Parlement krijgt vaak te laat antwoord

De presentielijst van de Tweede Kamer, vanochtend. Vandaag is het parlementaire jaar weer begonnen. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 6 september 2011 Tweede Kamer terug van zomerreces. Tekenlijst voor aanwezigheid Tweede Kamerleden. foto © Roel Rozenburg
De presentielijst van de Tweede Kamer, vanochtend. Vandaag is het parlementaire jaar weer begonnen. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 6 september 2011 Tweede Kamer terug van zomerreces. Tekenlijst voor aanwezigheid Tweede Kamerleden. foto © Roel Rozenburg

Den Haag. - De Tweede Kamer krijgt van het kabinet structureel te laat antwoord op schriftelijke gestelde Kamervragen. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant in samenwerking met de Nederlandse Nieuwsmonitor en de Vrije Universiteit Amsterdam. Uit het onderzoek blijkt ook dat het aantal schriftelijke Kamervragen de laatste vijf jaar met eenderde toegenomen. Het afgelopen jaar steeg het aantal schriftelijk gestelde vragen tot 3.220.

Vandaag komt de Kamer terug van zomerreces. Over twee weken presenteert het kabinet op Prinsjesdag zijn eerste Rijksbegroting, waarover oppositie en coalitie tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen debatteren. Na een eerste jaar van relatief aftasten in de Kamer wordt verwacht dat het politieke debat zal verscherpen. Met name de financiële crisis, waarin gedoogpartner PVV fundamenteel anders denkt dan VVD en CDA, wordt onderwerp van discussie.

De schriftelijke vraag is een van de belangrijkste instrumenten van de Kamer om informatie te krijgen. Kamerleden hebben het recht vragen te stellen en bewindslieden zijn verplicht te antwoorden. Ministers en staatsecretarissen nemen zich al langer voor kortaf te reageren om wildgroei tegen te gaan en de werkdruk voor ambtenaren te verminderen.

Als volksvertegenwoordigers een schriftelijke vraag stellen wordt de minister geacht deze binnen drie weken te beantwoorden. Die termijn wordt met gemiddeld twee weken overschreden. Er is een mogelijkheid de beantwoordingstermijn te verlengen als het ministerie daar „schriftelijk onder opgave van reden” om verzoekt. Dat gebeurt slechts in een kwart van de gevallen.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft gemiddeld bijna negen weken nodig. „Uiteraard is het altijd ons streven de vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden”, laat de woordvoerder van dat ministerie weten. „Kan het beter? Ja.” Waarom de termijn overschreden wordt kan hij niet zeggen, wel dat er een nieuw beantwoordingssysteem wordt opgezet en „dit zal zeker leiden tot flinke verbeteringen”.

Kamervoorzitter Gerdi Verbeet wil niet inhoudelijk ingaan op de vraag wat dit betekent voor het functioneren en het gezag van het parlement. „De fracties stellen de vragen”, aldus een woordvoerder van de Kamer, „het is aan hen er iets over te zeggen”.

Vooral oppositiepartijen gebruiken het instrument, blijkt uit het onderzoek. Vorig jaar stelden de drie Kamerfracties van de gedoogcoalitie (met 76 zetels) iets meer dan duizend vragen. De oppositiepartijen hadden twee zetels minder, maar stelden wel twee keer zoveel vragen. Vijf van de tien meestevragenstellers zijn afkomstig van de Socalitische Partij. Niemand stelde meer vragen dan Sharon Gesthuizen (SP): 114.

De Kamer houdt ook een lijst bij met schijnbaar vergeten vragen, die al ministens zes weken op beantwoording wachten maar in de praktijk soms al jaren oud blijken. Op die lijst staan 179 vragen die nog op antwoord wachten, van onder anderen Kamerleden die inmiddels geen parlementariërs meer zijn.

Vindt de minister ook dat het weerbericht niet klopt? pagina 4-5