Ontroerende gezichten uit Italië

Zelden waren zo veel mooie portretten uit de Italiaanse Renaissance bij elkaar te zien. De expositie in het Berlijnse Bode Museum is een hype.

Domenico Ghirlandaio: 'Portret van een oude man en zijn kleinzoon' (1490)
Domenico Ghirlandaio: 'Portret van een oude man en zijn kleinzoon' (1490)

Het mooiste is voor het laatst bewaard, zoals het hoort. Aan het eind van de meesterlijke tentoonstelling Gesichter der Renaissance in het Berlijnse Bode Museum duikt vanuit het donker Leonardo da Vinci’s Dame met de hermelijn op. De afgebeelde jonge vrouw, de 17-jarige Cecilia Gallerani, en haar roofdiertje uit het geslacht der wezels lijken levensecht in de vrijwel verduisterde museumzaal te zweven. Ze kijken schuin weg en spelen een spel met de toeschouwer, die overweldigd wordt door schoonheid, vakmanschap en mysterie.

Het is een klein schilderij, vijfenvijftig bij veertig centimeter. Da Vinci heeft het in 1490 gemaakt, ruim voordat zijn Mona Lisa ontstond (1505). Het is een wonder dat het portret is uitgeleend; een „gebaar van verzoening” zoals de tentoonstellingscuratoren deze vrijgevige geste noemen. Het doek hoort thuis in het Nationaal Museum van de Poolse stad Krakau. Daar werd het in de oorlogsjaren geroofd door de nazi’s. Pas in 1949 hing het weer op z’n plaats. Dat Polen dit unieke, kwetsbare werk aan Duitsland heeft uitgeleend is een overtuigend bewijs van goed nabuurschap. In november reist de dame door naar de grote Leonardo-tentoonstelling in Londen.

Gesichter der Renaissance. Meisterwerke italienischer Porträtkunst is een van de mooiste en belangrijkste exposities die de laatste jaren te zien waren in Berlijn, een stad die weinig te klagen heeft over exposities van internationale allure. Meer dan 150 schilderijen, tekeningen en sculpturen uit de vroege Renaissance (1440-1500) zijn samengebracht. Bindend element is het meest aansprekende deel van het menselijk lichaam: het gelaat, de spiegel van de ziel.

Het waren de Italianen die in de vijftiende eeuw als eersten uitblonken in een nieuwe vorm van portretkunst. Gewaagder en vrijer. Naast vorsten en geestelijken stonden ook welgestelde burgers uit stadstaten als Florence, Milaan en Venetië model voor kunstenaars als Sandro Botticelli, Pisanello, Antonello da Messina, Donatello, Domenico Ghirlandaio en het universele genie Leonardo da Vinci, de grootste van allemaal. De portretten laten meer zien dan alleen gezichten. Ze tonen de mode van die tijd en de extravagantie van de nieuwe rijken. Ze laten landschappen en architectuur zien die als achtergrond dienen. En ze impliceren de afnemende macht van de clerus, het opkomend burgerdom en de geest van humanisme.

Om terug te komen op de dame met de hermelijn: Da Vinci schilderde dit portret toen hij in dienst was van de hertog van Milaan, Ludovico Sforza. De afgebeelde Cecilia Gallerani was op een bepaald ogenblik de favoriete maîtresse van de Milanese vorst. Dat ze een levende hermelijn in haar armen heeft, destijds de mascotte van zwangere vrouwen, kan erop duiden dat ze in verwachting was. Ludovico is uiteindelijk niet met haar getrouwd; Gallerani raakte uit de gratie en kon gaan. Het portret mocht ze meenemen.

Het Bode Museum is er met inzet van veel marketing in geslaagd om van de expositie een hype te maken. De site is regelmatig overbelast en de kaartjes zijn schaars. Niet meer dan driehonderd mensen mogen tegelijk in de zalen aanwezig zijn. Bezoekers moeten soms uren wachten om binnen te komen. Maar als ze eenmaal in het museum zijn, is het leed snel geleden. „Overweldigend”, luidde de kernachtige samenvatting van een Italiaanse kunstkenner en journalist die bij de opening aanwezig was.

Op onnadrukkelijke wijze word je als bezoeker langs de portretten gevoerd; van het ene naar het andere hoogtepunt. Botticelli’s Vrouw aan het raam, rond 1475 in Florence ontstaan, kijkt je als toeschouwer zo doordringend, haast bestraffend aan, dat je de neiging hebt om je ogen van schaamte neer te slaan. Aangrijpend is Domenico Ghirlandaio’s dubbelportret van een oude, welgestelde koopman met een jongen, naar aangenomen wordt zijn kleinzoon. Het opvallendste eraan is de geschonden neus van de grijsaard. Het doek is gebaseerd op een tekening van hem op zijn doodsbed.

De tederheid die uit de handeling spreekt, de rode gewaden, de losse krullen van de jongeling, het uitzicht vanuit het raam – alles is ondergeschikt aan die verschrikkelijke, bultige neus. Ook dat is de Renaissance: laten zien wat er is. Het is het ware gezicht van een nieuwe tijd.

Gesichter der Renaissance. Bode Museum Berlijn, tot 20 november. Inl: www.smb.museum