Onze schrijvers in China zijn net zo hypocriet als Shell

Wel protesteren tegen kunstbezuinigingen, maar muisstil blijven over mensenrechtenschendingen.

Lekker bezig, die Hollandse schrijvers-kooplui in China.

Wat is de overeenkomst tussen Shells weigering om een standpunt in te nemen ten aanzien van de situatie in Syrië en de Nederlandse schrijvers op de Chinese boekenbeurs die met merkbare weerzin hebben gereageerd op de suggestie van Amnesty International dat ze een symbolisch speldje zouden dragen bij wijze van protest tegen staatsterreur en censuur?

Laat ik eerst zeggen wat het verschil is.

Van Shell verwacht ik niet anders dan bescherming tot het uiterste van het zakelijk belang, mooie woorden over nabuurschap en ‘community trust’ en ‘social investment’ ten spijt. Daar heeft Shell nooit doekjes om gewonden: „At our operations we try to address social concerns and work to benefit local communities, to protect our reputation and support our business.” Vertaal dat in gewoon Nederlands en je krijgt: mensen, wij doen natuurlijk alleen maar maatschappelijk ons best omdat je tegenwoordig een verdomd slechte naam krijgt als je zoiets niet zegt.

Zo werken die dingen, dat is de handel.

Maar van mijn collega’s op de Chinese boekenbeurs had ik iets anders verwacht dan het labbekakkerige cynisme waarmee ze het verzoek van Amnesty wegwuifden. Of, laat ik het zo zeggen: ik had niet verwacht dat schrijvers, die zelden te beroerd zijn om meningen te hebben over van alles en nog wat, ineens meer leken op de nationale olieboer dan op de dominee van om de hoek.

Wat liepen we te hoop in de kunstsector toen de staatssecretaris zijn bezuinigingsplannen aankondigde. We schreven bevlogen artikelen, droegen gedichten voor, liepen mee in protestmarsen en schreeuwden moord en brand. Nu zijn we in China en worden we bevangen door een plotselinge afkeer van symbolische daden en hooggestemde idealen. Zoals Bernlef het in een aanval van autoverkopers-liberalisme formuleerde: „Laten we nou eens ophouden met altijd dat Nederlandse morele vingertje opsteken.” En Adriaan van Dis, in een boeiende analyse van de Chinese Sonderweg: „Dit is geen land dat je kan besturen zoals Nederland, dit is een land dat alleen maar krachtig geleid kan worden.”

Precies wat president Assad nou al maanden roept over zijn land en geen hond die naar hem luistert!

Herman Koch „wil ruiken, voelen en indrukken opdoen [...] dat lukt niet als ik ook nog actie moet voeren”.

Ik denk dat Ai Weiwei daar alle begrip voor heeft en dat Lui Xiaobo, die elf jaar cel heeft gekregen voor iets wat hij heeft geschreven, instemmend knikt als hij dat leest. Ruiken, voelen en indrukken opdoen, ook dat zijn prioriteiten.

Midas Dekkers meldde China-correspondent Oscar Garschagen dat hij vermoedelijk wél een verklaring over de schending van dierenrechten zou tekenen.

Jammer dat Amnesty niet over Chinese dieren maar mensen gaat.

Willen de schrijvers dan helemaal niets? Dat is ook weer niet zo.

Net zoals Shell kennen ze het belang van mooie woorden. Bernlef, bijvoorbeeld, gelooft in „ter plekke het zaad van de twijfel zaaien”. Margriet de Moor wijst op „de ondermijnende werking van literatuur”.

Ah! Voor mijn geestesoog doemen heroïsche taferelen op: Bernlef en De Moor die samen vreselijk veel twijfel zaaien en ondermijnend werk doen met boeken.

Wij van de Republiek der Letteren komen langs bij Knevel en Van den Brink, Pauw en Witteman en zelfs De Wereld Draait Door. Daar praten we over van alles mee, of het nou voetbal is, Geert Wilders of het lot van het dier in het huidige tijdsgewricht. Maar als we in een land zijn waar je wordt opgesloten als je een sprookje schrijft over een vogel die zijn snaveltje verbrijzelt tussen tralies (Nurmuhemmet Yasin, gevangen sinds 2004), dan doet de dominee in ons een stapje terug en zijn we opportunistische Hollandse kooplieden die een braakliggende markt van tientallen miljoenen lezers zien.

Ik schrijf sinds mijn dertiende en debuteerde toen de jaren negentig begonnen. Ik heb sindsdien het een en ander meegemaakt in de literatuur. Ik geloof niet dat de mens goed is en ben jammer genoeg nooit onthecht genoeg geraakt om hoge verwachtingen te koesteren van de politiek. Maar op de een of andere manier heb ik altijd gedacht dat wij, schrijvers, juist door de eenzaamheid en kwetsbaarheid van onze kunst anders waren. Dat was een knap domme illusie. Ik begin te begrijpen waarom Halbe Zijlstra de cultuur op het hakblok van zijn bezuinigingen legt. Hij is precies de man die we verdienen. Zo’n man die de ene avond hoog opgeeft van ons „open land, waar tolerantie, transparantie, vooral vrijheid van meningsuiting en pers kenmerkend zijn” en de ochtend daarop, als de Chinese Powers That Be aanwezig zijn, die laatste twee kwalificaties weglaat.

En toch geef ik de moed niet op. Shell zal uit Syrië vertrekken nu het moet vanwege de aanstaande olieboycot en de Nederlandse literatuur zal, als we allemaal weer in Amsterdam zijn, ongetwijfeld nog heel subversief en ondermijnend zijn en scherpe analyses maken van de noodzaak van dictatuur in zulke grote landen als China.

Shell werkt al nauw samen met Chinese nationale oliebedrijven en ik denk daarom dat het niet zo’n gekke verwachting is dat we elkaar binnen afzienbare tijd allemaal weer in Peking zien, de schrijvers, de olieboeren en de politici die ’s avonds met een andere tong spreken dan ’s ochtends. Zolang we geen Hollandse vingertjes opsteken of idealen koesteren, ligt de wereld voor ons open.

Marcel Möring is schrijver.