Rio's lieve hondjes met regenschoentjes

De baard van meneer Gomes heeft dezelfde kleuren als de vacht van zijn oudste hondje. Een mengsel van grijs en bruin. Hij heeft twee Yorkshire terriërs. Maar de oudste loopt tegenwoordig niet meer zo goed. Meneer Gomes, een buurtbewoner, maakt zich daar zorgen over.

Op straat is meneer Gomes regelmatig te zien met zijn huisdieren. Behoedzaam beweegt hij zich over de stoep. In een draagzak voor zijn borst hangt de grijzende Yorkshire terriër, alsof het een baby is. Soms gaat de oude terriër mee uit in een kinderwagen.

Het andere hondje moet ondertussen gewoon op de grond lopen. Maar als het minder dan 25 graden is en de lucht is een beetje bewolkt, krijgt het fitte wandelhondje wel eerst regenschoentjes aan. Zeker nu het winter is in Rio de Janeiro.

Niemand die hier gek van opkijkt. Brazilianen, en de inwoners van Rio de Janeiro in het bijzonder, zijn gek op honden. Kleine honden welteverstaan.

Poedels, terriërs, teckels; iedereen loopt er mee. Van jonge mannen met gebeeldhouwde torso’s tot schuifelende zeventigers die het gezelschap van hun hondjes koesteren. Altijd met een krantje in de aanslag, om hondenpoep mee op te ruimen.

Sommige hondjes hebben vesten of jurkjes aan, vlechtjes in hun haar. Op banken onder bomen zitten de beestjes gebroederlijk naast hun baasjes, terwijl een eindje verderop daklozen in haveloze kleren op karton op de grond liggen.

In vrijwel elke straat kom je hier dierenwinkels tegen, waar vooral eigenaars van poezen en honden naar toe gaan. Het is een miljardenhandel. Voor dit jaar wordt een omzet van ruim vier miljard euro verwacht. Volgens een laatste schatting zouden er 35 miljoen honden en 18 miljoen katten zijn in Brazilië.

Vlak bij mijn huis is een ‘centrum voor hondenesthetiek’, oftewel een hondenkapper. Daar worden ook allerlei shampoos en haarconditioners verkocht. En deodorants bijvoorbeeld met chocolade geur.

„Een hond is hier net als een mens”, zegt de verkoopster serieus. „Daarom gaan ze ook met regelmaat naar de kapper.”

„Slapen bij jullie de beesten ook in bed bij hun baasjes?” vraag ik. „Hier wel”, zegt de verkoopster. Zelf blijkt zij zestien huisdieren te hebben. Poezen, honden, vogels en vissen. „De honden en poezen slapen in mijn bed. En mijn man ook. Mijn zoon heeft een eigen bed.”

De voorliefde in grote steden voor kleine hondjes heeft volgens haar te maken met de grootte van de appartementen. Zij zegt: „De ruimte is beperkt. Er wonen hier bovendien veel 60-plussers. Een hond vult de leegte op die hun kinderen hebben achtergelaten.”

Het kan ver gaan, deze liefde voor viervoeters, zo leert een bezoek aan een hondendagverblijf in Barra da Tijuca, in het westen van de stad. De eigenares, Luciéne Gil, noemt het zelf een ‘crèche voor honden’. Gil leidt mij rond in de luxe kennel. „Dat is het zwembad. Er wordt hier ook zwemles gegeven aan de beesten.”

Veel werkende stellen brengen hier dagelijks hun honden naar toe. Ouderen die een weekeindje zonder de kleintjes weg willen, laten die hier eveneens een paar dagen achter. Hun dieren worden tijdens het verblijf gefilmd en gefotografeerd. En dat wordt weer allemaal op een website gezet waarop de baasjes kunnen inloggen. „Dan kunnen ze tussentijds zien hoe het met hun hondjes gaat”, legt Gil uit.

Ook is er een zogenoemde feestzaal. Laatst heeft er nog een bruiloft plaatsgehad. Twee hondjes van verschillende baasjes – gepensioneerden – gingen trouwen. Voor de grote dag was het teefje gehuld in een trouwjurk. Het mannetje droeg een smoking. Er waren koekjes voor de honden, en de eigenaren hadden hun vrienden (en hun honden) uitgenodigd om bij de ceremonie aanwezig te zijn. Gil zegt: „Het was een gekkenhuis.”

Philip de Wit