat ik dit kan doen en er ook voor word gewaardeerd.”

NedPhO o.l.v. M. Albrecht met Mahler 6 in Concertgebouw: 9, 10 en 11 september. Res.: (020) 6718345.

Donderdag in CS: ‘Oud gebouw, nieuwe functie’, over de verhuizing van het Ned.PhO van de Beurs naar een kerk in Amsterdam-Oost.