Officieel Chinabezoek doet vooral veel kwaad

China bezoek (tekening Margaret Scott) Nederlandse schrijvers kunnen naar China komen met de beste bedoelingen. Toch lijden dissidenten juist onder zo’n officieel en protestloos bezoek, aldus Yu Zhang. Het was in de ochtend van 30 augustus dat dr. Jiao Guobiao, als freelanceschrijver woonachtig in Peking en lid van het onafhankelijke Chinese PEN Centrum (ICPC), bezoek kreeg van enkele politieagenten. Ze gaven hem de opdracht om tot 4 september niet meer zijn huis te verlaten.

„We hoorden dat u naar een boekenbeurs gaat”, zei een van de agenten. „Klopt dat?”

„Ja. Ik ben uitgenodigd door het Nederlands Letterenfonds”, antwoordde dr. Jiao.

„Dan raden wij u aan om daar niet heen te gaan.”

Als verdere redenen werden gegeven dat de Filippijnse president Benigno Aquino III en een delegatie voor de mensenrechten van de Europese Unie tijdens deze dagen Peking zouden bezoeken. Daarna posteerde de politie een bewaker die de wacht hield bij het hek van het flatgebouw van dr. Jiao.

Het was niet de eerste keer dat hij zo’n onwettige behandeling onderging sinds hij in 2004 als universitair hoofddocent aan de faculteit voor journalistiek en communicatie aan de Universiteit van Peking werd ontheven van zijn onderwijstaken (en uiteindelijk werd ontslagen) vanwege de onlineverschijning van zijn aanklacht tegen het ministerie van propaganda, in het beroemde artikel Denouncing the Central Propaganda Department (‘Aanklacht tegen het Centrale Propagandadepartement’). Alleen al in de afgelopen twee maanden heeft de politie zeven maal, en in totaal 27 dagen, zijn bewegingsvrijheid beperkt, door hem wegens publieke evenementen in Peking de facto huisarrest op te leggen.

Dr. Jiao is niet de enige die nu en dan wordt gedwongen om thuis te blijven. Onder de tientallen dissidente schrijvers, mensenrechtenactivisten en voormalige gewetensgevangenen die huisarrest hebben, is tot nu toe bekend dat minstens nog vier van de uitgenodigde schrijvers niet in staat waren om de Nederlandse evenementen op de Boekenbeurs bij te wonen.

Er is veel discussie geweest over de vraag wat nuttiger is om de mensenrechtensituatie in China te verbeteren – druk op de Chinese overheid houden of deelnemen aan haar officiële evenementen? Veel buitenlandse bezoekers gingen natuurlijk met de beste bedoelingen naar China, om een dialoog te voeren met hun collega’s die de steun genieten van de Chinese overheid, en stonden geen moment stil bij het gegeven dat veel van de dissidenten en andere burgers misschien juist te lijden hebben vanwége hun officiële bezoek. Hoe meer bezoeken de Chinese overheid toestaat, des te minder vrijheid voor de mensen die hieronder lijden. Door het officiële bezoek zijn deze mensen nog doeltreffender geïsoleerd van de samenleving, van hun collega’s en vrienden en niet te vergeten van de internationale aandacht.

Een paar jaar geleden, toen er meer internationale druk dan contact bestond, was juist de overheid bang voor deze isolatie – en dus veel toleranter tegenover de vrijheid van de dissidenten om anderen, en vooral buitenlandse bezoekers, te ontmoeten. In 2005 konden de coördinator van het Writers in Prison Committee (WiPC) van het ICPC en een Chinees staatsburger die in Zweden woonde, ongehinderd deelnemen aan een etentje in Peking met enkele vooraanstaande ICPC-leden, onder wie de toemalige ICPC-voorzitter dr. Liu Xiaobo en zijn vrouw Liu Xia. Inmiddels is dr. Liu veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf. Zijn vrouw Liu Xia bevindt zich volledig geïsoleerd op een onbekende plaats sinds haar man in oktober vorig jaar de Nobelprijs voor de Vrede van 2010 kreeg toegekend.

Naar verwachting zou de toenaderingspolitiek op den duur een positieve invloed kunnen hebben op de mensenrechtensituatie in China. Sinds 1997 voert de EU een mensenrechtendialoog met de Chinese overheid. Natuurlijk waren er veel meer officiële en privébezoeken aan China en de EU-landen van gewone mensen, vooral aanhangers van de regering, maar voor de critici van de overheid, zowel in China als in het buitenland, is de toestand verslechterd. Het wrange is dat mensen als dr. Liu en dr. Jiao bij elk bezoek van een mensenrechtendelegatie aan China hun persoonlijke vrijheid verliezen. Zij hebben meer te lijden naarmate er meer officiële bezoeken aan China worden gebracht.

Toen Dr. Liao mij drie dagen geleden van de beperking van zijn bewegingsvrijheid door de politie vertelde, zei hij hoe hulpeloos hij zich voelde tegenover de meedogenloze schendingen door de overheid van de rechten van haar burgers. Zijn enige hoop is dat internationale instellingen, en dan vooral PEN en andere mensenrechtenorganisaties, bereid zijn om werkelijk iets zinvols te doen om verbetering te brengen in de verergerende mensenrechtensituatie in China. Maar wat kunnen deze organisaties doen?

Yu Zhang is secretaris en coordinator van het Writers in Prisons Committee van het onafhankelijke Chinese PEN centrum (ICPC). Dit is een schrijversorganisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting.