Onderzoek NRC: Kamervragen structureel te laat beantwoord

De PvdA-fractie tijdens stemmingen in de Tweede Kamer in oktober 2009. Foto NRC Handelsblad / Roel Rozenburg

De Tweede Kamer krijgt van het kabinet structureel te laat antwoord op schriftelijke gestelde Kamervragen. Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad in samenwerking met de Nederlandse Nieuwsmonitor en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Uit het onderzoek blijkt ook dat het aantal schriftelijke Kamervragen de laatste vijf jaar met eenderde toegenomen. Het afgelopen jaar steeg het aantal schriftelijk gestelde vragen tot 3.220.

De schriftelijke vraag is een van de belangrijkste instrumenten van de Kamer om informatie te krijgen. Kamerleden hebben het recht vragen te stellen en bewindslieden zijn verplicht te antwoorden. Ministers en staatssecretarissen nemen zich al langer voor kortaf te reageren om wildgroei tegen te gaan en de werkdruk voor ambtenaren te verminderen.

Als volksvertegenwoordigers een schriftelijke vraag stellen wordt de minister geacht deze binnen drie weken te beantwoorden. Die termijn wordt met gemiddeld twee weken overschreden. Er is een mogelijkheid de beantwoordingstermijn te verlengen als het ministerie daar “schriftelijk onder opgave van reden” om verzoekt. Dat gebeurt slechts in een kwart van de gevallen.

Sommige ministers hebben gemiddeld bijna negen weken nodig

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft gemiddeld bijna negen weken nodig. “Uiteraard is het altijd ons streven de vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden”, laat de woordvoerder van dat ministerie weten. “Kan het beter? Ja.” Waarom de termijn overschreden wordt kan hij niet zeggen, wel dat er een nieuw beantwoordingssysteem wordt opgezet en “dit zal zeker leiden tot flinke verbeteringen”.

Kamervoorzitter Gerdi Verbeet wil niet inhoudelijk ingaan op de vraag wat dit betekent voor het functioneren en het gezag van het parlement. “De fracties stellen de vragen”, aldus een woordvoerder van de Kamer, “het is aan hen er iets over te zeggen”.

SP-Kamerlid stelde vorig jaar meeste vragen: 114 stuks

Vooral oppositiepartijen gebruiken het instrument, blijkt uit het onderzoek. Vorig jaar stelden de drie Kamerfracties van de gedoogcoalitie (met 76 zetels) iets meer dan duizend vragen. De oppositiepartijen hadden twee zetels minder, maar stelden wel twee keer zoveel vragen. Vijf van de tien meestevragenstellers zijn afkomstig van de Socialistische Partij. Niemand stelde meer vragen dan Sharon Gesthuizen (SP): 114.

De Kamer houdt ook een lijst bij met schijnbaar vergeten vragen, die al minstens zes weken op beantwoording wachten maar in de praktijk soms al jaren oud blijken. Op die lijst staan 179 vragen die nog op antwoord wachten, van onder anderen Kamerleden die inmiddels geen parlementariërs meer zijn.

Lees vanmiddag het achtergrondverhaal ‘Vindt de minister ook dat het weerbericht niet klopt?’ in NRC Handelsblad of onze digitale editie.